Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich in Iaüë bevond, maar werd in 1027 overwonnen en verloor een gedeelte van zijn bezittingen. Zijn zoon Welf III werd in 1047 met het hertogdom Karinthië en met de mark Verona beleend, maar overleed in 1055; het bleek, dat hij zijn goederen vermaakt had aan het klooster Weingarten. Welf IV (als hertog Welf I) echter, een zoon van zijn dochter Kunigunde en van Azzo uit het Huis Este, den beheerscher van Milaan, Genua enz., nam op aansporing van zijn moeder deze goederen in bezit en werd de stichter van de jongere lijn der Welfen. Nadat Otto von Northeim afgezet was, werd Welf in 1078 door keizer Hendrik IV met het hertogdom Beieren beleend. Niettemin streed hij tegen den keizer voor den paus en de tegenkoningen. Hij verzoende zich echter in 1095 met den keizer en overleed in 1101 gedurende een kruistocht op het eiland Cyprus. Zijn zoon Welf V (II) had in 1089 met de 25 jaar oudere Mathilde van Tuscië in schijn een huwelijk gesloten om zich van haar aanzienlijke bezittingen meester te maken, maar verliet haar, zoodra hij vernam, dat zij alles vermaakt had aan den paus. Hij volgde zijn vader op in de hertogelijke waardigheid in Beieren, was een ijverig aanhanger van Hendrik V en overleed kinderloos in 1119. Al de goederen der Welfen vielen nu ten deel aan zijn broeder Hendrik den Zwarte. Deze trad in het huwelijk met Wulfhilde, een dochter van hertog Magnus van Saksen, en verwierf daardoor de helft der erfgoederen van het geslacht Billung, waaronder zich Lüneburg bevond. Zijn zoon Hendrik de Trotsche kreeg door zijn huwelijk met Oeertruid, de eenige dochter van keizer Lotharius, het erfrecht op de aanzienlijke goederen van Brunswijk, Northeim en Supplinburg, en ontving van zijn keizerlijken schoonvader bij het hertogdom Beieren ook nog het hertogdom Saksen, zoodat hij een aanzienlijke macht bezat, die een belangrijk tegenwicht vormde tegen den toenemenden invloed van de Hohenstaufen. Onder zijn zoon, Hendrik den Leeuw, ontstond een openlijke strijd tusschen de beide geslachten, zoodat de naam Welfen (Italiaansch: Guelfen) een algemeene naam werd voor de tegenstanders van de Hohenstaufen (zie Ghibellijnen).

Een andere zoon van Hendrik den Zwarte, namelijk Welf VI, streed na den dood van zijn broeder Hendrik den Trotsche voorspoedig om het aan dezen ontnomen hertogdom Beieren, totdat hij door koning Koenraad III in den slag bij Weinsberg (1140) overwonnen werd. Welf verzoende zich later met Koenraad 111, vergezelde hem in 1147 op zijn kruistocht en verkreeg van den zoon zijner zuster, Frederik 1, bij de bezittingen van het Huis Este in Opper-Italië aanzienlijke rijksleenen, zooals Tuscië, Spoleto enz., in Midden-Italië. Na den vroegtijdigen dood van zijn eenigen zoon Welf VII (f 1167 te Rome) stond hij zijn bezittingen in Italië aan den keizer af, terwijl hij hem ook tot erfgenaam van zijn familiegoederen in Zwaben maakte. Hij overleed den 15del1 December 1191, en Hendrik VI schonk de bezittingen der Welfen in Zwaben met het hertogdom aan zijn derden broeder Koenraad. Hendrik de Leeuw verloor in 1180 zijn hertogdommen Saksen en Beieren aan keizer Frederik I. De Welfen behielden alleen de Billingsche erfgoederen en het erfgoed van keizer Lotharius, die in 1235 tot het hertogdom Brunswijk werden verheven. Otto

IV, de zoon van Hendrik den Leeuw, werd in 1209 keizer van Duitschland. Zijn neef Otto het Kind (f 1252), een kleinzoon van Hendrik den Leeuw, is de stamvader van het huis Brunswijk, dat zich in vele lijnen vertakte, waarvan tenslotte de lijnen Brunswijk-Wolfenbuttel en Brunswijk—Luneburg overbleven. De eerste stierf den 18den October 1884 met hertog Wilhelm van Brunswijk uit, de laatste, die den naam Hannover aannam, ontving in 1692 de keurvorstelijke waardigheid en besteeg met George I in 1714 den troon van Groot-Brittannië en Ierland, dien zij nog bezit. Bij de troonsbestijging van koningin Victoria kwam Hannover in het bezit van haar oom Ernst August, in 1866 werd de laatste koning van Hannover George V onttroond en kwam Hannover aan Pruisen, waarna in Hannover, op aansporing van George, een Welfenpartij ontstond, die het koninkrijk weder trachtte te verkrijgen. Toen na den dood van George zijn zoon Ernst August, hertog van Cumberland, zijn rechten op Hannover handhaafde, werd hem in 1885 ook de troonsopvolging in Brunswijk ontzegd, terwijl hij ook in 1907 bij de keuze van een regent werd voorbijgegaan.

Welfenfonds was een fonds, gevormd uit het vermogen van den voormaligen koning van Hannover, Georg V, dat den 2den Maart 1868 was gesequestreerd. Het werd door een Pruisische commissie beheerd, terwijl men uit de rente de anti-Welfische propaganda bekostigde (zie ook Reptiltënfonds). Sedert 1879 ontving de weduwe van Georg V, koningin Marie, benevens haar dochters een jaarlijksche rente van 240 000 mark uit het Welfenfonds. Nadat de zoon van Georg V, de hertog van Cumberland, in 1892 in een brief aan keizer Wilhelm,II had beloofd iedere vijandige daad te zullen nalaten, werd de sequestratie opgeheven en het geheele kapitaal van 60 millioen mark aan den hertog uitbetaald.

Weihaven, Johann Sebastian Cammermejer, een Noorweegsch dichter, geboren den 22sten December 1807 te Bergen, studeerde te Christiania, werd in 1840 lector, in 1846 hoogleeraar in de wijsbegeerte te Christiania en overleed aldaar den 21eten October 1873. Hij leefde in een tijd van gisting op staat- en letterkundig gebied. Hij sloot zich aan bij de Deensche beschaving en stond als zoodanig tegenover Wergeland en de stseng nationale richting. Van zijn dichtwerken vermelden wij: „Norgea damring"(1834), „Tre dusin compleminter til Hendrik Wergeland" (1832), „Hendrik Wergelands digtekunst og charakter" (1833) en een viertal dichtbundels. Verder schreef hij: „Reisebilleder og digte" (1851), „Holberg" (1854) en „Ewald og de norske digtern"(1863). Zijn „Samlede skrifter" zijn in 1868 in 8 deelen in het licht verschenen, een bloemlezing uit zijn gedichten verscheen in 1896 van Lochen.

Weli (Arabisch: wali = iemand, die nabij is) noemt men een godvruchtig man, die door het doen van wonderen en door een leven van onthouding zich den roep van heilige heeft verworven. In Arabische landen verstaat men onder weli ook het grafteeken van een Mohammedaansch heilige. Het wordt meestal op hoogten en bergtoppen opgericht.

Welikij Oestjoeg', Zie Oestjoeg Welikij.

Welkomstbaai, een inham op de westkust van Java, ligt tusschen de Tji Goekoelang of Java's

XVI

5

Sluiten