Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

w

Waterloo, een dorp in de Belgische provincie Brabant, ligt, 15 km. ten Z. van Brussel, aan den Z. lijken zoom van het bosch van Soignies en aan den spoorweg Brussel—Luttre. Het bezit een ronde kerk, talrijke gedenkteekenen, zeep- en kunstmeststoffenfabrieken en telt (1905) 4205 inwoners. Waterloo is bekend door den slag van den 18den Juni 1815, den laatsten, dien Napoleon leverde (zie de afb. op de volgende blz.). Alleen de Engelschen en Nederlanders noemen dien slag naar het dorp Waterloo, terwijl de Franschen haar noemen naar het dorp Mont St. Jean en de Duitscliers naar de hoeve Belle Alliance. Wellington nam, nadat hem de steun der Pruisen, die na de nederlaag bij Ligny (den 17den Juni) zich op Wavre hadden teruggetrokken, was toegzegd, stelling tusschen het stadje Braine 1'Alleud en de hoeve Papelotte. Zijn hoofdmacht bestond uit 62 000 man Duitschers, Engelschen en Nederlanders, met 135 stukken geschut. Hij stelde haar op aan beide zijden van den weg van Charleroi naar Brussel op een heuvelreeks langs den weg Braine 1'Alleud—Ohain. In afwachting van de komst der Pruisen nam hij een verdedigende houding aan. Op den morgen van den 18deB Juni stelde Napoleon zijn leger, bestaande uit 73 000 man met 254 stukken geschut, op 1,5 km. van den vijand op. Om half twaalf gaf hij het sein tot den aanval. De infanteriedivisie Jeróme, op den linker vleugel geplaatst, rukte op tegen het kasteel Hougomont, dat, verdedigd door de Brunswijksche en Nassausche soldaten, tot het einde van den slag nooit geheel in het bezit der Franschen kwam. De aanval op het linker centrum der Verbondenen werd geopend met het vuur van 80 stukken geschut. Intusschen geschiedde ook deze aanval wat later, dan in het voornemen lag, daar Napoleon bericht ontving, dat de Pruisen zijn rechter flank bedreigden. Eerst tegen 2 uur deed Ney met het corps Erlon een aanval op La Haye-Sainte. De eerste storm gelukte: de Nederlanders weken. Picton hield echter met de Engelsche brigades Pack en Kempt stand, en toen de Franschen in wanorde kwamen, deden Somerset en Ponsonby een aanval met twee brigades Engelsche ruiterij en vervolgden de Franschen tot onder het vuur hunner batterijen. Daarbij sneuvelden Picton en Ponsonby. De eerste groote aanval was daarmede om 3 uur 's middags afgeslagen en 3 000 Franschen

XVI

waren gevangen genomen. Na een tusschenpoos, waarin de Franschen een vreeselijk geschutvuur onderhielden, ondernam de Fransche ruiterij (ongeveer 5 000 paarden) een tweeden aanval, om tusschen La Haye-Sainte en Hougomont door de vijandelijke liniën heen te breken. Driemaal werd zij echter teruggeslagen. Intusschen duurde de strijd om de hoeven voort, en La Haye-Sainte moest omstreeks 5 uur in den middag ontruimd worden. Het leger „van Wellington was tot op de helft geslonken. In vertrouwen op de toegezegde hulp der Pruisen hield hij echter stand en nog tijdig bereikte Blücher het tooneel van den strijd. De voorhoede van zijn leger bereikte te ruim één uur den O. lijken zoom van het slagveld en te half vijf kon Bülow met zijn geheele macht de beide divisies van Lobau, door Napoleon om 3 uur tegen de Pruisen afgezonden, naar Plancenoit terugdringen. Om het bezit van dat dorp werd nu met woede gestreden. Napoleon zond Lobau 12 bataljons der garde met 24 stukken te hulp, om zich te verdedigen tegen de Pruisen, wier aantal inmiddels tot 40 000 man geklommen was. Met een laatsten, grooten aanval wilde hij ondertusschen door de slaglinie van Wellington heen breken. Een divisie van het corps Erlon en een gedeelte der keizerlijke garde ondernamen den aanval, maar werden door de Verbondenen teruggeslagen. Op alle punten begonnen de Franschen te wijken; aEeen de garde hield stand. Eindelijk viel Plancenoit, en de terugtocht der Franschen ging nu in een ordelooze vlucht over. Hun verhezen zijn niet nauwkeurig vast te stellen; zij bedroegen wellicht meer dan de helft van het leger. De Verbondenen verloren 22 000 officieren en manschappen.

Onder de talrijke gedenkteekenen op het slagveld zijn vooral het Nederlandsche bij Waterloo, een pyramide van 60 m. hoogte, waarop op een voetstuk de Nederlandsche leeuw; het Pruisische, een obelisk met ijzeren kruis bij Plancenoit en het Fransche, een stervende adelaar, bij Belle-Allimce.

Waterloo, Anthonie, een HoEandsch landschapschilder en etser, werd geboren waarschijnlijk te Rijsel omstreeks 1610 en overleed na 1676. Hijleefde te Amsterdam tot 1654, vestigde zich dan roor eenigen tijd te Leeuwarden en was daarna te Utrecht woonachtig. Zijn schilderijen, alle boschge-

1

Sluiten