Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitenste vult met het waschmiddel, waarin de binnenste met zijn inhoud, onder toetreding van stoom wordt rondgewenteld. Verwant hiermede is de waschmachine van Treichler. Zij vermijdt onderlinge wrijving en bereikt de reiniging alleen door de waschvloeistof met kracht tegen de wasch te spuiten. Daartoe bevat de binnentrommel over haar gelieele lengte een aantal gaten, waardoor de waschvloeistof wordt geperst, welke zich daarna in de buitentrommel en een reservoir weder verzamelt. De binnentrommel draait, daarbij per minuut 7 maal in de ééne en in de andere richting. Na afloop van de reiniging wordt heet water toegevoerd, waaraan ten slotte een weinig blauwsel wordt toegevoegd. Onderzoekingen van Zschokke leerden, dat de wasch op deze wijze geheel gesteriliseerd wordt, terwijl bij de andere procédés alleen vermindering van het aantal kiemen wordt bereikt. Zijn de voorgaande manieren van behandeling in het algemeen voldoende voor waschgoed, dat weinig vuil is, voor de werken keukenwasch maakt men gebruik van de hamer v:aschmachine. In den vorm, dien Schimmel er aan gegeven heeft, zij bestaat uit een kuip, waarin zich 4 hamers afwisselend heen en weer bewegen. De vorm van den trog is zoodanig gekozen, dat het waschgoed steeds wordt voortgeschoven en onderwijl gedrukt en gekeerd.

Nadat het waschgoed, hetzij met de hand, hetzij met de machine, aldus gereinigd is, wordt het gespoeld. In het machinale bedrijf gebeurt dit, door het zeepsop uit de waschmachine te laten wegvloeien daarna zuiver water te doen toetreden. Is de aldus verkregen reiniging niet voldoende, dan maakt men gebruik van spoelmachines. Zij komen in vorm en beginsel overeen met de hollanders der papiernijverheid (zie Papier). Moet de wasch gebleekt worden en is geen bleek voorhanden, dan brengt men haar na het spoelen in zuiver water, dat eenig eau de Javelle bevat; daarna spoelt men haar op in water, waaraan een weinig zwavelzuur is toegevoegd en daarna opnieuw in zuiver water. Wollen waschgoed wordt geweekt met zachte zeep, eventueel onder toevoeging van ammoniak. Heet water mag bij de handeling niet worden gebruikt, omdat de wol daarin krimpt.

Vóór het drogen tracht men langs mechanischen weg het goed zooveel mogelijk van water te ontdoen. Dit geschiedt door wringen met de hand of met behulp van een wringmachine, zooals die op vele waschmachines is aangebracht. Zij bestaat uit twee met caoutchouc bekleede walsen, waartusschen het goed wordt uitgeperst. Daarna hangt men het aan de lucht te drogen. In het grootbedrijf maakt men gebruik van centrifugeermachines, waardoor zooveel water wordt uitgeslingerd, dat de wasch nog slechts l/t—1/3 van haar gewicht in drogen toestand aan water bevat. Dit wordt dan op kunstmatig verwarmde droogzolders of met behulp van droogmachines er aan onttrokken. Deze bestaan uit een plaatijzeren kamer van 6—13 m., waarin, boven elkander, twee kettingen zonder eind over een aantal rollen worden voortbewogen. Aan de ééne zijde van de kamer legt men nu de wasch, op latten gehangen, op deze kettingen, die haar aan de andere zijde in een trommel werpen, welke men van tijd tot tijd ledigt. Het drogen geschiedt door een stroom lucht, die, in den bodem van de kamer verhit, aan de bovenzijde wordt weggezogen. Gladde wasch

(zakdoeken, tafellinnen enz.) gaat van de centrifugaalmachine terstond naar den stoommangel. Bij het chemisch-wasschen (uitstoomen) gebruikt men als waschmiddel benzine, dat vetten oplost, maar zelfs de teerste kleuren niet aantast. Daar de meeste verontreinigingen bestaan uit stof, dat er door middel van vet of vettige zelfstandigheden op vastkleeft, maakt het oplossen van het vet het stof beweeglijk, zoodat een volledige reiniging mogelijk wordt. In het grootbedrijf gebruikt men benzine, waaraan een weinig oliezure alkali (saponine) is toegevoegd. Het oplossend vermogen voor vetten der benzine wordt daardoor verhoogd. De kleedingstukken, welke chemisch gewasschen zullen worden, borstelt men in met een saponine-oplossing, waarna zij in een heen en weder draaiende trommel in saponine houdende benzine worden geschud. Daarna komen zij in zuivere benzine, van hier in de centrifugaalmachine, waarop zij worden gedroogd. De aldus gereinigde stoffen worden nu gedetacheerd, d. i. de vlekken van stoffen, welke niet in benzine oplossen, worden door een gepaste behandeling verwijderd. Somtijds volgt op het wasschen in benzine nog een gewone, natte wasch, inzonderheid van katoenen Ueedingstukken of van gedeelten daarvan (mouwen).

Wasschilderen. Zie Encaustiek.

Wassenaar, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 5484 H.A. groot, met (1910) 4145 inwoners, wordt begrensd door de Noordzee en door de gemeenten Katwijk, Balkenburg, Voorschoten, Veur en 's Gravenliage. De bodem bestaat grootendeels uit diluviaal zand met eenige klei in het N.O. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veeteelt en zuivelbereiding. De gemeente is samengesteld uit de heerlijkheden Wassenaar en Zuidwijk, zij omvat het dorp Wassenaar en is verder verdeeld in de wijken Leidschekant, Haagkant en Duinkant. Men vindt er het koninklijke paleis het Huis-in-'t-Bosch, het landgoed de Pauw en een aantal buitengoederen.

Het dorp Wassenaar behoort tot de oudste en fraaiste dorpen aan den duinkant en is te midden van duinen, weiden, akkers en buitenverblijven gelegen. Men vindt er een Hervormde kerk, een Roomsch-Katholieke kerk en een Onze-LieveVrouwegesticht.

Wassenaer is de naam van een oudadellijk Nederlandsch geslacht.

Philips, heer van Wassenaer, een zoon vn Halewijn van Wassenaer en Johanna van Arkel was bezitter van Voorburg, Voorschoten, Katwijk, Zandhorst en Groeneveld en stichter van het huis Ter Horst bij Voorschoten. Onder graaf Dirk VI teekende hij het verdrag, waarbij het oudste gedeelte van Holland als leen van Brabant werd erkend. Hij overleed in 1225.

Philips, heer van Wassenaer, een zoon van Dirk van Wassenaer en Bertha van Kwik. Hij werd in 1339 met het burggraafschap Leiden beleend. Gevangen genomen door Jaeób, heer van Abcoude en Gaasbeek, werd hij opgesloten te Wijk bij Duurstede, waar hij in 1428 overleed.

Hendrik van Wassenaer, een zoon van den voorgaande, was bevelhebber der Noord-Hollanders en Waterlanders in den Arkelschen Oorlog, hielp in 1420 hertog Jan van Beieren bij de belegering van de stad Leiden, waarover zijn vader bevel voerde en

Sluiten