Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Westfalen, een voormalig hertogdom, behoorde oorspronkelijk tot het hertogdom Saksen en vormde daarvan het westelijkste deel. Bij de vernietiging van het hertogdom Saksen, nadat Hendrik de Leeuw in 1180 in den ban was gedaan, kwam aartsbisschop Philips van Keulen in 1180 in het bezit van de hertogelijke macht in Westfalen, dat op kerkelijk gebied gedeeltelijk tot zijn aartsbisdom behoorde, alsmede van talrijke bezittingen van Hendrik den Leeuw, zooals Ruden, Brilon, Winterberg, Attendorn enz. De wereldlijke heerlijkheden binnen het hertogdom bleven bestaan; vele van deze waren leengoederen van Keulen, andere kwamen tot een zekere mate van zelfstandigheid, en nog andere werden door Keulen als rijksleenen verkregen, zooals het graafschap Arnsberg (1368). Daarnaast ontstond echter in Westfalen een territorium van KeurKeulen met een eigen grondwet en eigen landstanden, dat slechts in een oppervlakkig verband stond met de bezittingen van den Keulschen keurvorst aan den Rijn. Het hoogste regeeringslichaam was de Westfaalsche kanselarij, aan welks hoofd een landdrost stond, die tegelijk keurvorstelijk stadhouder was. De staatsinkomsten bedroegen 400 000 gulden. Na de verdeeling in kreitsen behoorde Westfalen met uitzondering van de bezittingen van Keur-Keulen tot de Nederrijnsch-Westfaalsche kreits. Het had ten slotte een oppervlakte van 3 965 v. km. en telde 196 000 inwoners in 25 steden en 9 vrije heerlijkheden. In 1803 werd het gebied van Keur-Keulen met uitzondering van de stad Volkmarsen, welke aan Hessen-Kassei ten deel viel, als schadeloosstelling toegekend aan Hessen-Darmstadt. Dit laatste stond het op het Congres te Weenen aan Pruisen af.

Westfalen, een voormalig koninkrijk, een vazalstaat van het Fransche keizerrijk, werd door Napoleon 1 ten gevolge der bepalingen van het vredesverdrag van Tilsit door een besluit van den 18den Augustus 1807 uit de hertogdommen Brunswijk, Keur-Hessen (gedeeltelijk), de Pruisische landen Altmark, Maagdenburg, Halberstadt, Hohnstein, Hildesheim, Goslar, Quedlinburg, Eichsfeld, Mühlhausen, Nordhausen, Paderborn, Minden, Ravensberg, Munster en Stolberg-Wernigerode, de Hannoversche landen Göttingen, Grubenhagen de distrikten van den Harz, Osnabriiclc, het Saksische gedeelte van het graafschap Mansfeld en de Saksische ambten Gommern, Querfurt, Barby en Treffurt, het gebied van Korvei en het graafschap KaunitzRietberg gevormd. Het had een gezamenlijke oppervlakte van 37 883 v. km. met nagenoeg 2 millioen inwoners. De inkomsten van het koninkrijk bedroegen 9'/4 millioen taler, het moest aan het leger 25 000 soldaten verschaffen. Napoleon schonk de kroon van dit rijk aan zijn jongsten broeder Jeróme, die den 10aen December 1908 zijn intrede deed te Kassei en aan het volk een nieuwe grondwet verleende, op de leest van die van Frankrijk geschoeid. De Rijksstanden telden 100 leden, namelijk: 70 vertegenwoordigers van den grondeigendom, 15 van den handelsstand of de nijverheid en 15 van de wetenschap. De grondwet bevatte onderscheiden vrijzinnige bepalingen en beloofde belangrijke hervormingen. Er werd echter een bureaucratisch bestuur ingesteld onder leiding van drie Franschen Jollivet, Siméon en Beugnot, dat het land weldra naar Fransch voorbeeld in acht departementen verdeelde, en Napo¬

leon matigde zich het recht aan van een willekeurige beschikking. De helft van alle domeinen eigende hij zich toe om daarmede zijn generaals te beloonen, verder moest het land een Fransche bezetting van 12 500 man te Maagdenburg onderhouden. Daarenboven moesten zware oorlogslasten aan Frankrijk worden betaald. De financiën bevonden zich dan ook van den beginne af aan in een slechten toestand, waaraan ook de beide verdienstelijke ministers van Financiën Von Bülow en Malchus niets konden veranderen. De Rijksstanden bezaten alleen in schijn invloed. Handel en nijverheid waren geheel vervallen, het volk werd door de weelderige hofhouding sterk gedrukt. De ondernemingen van Katte en Dörnberg, de strooptocht van Schill, de opstand van den Hessischen kolonel Emmerich en de krijgstocht van den hertog van Brunswijk brachten geen verandering. De vereeniging van het rijk met het grootste gedeelte van Hannover, waardoor het een aanwinst verkreeg van 25 769 v. km. met 647 000 inwoners, schonk aan de bevolking geenerlei voordeel, want Hannover was reeds sedert 1806 stelselmatig door de Franschen uitgezogen. In het laatst van 1810 werd al het land tusschen de Noordzee en een lijn, getrokken van den mond der Lippe naar de Eems boven Telgte, vervolgens naar den mond der Werra en eindelijk naar de Elbe boven den mond der Stecknitz, bij Frankrijk ingelijfd, zoodat het koninkrijk Westfalen na dien tijd een uitgebreidheid had van slechts 45 427 v. km. met ruim 2 millioen zielen. Er kwam nog bij, dat Westfalen zich belasten moest met de verzorging van 6 000 Franschen en het soldatencontingent bij den Rijnbond verhoogd werd. In 1813 moesten de bewoners van Westfalen zich opnieuw de grootste offers laten welgevallen, doordien men hen verplichtte, het in Rusland vernietigde leger en de uitrusting daarvan weder op den voormaligen voet te brengen. De grondbelasting werd verhoogd,maar het ontbrak overalaan geld, en de bedreiging der doodstraf voor eiken deserteur en van driejarigen dwangarbeid voor elk verzet tegen de conscriptie bewees duidelijk genoeg, welke middelen men moest aanwenden, om zich soldaten te verschaffen. Reeds in Augustus liep een gedeelte der Westfaalsche ruiterij aan de grenzen van Bohemen over tot de Oostenrijkers. Den 25sten September werd Brunswijk door het vrijkorps van Marwitz overvallen, drie dagen later verscheen Tsjernysjew voor Kassei. De koning nam ijlings de vlucht en liet de verdediging der stad over aan generaal Alix, deze capituleerde echter reeds den 30stcn September, liet haar in handen der Kozakken en trok met de kleine bezetting af. Tsjernysjew verklaarde nu het koninkrijk voor opgeheven, doch verliet Kassei reeds den 3den October en rukte voorwaarts naar de Elbe, waarop Alix de stad bezette. Den 16(Jen October begaf zich de koning weder derwaarts, maar om zijn residentie den 268"-1" daaraanvolgende voor altijd te verlaten. Daardoor kwam er een einde aan het koninkrijk Westfalen.

Westfalen, een provincie van het koninkrijk Pruisen (zie de kaart Rijnprovincie, Westfalen ene. I), werd in 1815 uit het hertogdom Westfalen en Engeren en een groot aantal graafschappen, vorstendommen, bisdommen en heerlijkheden gevormd, waaraan in 1851 de stad Lippstadt is toegevoegd. De provincie grenst in het noorden aan Hannover, in het oosten aan Hannover, Schaumburg-Lippe, Rin-

Sluiten