Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13 273 inwoners. Belangrijker is echter Arklow.

Wickram, Jörg, een Duitsch dichter, stichtte in zijn geboortestad Colmar in den Elzas in 1B49 een school van meester-zangers en werd inl655stadsschrijver te Burgheim in de Breisgau. Hij maakte zich vooral bekend door zijn „Rollwagenbiichlein" (1B56, nieuwe druk, 1866), een bundel van voortreffelijk voorgedragen kluchten. Andere vertellingen van zijn hand zijn:, „Historie von Gabriotto und Reinhard" (1551), „Der jungen Knaben Spiegel" (1554), „Von guten und bösen Nachbarn" (1556) en „Der Goldfaden" (1557, nieuwe druk, 1809). Verder schreef hij de vastenavondspelen: „Das Narrengieszen" (1537) en „Der treue Eckart" (1538), de tooneelspelen: „Von dem verlorenen Sohn" (1540) en „Tobias" (1651), terwijl hij ook een bewerking van HalberstadCs Middelhoogduitsche vertaling van de „Metamorphosen des Ovid" (1645) leverde. Hij overleed vóór 1562. Een critische uitgave van zijn werken bezorgde Bolte (8 dln., 1901—1906).

Wickström, Victor Hugo, een Zweedsch schrijver, geboren den 29sten Mei 1856 te Hedemora in Dalekarlië, studeerde te Upsala, Berlijn, Parijs en Lund, deed reizen door alle werelddeelen, werd in 1885 lector te Lund, in 1886 redacteur van de „ Jamtlandsposten" te östersund en is sedert 1905 afgevaardigde in den Rijksdag. Behalve gedichten, verschenen in twee bundels (1882 en 1883), en de tooneelspelen: „Antichrist" (1885) en „De aartsbisschop" (1897), schreef hij, in het begin onder den schuilnaam Christer Swahn, de romans: „Een ziekenhuisgeschiedenis" (1884), „Arnliot Gallina, de geschiedenis van een rustelooze" (1896), „Een moderne geschiedenis" (1898) en „Wat Jezus te östersund beleefde" (1898). Als populairwetenschappelijk schrijver zoekt hij in „Gedachten" (1895), „Een waarheidslievende" (1885), „Het satanische van het pausdom" (1903) en in „Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (1904) naar den nieuwen godsdienst van de nieuwe menschen. De reisbeschrijvingen: „Singhaleesche brieven" (1893), „Stof van de sandalen" (1896) en „Als toerist door Europa" doen hem kennen als origineel waarnemer; zijn vertalingen naar Michel Angelo (1905) verraden een sterk plastisch talent.

Wiclif ('Wiclef, Wyclif, Wycliffe), John, een Engelsch kerkhervormer, geboren omstreeks 1324 te Spreswell in het graafschap York, studeerde, naar men meeat, te Oxford en behoorde er althans in 1361 tot de bestuurders van Baliol-College. In 1361 werd hij predikant te Fillingham in Lmcolnshire, in 1368 te Ludgershall in Buckinghamshire en in 1374 te Lutterworth in Leicester, zonder echter zijn betrekking tot de hoogeschool te Oxford, waar hij als doctor in de godgeleerdheid colleges gaf, te onderbreken. In 1374 zond de koning hem met anderen naar Brugge, om daar met den pauselijken nuntius te onderhandelen over de bezwaren, welke in Engeland gemaakt waren tegen den pauselijken stoel wegens het invorderen van gelden bij het aanvaarden van kerkelijke waardigheden. Niet minder groot was zijn invloed op het bijeenvoegen van alle kerkelijke bezwaren, in 1376 door het „Goede Parlement" opgeworpen. Een proces, deswege in 1377 door den paus tegen hem ingesteld, had bij het groote aanzien, dat Wiclef aan de universiteit en bij het volk genoot, geenerlei gevolg. Van nu af be¬

Wiclif.

woog hij zich meer op zuiver kerkelijk gebied en trad steeds bewuster als hervormer op. Hij verklaarde zich niet alleen tegen allen staatkundigen invloed der geestelijkheid

in het algemeen, maar bestreed ook de pauselijke opperheerschappij, het coelibaat, de leer der transsubstantiatie,de oorbiecht, het priesterlijk slentelambt en eischte het recht op tot het vormen van een onafhankelijke, democratische, nationale Kerk. Deze beginselen gingen echter zijn beschermers onder den hoogen adel te ver. Men wist den koning te doen gelooven, dat hij aandeel had aan

de boerenopstanden van Wat Tyler.

Zijn leer werd in 1381 door de universiteit en m 1382 door een synode te Londen verworpen; hijzelf werd verbannen naar zijn standplaats Lutterworth, waar hij de vertaling van den Bijbel uit de „Vulgata" voltooide. Hij overleed den 31"ten December 1384 te Lutterworth. Ook na zijn dood vervolgde men hem. Het Concilie te Constanz verklaarde hetn den 4den Mei 1415 voor een ketter, veroordeelde 46 stellingen uit zijn geschriften en beval, dat zijn gebeente verbrand zou worden, hetgeen in 1428 geschiedde. Tegelijkertijd poogde men de Wiclefieten, met den naam van Lollarden gebrandmerkt, te vuur en te zwaard uit te roeien. Door Husz en Hieronymus van Praag werden zijn denkbeelden echter naar Bohemen en Duitschland overgebracht, waar zij de hervormingsdenkbeelden hielpen versterken. Wiclif s geschriften zijn nog niet ajle in druk verschenen. Een volledige opsomming gaf Shirley in den „Catalogue of the original works of John Wyclif" (1865); een critische uitgave van zijn verzamelde werken wordt bezorgd door de Wyclif Society te Londen (van 1882—1908:32 dln). Verder verschenen: „Select English works of J. Wyclif" (door Th. Arnold, 3 dln., 1869) en „The English works of J. Wyclif hitherto unprinted" (door Matiheui, 1880). Zijn Bijbelvertaling is door Lea Wilson, in 2 kolommen, de oorspronkelijke en herziene tekst naast elkander, in het licht gegeven onder den titel: „The Holy Bible in the earliest English version8 made by Joh. Wyclif and his followers" (4 dln., 1860).

Wicquefort, Abraham de, een Nederlandsch staatsman en geschiedkundige, geboren te Amsterdam den 24aten December 1606, studeerde en promoveerde te Leiden in de rechten en begaf zich in 1627 naar Parijs, waar hij later door den keurvorst van Brandenburg tot zijn resident benoemd werd. In ongenade gevallen bij kardinaal Mazarin, werd hij ontslagen en in 1658 zelfs opgesloten in de Bastille. In het volgende jaar echter kwam hij door tusschenkomst van den Brandenburgschen gezant op vrije voeten, keerde terug naar Holland en werd later benoemd tot buitengewoon gezant van Polen en tot minister-resident van Brunswijk-Luneburg. Na het herstel van het stadhouderschap beschuldigd van geheime briefwisseling met vijanden van den staat, werd hij den 25sten Maart 1675 in hechtenis genomen en den 208tel1 November daaraanvolgende

Sluiten