Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

garije en W. Europa te banen. Gedurende de regeering van Radoe IV, den Groote (1495—1508) deed het patriarchaat van Konstan tin opel de eerste vergeefsche poging om de Kerk van Walachije aan zich te onderwerpen. De vrome Basarab IV Neagoe (1512—1521) bouwde in 1517 de fraaie kerk van Coertea de Argesj (gerestaureerd in 1886). Na den dood van Radoe VI de la Afoematzi (1521-—1529) was Walachije niet meer in staat zich duurzaam tegen de inmenging der Turken te verzetten; tot 1593 lag het lot der vorsten in handen van de Porte.

In 1593 beklom Michael VI de Dappere (1593— 1601) de nationale held der Walachijers, den troon. Van November 1594- Februari 1595 zuiverde hij het land van Turken en Tataren. Met keizer Rudolf II sloot hij tegen Zevenburgen het verdrag van den 9den Juni 1598. Na zijn overwinning van den 28sten October 1599 op Andreas Bathory op de heuvels van Schellenberg voor Hermannstadt en op Jeremias Mogila, vorst van Moldavië, liet hij zich den l9ten Juli 1600, te Karlsburg tot vorst van Walachije, Moldavië en Zevenburgen kronen. In den oorlog tegen Hongarije en Polen, wendde Michael zich tot keizer Rudolf II om hulp. Deze, die hem wel is waar als een belangrijk bolwerk tegen de Turken beschouwde, maar weinig ingenomen was met zijn heerschappij over Zevenburgen, plaatste hem met Georg Basta aan het hoofd van het keizerlijk leger, dat den 34en Augustus 1601 Siegmund Bathory bij Goroslau versloeg, waarop Basta den 19den Augustus Michael in het kamp van Thorda liet vermoorden. Onder de opvolgers van Michael onderscheidde zich Mattliias Basarab (1632—1634). Hij verbeterde het bestuur, stelde een burgerlijk- en een strafwetboek samen, stichtte scholen, kloosters en kerken en sloot met de vorsten van Zevenburgen geheime overeenkomsten ter bestrijding der Turken. Met Constantijn Basarab (1654—1658) en Mihnea III (1658—1659) sterft het geslacht Basarab uit.

Sjerban Kantakoezenos (1678—1688) was de stichter van een Roemaansch college te Boekharest en deed den Bijbel in het Roemaansch vertalen. Onder het bewind van Constantijn Grankoioan (1688— 1714) boette hij met zijn leven voor een verbond, met Peter den Groote gesloten. Onder zijn opvolger Stephanus Kantakoezenos (1714—1715) verdwenen de laatste sporen van onafhankelijkheid van Walachije. De Porte benoemde den meest biedende uit de Grieksche families der Fanarioten. Van 1769— 1774 en van 1806—1812 was het vorstendom in het bezit van Rusland, van 1789—1791 in dat van Oostenrijk van 1821—1822 weder in dat van Turkije. Elk nieuw verdrag tusschen Rusland en Turkije (1774 te Koetsjoek Kainardsji, 1779 te Konstantinopel, 1792 te Jassy, 1812 te Boekarest, 1826 te Akkerman, 1829 te Adrianopel) kende aan Rusland nieuwen invloed toe, terwijl de rechten van de Porte verminderden en die van de vorstendommen te niet gedaan werden. In 1832 werd het „Règlement organique" door graaf Paul Kissenew als grondwet ingevoerd, terwijl de hospodars Alexander Ghika (1834—1842) en Georg Bibescoe (1843—1848) inderdaad niets anders waren dan Russische stadhouders.

Ondertusschen ontstond onder het jongere geslacht, opgevoed in W. Europa, een staat- en letterkundige beweging tegen Rusland. Toen de Februariomwenteling W. Europa in beroering bracht, gaf vorst Bibescoe den 23,ten Junijeen liberale grondwet,

maar deed den 25sten afstand van den troon.Onderde voorloopige regeering werd het gehate „Règlement organique" voor het Russische consulaat te Boekarest verbrand. Den 25sten September 1848 herstelden de Russen en de Turken te zamen den ouden toestand. Het Verdrag van Balta-Liman van den l8ten Mei 1849 stelde de vorsten van Moldavië en Walachije onder het toezicht van een Russischen en een Turkschen commissaris. De plaats van Bibescoe werd ingenomen door Barbo Stirbey. In 1853 werd het land weder door Russische troepen bezet. Met den Krimoorlog werd de Russische bezetting opgeheven (den 318ten Juli 1854). Het Verdrag van Parijs (den 308ten Maart 1856), waarmede de Krimoorlog eindigde, leidde tot de vereeniging van de vorstendommen Moldavië en Walachije tot den staat Roemenië.

Walaens, Antonius (eigenlijk De Wale), een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Gent den 308tea October 1573, studeerde te Leiden in de theologie, bezocht de hoogescholen te Heidelberg en te Bremen en was achtereenvolgens predikant te Koudekerken te Middelburg, waar hij in 1606 hoogleeraar werd in de Grieksche taal en in de wijsbegeerte aan het athenaeum. Hij had zitting in de Dordsche Synode en werd in 1618, met twee andere predikanten belast met de vertaling van het Nieuwe Testament en van de Apocryphe Boeken. Omstreeks dien tijdwerdhijbenoemd tot hoogleeraar in de godgeleerdheid te Leiden. Hij is vooral bekend als ijverig Contra-Remonstrant. Van zijn geschriften vermelden wij: „Het ampt der Kerckedienaeren endeauthoriteyt,dieeenehooghechristelycke overheydt daerover toekomt" (1615), „Compendium aticae Aristotelicae ad normam veritatis christianae revocatum" (1627) en „Disputatio de quatuor Remonstrantium articulis etc." (1635). Hij overleed den 3den Juli 1639 te Leiden. Zijn „Opera theologica omnia" verschenen 1642 in 2 dln.

Walaeus, Johannes, een Nederlandsch geneeskundige, een zoon van den voorgaande, geboren te Koudekerk den 2681™ December 1604, werd in 1633 buitengewoon en in 1648 gewoon hoogleeraar in de geneeskunde te Leiden. Hij overleed den 5dea Juni 1649. Zijn geschriften werden gepubliceerd onder den titel: „Excellentissimi et clarissimi viri domini Johannis Walaei omnia (quae hactenns inveniri potuere) ad chyli et sanguinis circulationem pertinentia" (1660).

Waloh is de naam van een Duitsche familie van geleerden.

Walch, Johan Georg, geboren te Meiningen den 17den Juni 1693, studeerde te Jena, waar hij achtereenvolgens hoogleeraar was in de wijsbegeerte, dichtkunde en welsprekendheid en sedert 1724 ook in de godgeleerdheid. Hij maakte zich vooral bekend door onderzoekingen op het gebied der kerkgeschiedenis. Van zijn geschriften vermelden wij: „Historisch theologische Einleitung in die Religionstreitigkeiten der lutherischen Kirche" (3 dln., 1730—1739) en „Bibliotheca patristica" (nieuwe druk, 1824). Hij overleed den 26sten Januari 1775 te Jena.

Walch, Johann Ernst Immanuel, de oudste zoon van den voorgaande, geboren te Jena den 308"'11 Augustus 1725, aldaar den l8len December 1778 overleden als hoogleeraar in de dichtkunde en welsprekendheid, was tevens delfstofkundige.

Walch, Christian Wilhelm Franz, een'broeder van

Sluiten