Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2de Punt fin de Tji Lesoeng'of Java's 3de Punt en dringt zeer diep landwaarts in. Langs de westkust van de baai loopt een koraalrif, dat op sommige plaatsen ruim 300 m. breed is, aan de oostkust vindt men een goede ankerplaats. Het zuidelijk gedeelte is geheel onbevaarbaar. In de baai liggen eenige eilandjes.

Wellandkanaal, een kanaal in de Canadeesohe provincie Ontario, aldus naar de gelijknamige rivier en plaats genoemd, verbindt het Ontario- met het Erie-meer en dient om den Niagarawaterval te kunnen omvaren. Het loopt van Port Colborne naar Port-Dalhouse, is 4,2 m. diep en 43 km. lang. Over dien afstand maken 26 sluizen een niveauverschil van 100 m. mogelijk. De kosten van aanleg bedroegen 25,4 millioen dollar.

Wellby, Montague, een Engelsch officier en onderzoekingsreiziger, geboren in 1876, trok met Malcolm in 1896 dwars door het Tibetaansche hoogland, bezocht in 1894 Somaliland, trok in 1898—1899 door Abessinië naar het Rudolfmeer en vervolgens, door een gedeeltelijk nog onbekend gebied, naar den Sobat en den Nijl. Hij schreef: „Through unknown Tibet" (1898). In den Boerenoorlog gewond, overleed hij den 5"''" Augustus 1900. Na zijn dood verscheen: ,,'Twixt Sirdar and Menelik. An account of a year's expedition from Zeila to Cairo through unknown Abyssinia" (1901).

Wellekens, Jan Baptisia, een Nederlandsch dichter, geboren den 13den Februari 1658 te Aalst in Vlaanderen, oefende zich bij zijn oom te Amsterdam in het goudsmeden, doch toonde meer lust en aanleg voor de schilderkunst. Na hierin eenig onderricht te hebben genoten, begaf hij zich naar Italië, waar hij elf jaar vertoefde; doch verzwakking van het gezicht en een aanval van beroerte maakten hem ongeschikt voor de schilderkunst, zoodat hij zich naar Amsterdam begaf. Hier trad hij in het huwelijk en beoefende de dichtkunst. Op het voetspoor van den Italiaanschen dichter Sannazaro trachtte hij hier den visscherszang in te voeren. Hij overleed te Amsterdam den 14aen Mei 1726. Hij gaf zijn gedichten uit met die van zijn vriend P. Vlaming onder den titel van „Dichtlievende uitspanningen" (1711, 2de druk, 1735), terwijl na zijn dood drie bundels van hem in het licht verschenen, namelijk: „Verscheiden gedichten"(1729), „Bruiloftsliederen" (1729) en „Zedelijke en ernstige gedichten" (1737). Bij zijn vertaling van den „Aminta" (1715) van Tasso voegde hij een verhandeling over het herdersdicht.

Wellen noemt men de kunstbewerking, waardoor twee stukken van hetzelfde metaal tot één geheel verbonden worden. Vroeger geschiedde dit alleen met ijzer en staal. Daartoe bewerktemen de voor samenvoeging bestemde stukken door vlaksmeden, hameren enz. zoodanig, dat zij elkander over een groote oppervlakte konden aanraken. Daarna werden zij verhit, op elkander gelegd en vervolgens door snelle hamerslagen of door persing in een bankschroef, pers of wals, vereenigd. Het verhitten geschiedt in een smidsvuur of weioven, of bijv. bij het vervaardigen van blikken buizen, door middel van een brandend mengsel van waterstof met zuurstof of watergas of van acetyleengas met zuurstof (autogeen wellen). Daar goed wellen slechts bij volkomen zuivere metaaloppervlakten mogelijk is, bestrooit men ze met een stof (zand, glaspoeder,

borax, weipoeder enz.), die met het ijzeroxyd op de oppervlakte slakken vormt, welke gemakkelijk verdwijnen. Door gebruik te maken van den electrischen stroom kunnen ook andere metalen geweld worden. Het verhitten geschiedt door den lichtboog tusschen de koolspitsen, de verbinding door kleine, door een electromotor gedreven hamertjes, terwijl de lichtboog zich langs de weinaad beweegt. Ook geschiedt de verbinding wel door een sterken stroom, die geleid wordt door de tegen elkander aangelegde werkstukken en tengevolge van den weerstand bij de raakvlakten warmte voortbrengt. Zie ook Aluminothermie.

Wellesley is de naam van een Engelsch geslacht, dat van dat der Colley's of der Cowley's van Rutland, die onder Hendrik VIII naar Ierland vertrokken, afstamt. Richard Colley werd in 1728 door zijn neef Garrett Wesley of Wellesley tot erfgenaam benoemd onder voorwaarde, dat hij den naam en het wapen van Wellesley zou voeren. In 1746 werd hij door Georg II tot pair van Ierland benoemd met den titel van baron Mornington. Hij overleed den 31slen Januari 1758. Zijn zoon Garret Colley-Wellesley, geboren den 19den Juli 1735, werd in 1760 viscount Wellesley en graaf Mornington. Hij overleed den 22sten Mei 1781 en liet 5 zonen na, van welke de derde later hertog van Wellington (zie aldaar) werd. De oudste, Richard Cowley, sedert 1797 baron Wellesley in Engeland en sedert 1799 markies Wellesley in Ierland, geboren te Dublin den 20s,en Juni 1760, erfde in 1781 de goederen en titels van zijn vader, werd weldra gekozen tot lid van het Lagerhuis en door George 111 benoemd tot lord der schatkamer, vervolgens tot commissaris voor de Indische aangelegenheden en in 1797 tot gouverneur-generaal van Indië. Toen aldaar in 1799 het gevaarlijk verbond tusschen Tippo Sahib, radja van Mysore, en de Franschen gesloten werd, verhinderde Wellesley de vereeniging dier bondgenooten, versloeg Tippo Sahib den 4den en 6den Maart, veroverde den 4den Mei zijn hoofdstad Seringapatam en onderwierp geheel Mysore aan de Britsche heerschappij, waarna de koning hem tot markies benoemde. In 1803 opende hij een veldtocht tegen de Maharatten, veroverde Dehfi,'zorgde, dat de groot-mogol zich uitsluitend onderwierp aan het gezag van Engeland en noodzaakte de vijanden tot een voor Engeland voordeeligen vrede. In 1805 werd hij door Comwallis vervangen. In het begin van 1809 vertrok hij als Britsch gezant naar de Centrale Junta in Spanje en tegen het einde van dat jaar werd hij met de portefeuille van Buitenlandsche Zaken belast, die hij tot 1812 behield. Hoewel hij tot de Tories gerekend werd, deed hij in de zitting van 1812 het voorstel tot opheffing der wetten tegen de R. Katholieken. Van 1821—1828 en later van 1833—1834 was hij lord-luitenant van Ierland. Hij overleed den 268ten September 1842 op Kingston House bij Brompton. Den graventitel erfde zijn broeder William Wellesley-Pole, geboren den 20sten Mei 1763. Hij was van 1809—1812 staatssecretaris van Ierland, zag zich daarna benoemd tot muntmeester, in 1821 tot baron Maryborough en tot pair van Engeland, in 1828 tot opperjagermeester en was van 1834—1835 postmeester-generaal. Hij overleed den 228ten Februari 1845. Zijn zoon William Wellesley, graaf van Mornington, geboren den 12den Juni 1788, maakte zich berucht door zijn grenzelooze verkwisting, zoodat

Sluiten