Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterkte bovenstad en een benedenstad, genaamd ; de „Tuinen", telt ongeveer 30 000 inwoners, welke i voor de grootste helft uit Turken en Koerden, overi- 1 gens uit Armeniërs bestaan. Zij heeft veel van ï aardbevingen te lijden. 1

Wan werd door Sardoeri, den eersten koning van ! het rijk Oerarthoe aan het Wanmeer, tegen het einde < van de 9dc eeuw v. Chr. aan een Hethitischen hoofd- 1 man ontrukt. Zijn zoon Ispoeinis en zijn kleinzoon i Menoeas maakten het tot hoofdstad. Het heette toon i Thoespa (Assyrisch Thoeroepsa). Als middelpunt : van de aanvallen op Assyrië werd het in 714 door i Sargon vernederd, terwijl het tusschen 710 en 705 door de Indo-Germaansche Kimbren ernstig be- i dreigd werd. De stad heette bij de Grieken Buana, 1 bij de Ameniërs ook Sjamiramagerd. Tigranes (94— ] 66 v. Chr.) zou haar met gevangen genomen Joden bevolkt en Sapor 11 haar omstreeks 360 n. Chr. verwoest hebben. Later (tot 1021) komt zij voor als de verblijfplaats van de Armenische Ardzroeni in het landschap Waspoeraken. Later kwam zij achtereenvolgens onder de heerschappij der Byzantijnen, der Seldsjoeken en der Toerkmenen, werd in 1387 en 1392 door Tirrwer in 1425 door den Toerkmeen Iskander veroverd en in 1533 en 1648 door de Turken aan de Perzen ontrukt, maar door Abbas 11 in 1636 gedurende korten tijd heroverd. Alleen de stad is thans in het bezit der Turken, terwijl de omstreken in handen zijn van de Koerden.

Wanamaker, John, een Amerikaansch koopman en staatsman, geboren den lla«=n Juli 1838 te Philadelphia, richtte in 1861 aldaar een zaak voor heerenkleeding op, waarin hij het stelsel van winstdeeling voor het personeel invoerde. Ook op kerkelijk gebied was hij werkzaam. Onder den republikeinschen president Harrison was hij van 1889— 1893 directeur-generaal der posterijen.

Wanda, volgens de sage de dochter van Krók of Krokus, koning van Krakau, voerde, naar men wil, omstreeks 700 n. Chr. heerschappij over Polen. Toen de Duitsche vorst Rytiger, aan wien zij, om aan hare gelofte van kuischheid getrouw te blijven, haar hand geweigerd had, een inval in Polen deed, bracht zij hem de nederlaag toe, maar stortte zich daarop in den Weichsel, om het land tegen verdere oorlogen te beveiligen. Een heuvel bij Krakau, Mogila genaamd, wordt beschouwd als haar begraafplaats. De sage is herhaaldelijk door Poolsche dichters behandeld geworden en leverde de stof voor Zacharias Werner's treurspel „Wanda."

Wandamen, is de naam van een landschap aan den zuidwestelijksten inham van de Geelvinkbaai in Nieuw-Guinea. In engeren zin geeft men dezen naam aan de oostelijke kuststrook van dezen inham, die begrensd wordt door de westelijke hellingen van het Wondiwoigebergte. Men vindt er een tiental kampongs, meest aan de kust. Het eiland levert sago, masoischors en muskaatnoten. De bewoners houden zich bezig met vischvangst en het bewerken van sago. De landstreek wordt door Papoea's bewoond, die nog zeer onbeschaafd zijn.

