Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inslaan te regelen. Deze ontvangt namelijk van een naast het vliegwiel a gelegen excentriek een schommelende beweging, zoodat de ketting bij het sprong maken wordt gevierd, terwijl hij in het tegenovergestelde geval wordt ingekort. Bij elastische garens gebruikt men vaste sleepboomen, strijkboom of strijkrichel geheeten. Ook brengt men op den sleepboom wel een gemakkelijk draaibare rol aan, die door het garen wordt meegenomen. De kruisroeden dienen tot het schiften van de kettingdraden, de zand- of glasboom dient voor het opwinden van het weefsel. Deze bestaat uit een houten rol, waar omheen raspvormig metaalblik in spiraalgangen is gewonden. Door gewichten en daaraan gekoppelde hefboomen wordt een doekboom met kracht tegen den glasboom gedrukt. Doordat een arm van de hefboomen, die den doekboom tillen, korter wordt, wanneer de doekboom zich vult, blijft de drukking tegen den glasboom constant. Het heen en weer gaan van de lade wordt door een klinkwerk omgezet in een gelijkmatige, langzame wenteling van den glasboom, die daardoor het weefsel medeneemt en het kettinggaren van den kettingboom afwikkelt. De breedhouders bestaan uit kleine walsjes, die aan den omtrek van naaldpunten voorzien zijn, waarover het weefsel met de zijkanten loopt. De kammen zijn bij de stoomstoelen eenigszins anders samengesteld dan bij de handstoelen. Men heeft hier n. 1. de gedwongen kambeweging, d. w. z. dat de daling van de eene kam of het eene kammenpaar de rijzing van de andere kam of het andere kammenpaar tengevolge heeft. De treden worden in beweging gebracht door de drukking van excentrische schijven. De lade bezit den vorm van een raam, dat om een daar onder gelegen ladenas draaibaar is. Daarboven bevindt zich het ladeblok en het ladedeksel of kap. Over de bovenzijde van het ladeblok, de zoogenaamde ladebaan of brug, beweegt zich de schietspoel heen en weer. Tusschen het ladeblok en het ladedeksel bevindt zich het riet. De voor- en achterwaartsche beweging van de lade wordt van uit de hoofdas door krukken en krukstangen bewerkt. De schietspoelen komen in hoofdzaak overeen met die, welke men bij de handweefgetouwen aantreft. De beide pikkers zijn door slagriemen verbonden met 2 slagarmen of stokken, welke aan de verticale assen a, en a 2 zijn vastgeschroefd. Aan deze assen zijn de slagballen of kegels bevestigd, die tegen slagexcentrieken rusten. De slagexcentrieken zijn in tegengestelden stand op een as bevestigd. Bij wenteling van deze as worden afwisselend a, en a 2 plotseling over een kiemen hoek gedraaid, waardoor- beurtelings de beide pikkers in beweging worden gebracht. Om de machine stop te zetten, draagt de hoofdas van het getouw een vaste en een losse schijf, benevens een paar kleine vliegwielen, waarvan het eene als remschijf dienst doet voor het geval, dat de drijfriem op de losse schijf wordt geschoven.. De riemleider is verbonden aan een stuk, dat door veerwerking neiging bezit om den riem op de losse schijf te brengen en daardoor de machine stop te zetten. Men kan echter dit stuk (stopzetter) gemakkelijk in een gleuf van het toestel zóó plaatsen, dat de werking van de veer wordt tegengegaan en dus de machine in gang blijft. Het stop zetten gaat gepaard met het automatisch aanleggen van het remblok. Verder zijn er aan het toestel eenige inrichtingen, die dienen om de

machine stop te zetten, wanneer er onregelmatigheden in den gang optreden, zooals bijv. het niet geheel overschieten van de spoel, het uitvliegen van de spoel en het breken van den inslagdraad. Aan de lade is een inrichting bevestigd, die in normale omstandigheden de ladebeweging medemaakt, doch bij het uitschieten of het overschieten van de spoel den genoemden stopzetter uitdegleufduwt, zoodatde veer daarvan het stopzetten en het remmen bewerkt. Om de machine stop te zetten, wanneer de inslagdraad gebroken is, dient de zoogenaamde inslagwachter, die bestaat uit een drietandige vork, welke aan de lade ter zijde van het riet is bevestigd en gemakkelijk draaibaar is. De loodrecht naar beneden gebogen tanden raken bij eiken normalen ladeslag aan den inslagdraad, die op de plaats van de vork gesteund wordt door een klein roosterwerk, in welks gleuven de vorktanden gemakkelijk kunnen wegschieten. Door eenig overwicht neemt de vork bij het ontbreken van den inslagdraad zulk een stand aan, dat de tanden door de gleuven van het roosterwerk steken, waarbij tevens door de beweging van de lade, die deze geheele inrichting draagt, de stopzetter in werking treedt en de machine stil blijft staan. Het stopzetten van de machine, wanneer een van de kettingdraden breekt, geschiedt meestal met de hand. Men heeft echter ook automatische kettingwachters, die bij het breken van een kettingdraad een electrisch contact doen ontstaan, tengevolge waarvan een electromagneet zijn werking op den stopzetter uitoefent.

Wanneer het aantal bindingswijzen van de inslagdraden aanzienlijk stijgt, heeft men afzonderlijke inrichtingen voor het heffen van de kammen. Hiervoor dient bijv. de trommel, een draaibaar machinedeel, dat zich in een afzonderlijk raam naast den stoel bevindt en waarop losse sectorstukken geschroefd kunnen worden, meestal 8, soms ook meer. Deze sectoren worden onderscheiden in rijzers, die de daarop werkende kaïn opheffen, en zinkers, die haar doen dalen. Voor eiken inslag draait de trommel over een sector; na een geheele omwenteling is een patroon voltooid en keert dan terug. Een soortgelijke inrichting is de tredmacliine, waarbij de kamtreden in de vereischte volgorde worden neergedrukt door pennen van 4—6 cm. lengte, die gezamenlijk aan een ijzeren plaat zijn vast geschroefd, waarvan er een aantal tot een soort ketting zonder einde zijn vereenigd, zoodanig, dat voor eiken nieuwen inslagdraad een volgende penplaat op de treden werkt. Het aantal pennen op de plaat komt met het aantal kammen overeen, het aantal penplaten is gelijk aan het aantal inslagdraden van het rapport. Bij de stoomweefgetouwen maakt men ook gebruik van dedolby, kam- of schachtmachine, meestal echter is de inrichting iets meer samengesteld, zoodat men er sneller mede kan werken. Bij de eenvoudigste machine, de zoogenaamde single lift d o b b y worden de messen voor elke sprongwisseling zoowel omhoog als omlaag bewogen, bij de doublé lift dobbyis één beweging voldoende om vak te maken.

Slechts in weinige gevallen wordt het weefsel zoo gebruikt, als het van den weefstoel komt, meestal ondergaat het nog een aantal bewerkingen, die men samenvat onder den naam appreteeren (zie aldaar en Appreteermachines).

Dea weefkunst is reeds] zeer oud.^zij kwam ~al

Sluiten