Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de IJpolders, in het W. door Kennemerland en in het N. door West-Friesland begrensd wordt. Het is een echt polderland, waarvan evenwel de polders noch in hydrografisch, noch in administratief opzicht een zelfstandig geheel vormen.

Waterland is ook de naam voor een hoogheemraadschap, dat een tiental polders omvat, ten Z. O. van het historische Waterland gelegen.

Waterleidingen noemt men de inrichtingen, om menschelijke woonplaatsen te voorzien van zuiver water, dat van grooteren of kleineren afstand wordt aangevoerd. Reeds de Ouden, vooral de Romeinen, hebben waterleidingen aangelegd (zie Aquaeduct). In de Middeleeuwen liet men deze vervallen en maakte men van welputten binnen de stadsmuren gebruik. Eerst in de tweede helft van de 19deeeuw werden echte waterleidingen aangelegd; maar terwijl de Ouden daarvoor gemetselde kanalen, welke gewoonlijk bedekt werden, gebruikten, legt men in den nieuweren tijd uitsluitend buizen, waardoor de mogelijkheid wordt verkregen om het water onder druk te brengen.

Een modeme waterleiding bestaat in hoofdzaak uit 5 verschillende gedeelten. De watervang of prise d'eau levert het water, dat aan rivieren, meren, bronnen, aan den bodem of aan reservoirs van regenwater ontleend kan worden. In ons land vinden alleen de eerste en de vierde wijze van watervoorziening op grootere schaal toepassing. De eerste wijze wordt tegenwoordig slechts bij uitzondering (bij ons te Groningen) gevonden, omdat het daarbij veel moeilijker is de zuiverheid van het water te waarborgen. Bij het gebruik van grondwater kan men op twee verschillende wijzen te werk gaan. Of men boort diepe putten (Maastricht, Nijmegen, Zwolle enz.), waaruit het water wordt opgepompt, of men maakt, ingevallen van onbesmetten bodem, gebruik van het meer oppervlakkige grondwater, dat door. middel van draineerkanalen Wordt verzameld (duinwater te Amsterdam, 's Gravenhage, Haarlem enz.) Het aldus verkregen water komt op een filter. Het filterbed bestaat uit een groot, gepleisterd reservoir van ongeveer 1,5 m. diepte. Op den bodem liggen draineerbuizen met open voegen of een laag tegels met tusschenruimten, die op een afvoergreppel uitmonden. Boven deze draineerlagen bevindt zich een laag kiezel van 0,9 m., daarboven een laag zand van 0,6 m. dikte. Bovendien wordt het water door toevoeging van aluin, ijzerchloried en kopersulfaat geklaard, terwijl diep grondwater, dat weinig zuurstof bevat, somtijds moet worden gelucht.

Na deze bewerkingen komt het water in reservoirs, welke de schommelingen in het waterverbruik moeten vereffenen. Deze worden van gewapend beton of ijzer in den bodem aangelegd, somtijds ook op hoogten aangebracht (zooals bijv. te Maastricht op den St. Pietersberg), waardoor dan de watertoren kan vervallen.Deze laatste bestaat uit een cylindervormig gebouw, dat in een verwijding van boven een reservoir bevat. Door pompmachines wordt het water uit de reservoirs in dat van den watertoren geperst. De drukhoogte regelt zich naar de hoogte van de gebouwen, welke van water moeten worden voorzien; zij bedraagt ongeveer 10 m. meer dan de vloerhoogte van de hoogst gelegen verdiepingen der woningen. Voor bepaalde doeleinden (brandblusschen) levert men tijdelijk ook water onder hoogeren druk. Dit wordt verkregen door een boven het eigenlijk reservoir gelegen kleiner reservoir met het

XV

net te verbinden, waardoor de drukhoogte en dus ook de overdruk toeneemt.

Het laatste onderdeel van de waterleiding is het leidingnet, onderscheiden in stratennet en woningnet. Het eerste bestaat in den regel uit getrokken ijzeren buizen, het tweede uit tinnen voeringbuizen, dat zijn looden buizen, welke ter voorkoming Van loodvergiftiging, inwendig met een laagje tin zijn bekleed. De buizen van het stratennet moeten vorstvrij worden gelegd. Gewoonlijk is daarvoor een diepte van 0,8—1 m. voldoende; in lichten zandgrond wordt somtijds 1,5 m. diepte vereischt.

De waterlevering geschiedt, ter dekking van de kosten van aanleg en'bedrijf der moderne waterleidingen, op tweeërlei wijze: eenerzijds naar een vast bedrag, geregeld naar de huurwaarde, de oppervlakte of het aantal bewoners van het gebouw, waarin water zal worden geleverd, anderzijds per verbruikten kub. m. Het verbruik wordt in het laatste geval door automatische watermeters geregistreerd. Het waterverbruik vertoont sterke schommelingen. Over 80 steden gerekend Mep het per dag en per hoofd uiteen van 13—446 L. Meestal bewoog het zich tusschen 40 en 60 L., dikwijls ook tusschen 60 en 80 L. Het hangt af van het jaargetijde en van den tijd van den dag. In wijken met een welgestelde bevolking bedraagt het ruim 20 maal zooveel als in die met arme bewoners. Het grootste dagverbruik bedragt ongeveer 1,5 maal het gemiddelde, het grootste uurverbruik 1/1Q van het gemiddelde dagverbruik.

Voor bepaalde doeleinden geven Grahn en Thiern als waterverbruik per dag en per hoofd in liters aan:

Drinkwater en keuken 20—30

Reiniging van het huis en de wasch 10—15

Closetspoeling 5—10

Een kuipbad in huis 350

Een douche in huis 20—30

Besproeiing van tuin en trottoir per

vierk. meter 1,6

Een paard of een ander stuk groot vee 50

Een stuk klein vee 8—12

Een leerling van een school 2

Een soldaat in de kazerne 20

Een persoon in een ziekenhuis 50—300

Een persoon in een hotel 100—150

Een kuipbad in een badinrichting 400—500

100 kg. waschgoed in een wascliinricliting 400 Een openbaar urinoir gedurende een uur 100—200

Een openbare pomp 3000

Een fontein 10—400

Moderne waterleidingen werden het eerst in Engeland gebouwd. Engelsche ingenieurs legden ook de eerste op het vaste land van Europa (Hamburg, 1849) aan. Bij ons te lande nam Amsterdam den lsten Mei 1854 de eerste waterleiding in gebruik. Daarop volgde Den Helder (1856), welks waterleiding onder leiding van Nederlandsche ingenieurs tot stand kwam. Tot 1866 stond de verdere aanleg stil. De cholera-epidemie in dat jaar was aanleiding, dat er bij Koninklijk Besluit van den 16den Juli 1866 een commissie benoemd werd tot onderzoek van het drinkwater in verband met de verspreiding der cholera en tot aanwijzing van de middelen ter voorziening in de behoefte aan zuiver water. Het onderzoek bracht den guustigen toestand van Amsterdam duidelijk aan het licht. Achtereenvolgens

52

Sluiten