Wandelend blad (Phyüium) is de naam van een in sektengeslacht uit de orde der Rechtvleugeligen (Orthoptera). De soorten van dit geslacht hebben haar naam te danken aan haar gelijkenis op bladeren, welke inzonderheid wordt opgemerkt bij de wijfjes. De inboorlingen op Java en andere eilanden van den Indischen Archipel gelooven, dat

zij uit bladeren ontstaan. Natuuronderzoekers echter kennen haar kantige, 5-ribbige, kegelvormig getopte, bruinachtige, op plantenzaad gelijkende eieren. Ongeveer vier maanden na het leggen komt de larve uit het ei; zij is rood van kleur, in gedaante nagenoeg gelijk aan het volwassen dier, maar zonder vleugels of vleugelkokers. Deze laatste ontwikkelen zich na de tweede vervelling en de vleugels met de vierde. Na verloop van een half jaar is het dier volwassen. Het wijfje wordt 4,6 cm. lang, het achterlijf bijna 3 cm. breed en is groen in verschillende schakeeringen, of bruin. De kop is klein, plat, ovaal met korte sprieten; de pooten, vooral de voorste, zijn bladvormig verbreed, en de vóorvleugels hebben geheel en al de gedaante van bladeren. Ook het achterlijf is aan beide zijden bladachtig uitgezet. De mannetjes zijn veel slanker, helder groen of rozenrood, met lange, behaarde sprieten, niet zoo sterk verbreede pooten, smaller achterlijf, vliezige vleugels en korte dekschilden.

Wandelende Jood. Zie Ahasverus.

Wandelende tak (Acanthoderus) is de naam van een insektengeslacht uit de orde der Rechtvleugeligen (Orthoptera). Evenals de wandelende bladeren (zie aldaar) de bladen nabootsen, hebben deze een verrassende overeenkomst met takken. In tal van soorten komen zij in de heete landen voor.

Wandluis. Zie Wantsen.

Wandsbek, eene stad in het Pruisische distrikt Sleeswijk, ten N. O. van Hamburg, waarmee het door een electrischen tram is verbonden aan de Wandse en aan den spoorweg Lubeck—Hamburg gelegen, is de zetel van een rechtbank en van een hoofdbelasting-kantoor. Het bezit 2 Evangelische en een R. Katholieke kerk, een synagoge, een gymnasium een hoogere burgerschool en een schouwburg. De plaats bezit een graan spiritus- en gistfabriek, 2 bierbrouwerijen, 3 lederfabrieken, tabak-, sigaren-, olie-, staaldraad- en suikerwarenfabrieken; pannebakkerijen en machinefabrieken. In den omtrek is belangrijke tuinbouw. De plaats telt (1905) 31 563 inwoners. Zij is de voormalige woonplaats der dichters Vosz en Matthias Claudius. Laatstgenoemde gaf er van 1771—1775, den „Wandsbecker Boten * in het licht.

Wandsworth, een bestuursdistrikt (metropolitan borough) in het Z. W. van Londen, gelegen aan de samenvloeiing van Wandle en Theems, bezit een tuchthuis, en R. Katholiek seminarium voor onderwijzers, een lioogeschool voor vrouwen, twee groote opvoedingsgestichten voor soldatenkinderen (Victoria Patriotic Asylums), een hospitaal voor ongeneeslijken en een toevlucht voor vischliandelaars. Het heeft scheikundige fabrieken, koren-,, zaag- en papiermolens, ververijen, lucifers- en stijfselfabrieken, branderijen en kopergieterijen en telt (1901) 232 034 inwoners.

Wanen (Vanen, Oud-Noorsch Vanir) is in de Noorsche mythologie een geslacht van goden, dat door de Asen, die uit het Zuiden oprukten, verdrongen werd. Later gingen de Asen een overeenkomst i met hen aan en werden er gijzelaars uitgewisseld. • De Wanengoden Njord, Freyer en diens zuster Frey■ ja kwamen bij de Asen, Hönir bij de Wanen. Deze i mythe is ontstaan uit liet voorwaarts dringen van j den Wodan-eeredienst naar het N. Oorspronkelijk - waren de Wanen wellicht goden der Wateren. Daart door werden zij eenerzijds goden der vruchtbaar-

Sluiten