Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de middelbare en hoogere zijn meest particulier, maar worden door de regeering ondersteund. Het meerendeel van de bevolking belijdt den Protestantschen godsdienst. De spoorlijnen hadden in 1906 een lengte van 3 720 km., de post verzond door 243 kantoren 15 587 959 brieven en briefkaarten en

Wapen van WestAustralië.

8 578 410 dagbladen, de telegraai door 9 976 km. lijnen 1 528 593 telegrammen. Voor eenige jaren zijn groote waterwerken aangelegd om de goudvelden van Coolgardie van water te voorzien. Hot plan bestaat, deze leiding ook aan den landbouw dienstig te maken. Ook heeft men diepboringen verricht om water te verkrijgen. In 1906 werd te Bavswater een station voorhet inter¬

nationaal onderzoek van de poolshoogte opgericht.

West-Australië, tot 1890 een kroonkolonie, bezit een representatief regeeringsstelsel met een gouverneur, die door Engeland wordt benoemd (sedert 1903 admiraal sir Frederik Bedford), een Hoogerhuis met 30 en een Lagerhuis met 50 leden. De inkomsten bedroegen (1909) £ 3 816 271, de uitgaven £ 3 906 836. De openbare schuld bedroeg (1906) £18058553.Hetleger bestaat(1905)luit 62<permanente krijgslieden, 631 man veldtroepen, 542 vrijwilligers, 11 reservesoldaten en 2493 schutters, tezamen 3 739 manschappen. De hoofdstad is Perth; tot de voornaamste steden behooren verder Freemantle, Halgoorlie, Coolgardie en Boulder.

In 1826 begon de kolonisatie van West-Australië door het uitzenden van een afdeeling soldaten en gedeporteerden van Svdnej' naar King-Georgesont. Een Engelsche maatschappij ontving in 1829 groote stukken land, de kolonisatie had echter weinig succes, zoodat de maatschappij in 1850 verzocht veroordeelden te zenden. Tot 1868 werden ongeveer 10 000 mannen naar West-Australië gebracht. Daarna hield de deportatie op. Daar uit verschillende ontdekkingsreizen bleek, dat het groot ste deel van het land niet zeer vruchtbaar was, ging de kolonie slechts langzaam vooruit, totdat in 1887 groote hoeveelheden goud werden gevonden.

West-Australische stroom. Zie Zeestroomen.

Westcott, Brooke Foss, een Engelsch godgeleerde, geboren den 12den Januari 1825 in de nabijheid van Birmingham, studeerde te Cambridge en werd in 1849 gekozen tot fellow van Trinity-College. In 1850 trad hij in den geestelijken stand. Van 1852 tot 1869 was hij werkzaam als leeraar in de school te Harrow en werd daarna kanunnik van de hoofdkerk' te Petersborough. In 1870 werd hij hoogleeraar in de theologie aan de universiteit te Cambriage, in 1879 kapelaan der koningin, in 1883 kapelaan van den aartsbisschop van Canterbury en in datzelfde jaar kanunnik van de Westminsterabdij. Hij overleed te Auckland den 27aten Juli 1901. Hij was lid van de commissie tot herziening van de Engelsche Bijbelvertaling. Van zijn geschriften noemen wij: „Elements of Gospel harmony" (1851), „History of the Canon of the New Testament" (1855), „Characteristic of the Gospel miracles" (1859), „An introduction to the study of the Gospels" (1860), „The bible and the church" (1864), „The Gospel of the resurrection" (1866), „History of the English bible" (1869), „The Chris-

tian life manyfold and one" (1869) en „The religious office of the universities" (1873).

Westdongeradeel, een gemeente in de provincie Friesland, 6642 H. A. groot met (1910) 7 845 inwoners, wordt begrensd door de Friesche Wadden en door de gemeenten Ferwerderadeel, Dantumadeel, Dokkum en Oostdongeradeel. De bodem bestaat uit klei, meest vermengd met zand. Landbouw is het voornaamste middel van bestaan, verder wordt er veeteelt en visscherij uitgeoefend. De gemeente is administratief verdeeld in de dorpen Ternaard, Betterwird, Bornwerd, Brantgum, Foutgum, Hantum, Hantumer-Uitburen, Hantumhuizen, Hiaure, Holwerd, Nes, Raard, Waaksens en Wierum. In den Franschen tijd was Westdongeradeel verdeeld in de mairiën Holwerd, Nes en Ternaardi

Westenberg;, Johannes Ortwinus, een Nederlandsch rechtsgeleerde, geboren den 208ten Mei 1667 te Nyenhuis in het graafschap Bentheim, waar zijn vader lijfarts van den graaf was, ontving zijn aanvankelijke opleiding te Bentheim en te Lingen, studeerde te Steinfurth, Franeker, Harderwijk en Groningen en promoveerde te Harderwijk den 7don October 1687 op een dissertatie: „De usuris" tot doctor in de beide rechten. Een jaar daarna werd hij hoogleeraar te Steinfurth, in 1695 te Harderwijk, in 1706 te Franeker en in 1723 te Leiden, waar hij den l8ten Juli 1737 overleed. Behalve een aantal orationes en disputationes leverde hij: „Principia juris secundum ordinem Institutionum" (1699 en later), „Principia juris secundum ordinem Digestorum" (1712 cn later, waarvoor hij van Curatoren van Harderwijk een eergeschenk van 100 ducatons ontving), „De causis obligationum" (1604) en „Divus Marcus sive dissertationes ad constitutiones Marei Anrelii Antonini imperatoris" (1736).

Westenberg, Ernestus Wilhelmus, een broeder van den voorgaande, studeerde in de geneeskunde te Harderwijk en vestigde zich als arts te Amsterdam, waar hij in 1701 tot hoogleeraar en archiater werd benoemd. Tot tweemaal toe bekleedde hij er het rectoraat, en verdronk den 12den November 1712. Hij schreef: „Consilia de methodica medicinae instructione" (1702) en „Viridarium Academiae Hardervicensis herbarum et usualium plantarum catalogus" (1709).

Westenberg1, Pieter George, een Hollandsch schilder van landschappen en stadsgezichten, werd geboren te Nijmegen in 1791 en overleed te Brammen den 26atcn December 1873. Hij was een leerling van Jan Hulswit. Van 1814—35 was hij te Amsterdam woonachtig, daarna te Haarlem. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam en in het Museum Boymans te Rotterdami

Westend is het gedeelte van Londen, dat door de voorname wereld bewoond wordt. In navolging daarvan is deze naam ook in andere steden ingevoerd, bijv. voor een villa-kolonie bij Charlottenburg.

Westendorp, Nicolaas, een Nederlandsch oudheidkundige, geboren te Farmsum den ll«en Februari 1773, studeerde te Groningen in de godgeleerdheid, was achtereenvolgens predikant te Sebaldeburen, Loppersum en Losdorp, maakte zich in 1809 bekend door de uitgave van een oudheidkundig geschrift en werd in i815,1820 en 1826 door

Sluiten