Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan lange snorren. De vacht is roodachtig bruin; de rand van de bovenlip, de geheele buikzijde alsmede de binnenkant van de pooten zijn wit. In N. lijke streken is zij des winters witbruin gevlekt. Zij komt voor in geheel Europa en N. Azië, bewoont vlakke en bergachtige streken, boomlooze vlakten en bosschen en vertoeft in holle boomen, steenhoopen enz., 's winters in schuren, kelders enz. Haar voedsel bestaat uit muizen, mollen, ratten, kikvorschen, jonge hazen en konijnen, hoenders, duiven en andere vogels; ook eet zij eieren. In Mei of Juni werpt het wijfje 5—7 jongen. In vele streken houdt men de wezel voor gevaarlijk; haar adem en zelfs haar blik zouden ziekte en dood veroorzaken; in andere streken daarentegen gelooft men, dat haar aanwezigheid geluk brengt.

Wezel, een stad en vesting in het Pruisische distrikt Düsseldorf, aan den Rijn, waarover van 1872—1873 een spoorwegbrug is gelegd, aan de Lippe en aan een aantal spoorwegen, is de zetel van een paar rechtbanken, van een Kamer van Koophandel, van de Neder-Rijnsche verzekeringmaatschappij enz. Er zijn drie Protestantsche kerken, waaronder de Willebrordkerk, tusschen 1424—1540 gebouwd en van 1883—1896 gerestaureerd, en de Mathenakerk van 1429 met een toren ter hoogte van 102 m., verder 2 R. Katholieke kerken, een synagoge, een stadhuis, van 1390—1396 in Gotischen stijl gebouwd, een gouvernementshuis, in 1417 door hertog Adolf van Kleef gesticht, maar thans de woning van den kommandant, een gymnasium, een hoogere burgerschool, een NederRijnsch museum, een Protestantsch en een R. Katholiek ziekenhuis, een militair hospitaal, onderscheiden tuighuizen en kazernes, een schouwburg, onderscheiden instellingen van weldadigheid en een haven. De vestingwerken zijn met uitzondering van een citadel en van 4 buitenforten sedert 1890 geslecht. Op het Excercitieplein verheft zich een gedenkteeken, in 1835 gesticht ter gedachtenis aan elf Pruisische officieren van het vrijkorps van Schill, die aldaar den 16den September 1809 op bevel van Napoleon I werden doodgeschoten, op het Keizerplein vindt men een standbeeld van keizer Wilhelm I, op het Marktplein een oorlogsmonument. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 23 237 inwoners. De stad bezit een aantal fabrieken en een levendigen handel. Wezel behoorde aanvankelijk tot het Duitsche rijk, kwam in de 13de eeuw aan de graven van Kleef, en ontving van Dietrich VI (1241) stedelijke rechten. In 1368 kwam de stad in het bezit van graaf Engelbert III von der Marlc, in 1391 weder aan Kleef. In weerwil van deze afhankelijkheid werd zij in 1521 nog steeds als een rijksstad beschouwd, inzonderheid wegens de privilegiën, welke zij van graaf Johann (1347—1368) verworven had. Ook behoorde zij tot de Hansa. Na het uitbreken van den Jülich-Kleefschen Successieoorlog viel zij in handen van de Spanjaarden, die den paltsgraaf Wolfgang von Neuburg ondersteunden (26 Augustus 1614), en deze voerde er 15 jaren heerschappij, totdat Frederik Hendrik, prins van Oranje, zich den 18den Augustus 1629 door een krijgslist van haar meester maakte en haar aan Brandenburg afstond. Van 1672—1674 en gedurende den Zevenjarigen Oorlog bleef de stad in de macht der Franschen. Bij het verdrag van Schönbrunn (15 December 1805) werd zij aan Napoleon I

afgestaan, in 1806 aan het groothertogdom Berg toegevoegd, in 1810 ingelijfd in Frankrijk en verviel in 1814 weder aan Pruisen.

Wezel, Johann Karl, een Duitsch schrijver, geboren te Sondershausen den 31sten October 1747, studeerde te Leipzig, werd huisonderwijzer in de Lausitz, was daarna schouwburgdichter te Weenen, maar vestigde zich spoedig daarna te Leipzig, waar hij zich uitsluitend aan de schrijversloopbaan wijdde. In 1786 verviel hij tot krankzinnigheid. Van zijn talrijke romans verdienen: „Lebensgeschichte Tobias Knauts des Weisen" (4 dln., 1773—1776), „Belphegor" (2 dln., 1776), en „Hermann und Ulrike" (4 dln., 1870) vermelding. Zijn „Lustspiele" (4 dln., 1778—1787) vonden op het tooneel weinig bijval. Hij overleed den 28sten Januari 1819 te Sondershausen.

Wezen wordt in het gewone spraakgebruik zoowel gebruikt voor dat wat is of bestaat, als voor dat, wat iets is, d. i. als inbegrip van die eigenschappen, welke een ding of een klasse van dingen van alle andere onderscheiden. Wezenlijk (essentieel) noemt men daarom ieder kenmerk, dat noodzakelijk bij een begrip of een voorwerp behoort, zoodat het onmisbaar is voor de definitie. In verband daarmede moet het wezen (essentia) worden opgevat als de som der kenmerken, welke het begrip van iets uitmaken of omschrijven.

Wezer (in het Latijn Bisurgis of Visurgis\ een der groote rivieren van Duitschland, ontstaat door de vereeniging van de Werra met de Fulda bij Münden. Bij haar noordelijken of noordwestelijken loop vormt de Wezer in de eerste plaats de grenzen tusschen de Pruisische provinciën Hessen-Nassau en Hannover, begeeft zich daarna op het grondgebied van Hessen-Nassau, om vervolgens nogmaals die beide provinciën te scheiden, wordt daarop de grens tusschen de Pruisische provincie Westfalen en Brunswijk, stroomt gedurende eenigen tijd door laatstgenoemd gebied, vervolgens weder door de provincie Hannover, daarop door het distrikt Schaumburg, dat tot Hessen-Nassau behoort, scheidt vervolgens het vorstendom Lippe van Westfalen, gaat boven Vlotho geheel en al op het grondgebied van laatstgemelde over en stroomt langs Hausberge, Minden, Petershagen en Schüsselburg. Beneden laatstgemelde plaats begeeft zij zich weder op het gebied der provincie Hannover, stroomt langs Nienburg en Hoya, langs de vrije stad Bremen en haar gebied en vormt eindelijk tot aan haar mond in de Noordzee beneden Bremerhaven de grens tusschen het groothertogdom Oldenburg en de Pruisiche provincie Hannover. Haar belangrijkste zijrivieren zijn op den rechter oever: de Hamel, de Aller met de Oker en de Leine, de Wümme, de Drepte, de Lune en de Geeste, op den linker oever: de Diemei, do Bever, de Nethe, de Emmer, de Werre, de Aue en de Hunte. De lengte van de rivier van Münden tot aan haar mond bedraagt 451 km., wanneer men de Werra er als bronrivier bijvoegt, bedraagt haar lengte 720 km. Men berekent haar stroomgebied op 47 960 v. km. Bij Münden is zij 94, bij Minden 180, bij Bremen 130 m., bij Bremerhar ven 1200 m. en bij haar monding 12 km. breed. Haar diepte bedraagt bij lagen waterstand tusschen Münden en Hameln slechts 0,8, beneden Bremen 2—6 en van Bremerhaven tot aan zee 7 m. De Wezer is een belangrijke waterweg, maar_^door ^verzandivg in

Sluiten