Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft men er: een Oostersche academie met leerstoelen voor Oostersche talen, de Theresia-academie (in 1746 geopend) tot opleiding van adellijke jongelingen, het instituut tot vorming van wereldlijke priesters, de Armenische-Katholieke school der Mechitarisfcen, de consulaire academie, een aantal seminaria en alumnaten, de exportacademie, van het Oostenrijksch handelsmuseum, de handelsacademie, de nieuwe Weener handelsacademie, de gremiaalhandelsvakscholen en 18 particuliere handelsscholen, de kunstnijverheidsschool van het museum voor kunst en nijverheid, de graveurs- en medailleursschool, 2 staatsnijverheidsscholen, het technologisch museum voor nijverheid, de vakschool voor kunstnaaldwerk en een aantal andere vakscholen voor nijverheid en voorbereidende scholen voor nijverheid, het conservatorium voor muziek en tooneel, 227 bijzondere muziek- en tooneelscholen, een tuinbouwschool, een veeartsenijschool, een school voor vroedvrouwen enz. Militaire inrichtingen van onderwijs zijn: de krijgsschool, de technische en de administratieve militair.'1 vakcursus, het militaire instituut voor rijkunst, 2 schietscholen, een school voor militaire artsen en 3 cadettenscholen. Weenen bezit 3 staatsvolksscholen, 392 stedelijke en 48 particuliere volksscholen.

Aan het hoofd der wetenschappelijke instellingen bevindt zich de Keizerlijke Academie van Wetenschappen en de inrichting voor geologie, deze laatste met uitmuntende verzamelingen. Verder heeft men er het militair-geografisch instituut, de inrichting voor statistiek, do Oostenrijksche commissie voor internationale aardmeting en het Oostenrijksch bureau voor graadmeting, de centrale inrichting voor meteorologie en geodynamica, de commissie voor de nieuwere geschiedenis van Oostenrijk, de centrale commissie tot het opsporen en bewaren van geschiedkundige gedenkstukken, het geneeskundig genootschap, het oudheidkundig genootschap, het zoölogisch-botanisch genootschap, het geografisch genootschap, de vereeniging voor de kennis van Neder-Oostenrijk, de Uraniavereeniging, het landbouwgenootschap met vele modellen en werktuigen, het genootschap voor tuinbouw, dat voor boschcultuur, dat voor meteorologie, dat voor geneeskunde en dat voor rechtsstudie, de wetenschappelijke club, de vereeniging van architecten en ingenieurs, het Neder-Oostenrijksch genootschap van nijverheid, het schei- en natuurkundig genootschap, het anthropologisch genootschap enz. Ook zijn er onderscheiden vereenigingen tot beoefening der schoone kunsten. Van de verzamelingen voor wetenschap en kunst noemen wij: de keizerlijkkoninklijke hofbibliotheek met 500 000 deelen (waaronder 20 000 wiegedrukken), 20 000 handschriften, een muziekarchief van 12 000 deelen en een groote verzameling kopergravures en houtsneden, de bibliotheken van de universiteit, de technische hoogeschool, het Oostenrijksch museum voor kunst en nijverheid, de geologische rijksinrichting, der stad Weenen en het krijgsarchief, het keizerlijk huis-, hof- en staatsarchief, de keizerlijke familie-fideicommiesbibliotheek met 80 000 deelen, 800 wiegedrukken en een rijke verzameling van landkaarten, gravures en teekeningen, de bibliotheken van aartshertog Friedrich, de beroemde Albertina, waarin men een groot aantal kopergravu¬

res en handteekeningen vindt, prins Schwarzenberg, prins Liechtenstein, liet Benedictijnenklooster Schotten, de Piaristen enz.

Onder de kunstverzamelingen nemen het kunsthistorisch en het natuurhistorisch hofmuseum de eerste plaats in. Het kunsthistorisch hofmuseum omvat: een verzameling van Egyptische oudheden, van Grieksch-Romeinsche kunst, van munten en medailles, van voorwerpen van kunstnijverheid, de beroemde wapenverzameling, de verzameling van schilderijen, waartoe 2 000 schilderijen uit alle scholen behooren, inzonderheid voortreffelijke stukken van Raffaël, Paolo Verotiese, Tintorelto, Titiaan, Perugino, Andrea del Sarto, Fra Bartalommeo, Agostino Carracei, Guido Renii, Correggio, Parmeggianino, Velazquez, Rembrandt, Hondekoeter, Ruysdoel, VanDijck, Rubens, Dou, Teniers, Jordaens, Brueghel, Holbein, Dürer, Cranach, Schön, Memlinc, Van Eyck, Qumlin Metsys, Mengs enz., een verzameling van aquarellen en handteekeningen en het zoogenaamde heroon van Trysa, een grootsch, in 1842 te Lykië gevonden grafteeken met reliëfs uit de öde eeuw v. Chr., dat in 1882 naar Weenen werd overgebracht. Het natuurhistorisch hofmuseum omvat: de mineralogisch-petrografische afdeeling met een beroemde verzameling meteorieten, de geologisch palaeontologische afdeeling, de anthrnpologisch-ethnografische afdeeling, de zoölogische en de botanische afdeeling. Van de overige verzameling noemen wij: de schatkamer in den Hofburcht, die de sieraden van het keizerlijk huis en de kroningsinsignes van het Roomsch-Duitsche rijk bevat, de schilderijenverzameling van de academie van beeldende kunsten met meer dan 1100 schilderijen, vooral van Nederlandsche meesters, de moderne schilderijenverzameling in de Belvèdere, de verzameling van prins Liechtenstein inzonderheid met werken van Rubens en Van Dijck, de verzamelingen van Harrach, Czemin, Schönborn enz. In verschillende gebouwen worden dikwijls tentoonstellingen gehouden. In het arsenaal vindt men een verzameling wapens, geschut en trofeeën, verder noemen wij de jacht- en zadelkamer in de Hofmarstall, het stedelijk historisch museum en het handelsmuseum.

Weenen bezit 10 schouwburgen. Hiertoe behooren: het Hofburgtheater (in 1776 door Jozef II gesticht), het Hofoperatheater, het Jubileumtheater, het Duitsche Volkstheater, het Raimundtheater, het Weener Burgertheater, het theater an der Wien, het Carltheater, het theater in de Jozefstad en dat in de Prater. Verder zijn er een aantal gebouwen voor uitspanningen van verschillenden aard. Concerten worden o. a. gegeven door het philharmonisch orkest, het gezelschap van muziekliefhebbers, de Weener mannengezangvereeniging enz. Het oudste dagblad van Weenen is de „Wiener Zeitung", thans alleen een officieel blad. Daarbij behoort thans de „Wiener Abendpost". Van de belangrijkste couranten noemen wij verder: „Neues Freie Presse", „Fremdenblatt", „Deutsche Zeitung", „Wiener Allgemeine Zeitung", „Die Zeit", „Neue Wiener Tagblatt", „Wiener Tagblatt", „Illustriertes Wiener Extrablatt", „Deutsches Volksblatt", „Vaterland" en „Arbeiterzeitung".

Instellingenvan liefdadigheid, gezondheid enz. De belangrijkste ziekenhuizen zijn: het algemeen ziekenhuis (1784 gesticht, thans met

Sluiten