Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

netiaansche school, geboren omstreeks het jaar 1480 te Brugge of te Roulers, ontving zijn opleiding van Jean Mouton en Josquin Deprès en vertrok in 1516 naar Rome, vertoefde daarna eenigen tijd te Ferrara en werd in 1527 kapelmeestervan de St.Marcus te Venetië. Hier organiseerde hij dubbele en afwisselende koren, die gedurende een eeuw een eigenaardig karakter gaven aan de Venetiaansche kerkmuziek en later algemeen in zwang kwamen. Ook op het gebied van het a cappella-madrigal en het orgelricercar behoorde hij tot de baanbrekers, terwijl hij aandeel had aan de pogingen tot een vrijere ontwikkeling der chromatiek. Zijn composities bestaan in psalmen voor dubbel koor, vierstemmige missen, vier-zevenstemmige motetten, canzonen, madrigalen enz. Als zijn voornaamste leerlingen kunnen Andrea Gabrieh, Zarlino en Cipriano de Rore gerekend worden. Hij overleed te Venetië den 7den December 1562.

Willaerts, Adam, een Vlaamsch-Hollandsch zeeschilder, werd geboren te Antwerpen in 1577 en overleed te Utrecht den 4"en April 1664. Reeds vóór 1611 was hij te Utrecht gevestigd. In 1620,1624 en 1636 was hij deken van het Lucasgild aldaar. Drie van zijn zoons, o. a. de hieronder genoemde Abraham Willaerts, waren zijn leerlingen. Van de talrijke, geestig geschilderde zee- en strandgezichten van Willaerts vindt men hier te lande o. m. voorbeelden in het Rijksmuseum te Amsterdam, in het Museum Boymans te Rotterdam, het Museum Kunstliefde te Utrecht en het Stedelijk Museum te Haarlem.

Willaerts, Abraham, een Hollandsch portret- en zeeschilder, werd geboren te Utrecht omstreeks 1603 en overleed omstreeks 1669. Hij was een leerling van zijn vader Adam Willaerls, van Jan van Bijlert te Utrecht en van Simon Vouet te Parijs. In 1624 werd hij meester in het St. Lucasgilde te Utrecht. Johan Maurits van Nassau nam hem in 1637 mede naar Brazilië. Na zijn terugkeer, in 1644, woonde hij eenigen tijd in de buurt van Amersfoort. In 1659 vinden wij hem te Rome, doch omstreeks 1660 schijnt hij zich voor goed te Utrecht gevestigd te hebben. Het Rijksmuseum bezit de door hem geschilderde portretten van Wassenaer van Obdam en Cornelis Tromp.

Willamov, Joliann Gottlieb, een Duitsch dichter, geboren den 15den Januari 1736 te Mohrungen, studeerde te Koningsbergen in de godgeleerdheid en de -wiskunde en werd in 1758 leeraar aan het gymnasium te Thorn en in 1767 directeur van een school te St. Petersburg. In 1763 verschenen zijn „Dithyramben", welke hem den naam van den Pruisischen Pindarus bezorgden. Verder noemen wij zijn „Dialogische Fabeln" (1765) en het tooneelstuk „Der standhafte Ehemann" (1764). Hij overleed den 6dtm Mei 1777 te St. Petersburg. Van zijn „Samtliche poetische Schriften" is alleen het eerste deel verschenen (1779).

Willcocks, sir James, een Engelsch generaal, geboren den 1"<™ April' 1857, trad in 1878 in het leger en maakte van 1879—1880 den Afghaanschen veldtocht, in 1881 de Wasiri-expeditie, in 1885 den Soedan-veldtocht, van 1886—1889 de Birma-expeditie, van 1889—1890 de expeditie tegen de Tsjin Loesjai en 1891 die tegen Manipoer mede. In 1893 bevorderd tot majoor en in 1897 tot luite- ; nant-kolonel, werd hij in 1898 overgeplaatst naar

' de W. Afrikaansche grenstroepen. Hij bezette Borgoe en ontzette den 15de" Juli 1900 het garnizoen van Koemassi, dat door de in opstand gekomen Asjanti belegerd werd. Als kolonel nam hij nog aan den Z. Afrikaan schen Oorlog deel, stond van 1902 —1907 aan het hoofd van het Nowshera-distrikt in O. Indië en onderdrukte in April 1908 den opstand der Mohmands. Van zijn hand verscheen: „From Kabul to Kumassi, twenty-four years of soldiering and sport" (1904).

Willdenow, Karl Ludwig, een Duitsch plantkundige, geboren te Berlijn in 1765, werd in 1798 hoogleeraar in de natuurlijke historie aan het genees- en heelkundig collegie en in 1810 hoogleeraar aan de hoogeschool aldaar. Hij sehreef: „Florae Berolinensis prodromus" (1787), „Grundrisz der Krauterkunde" (7de druk door Link, 1831) en „Anleitung zum Selbststudium der Botanik" (4de druk, 1832). Hij overleed in 1812.

Wille, Johann Georg, een Fransch graveur van Duitschen oorsprong, geboren den 6den November 1716 op den lioofdmolen nabij Gieszen, was eerst molenaarsleerling, daarna geweermaker, en vervolgens schoenmaker. Te Straatsburg maakte hij kennis met den graveur G. F. Smidt, begaf zich met dezen in 1736 naar Parijs, waar hij zich onder Rigaud op het graveeren toelegde en tot zijn dood vertoefde. Tot zijn voornaamste werken behooren de portretten van Masse, van den markies de Marigny en den graaf Florentin naar Tocqué. Ook genrestukken, vooral naar Nederlandsche meesters, als: Terburg, Dou, Mieris, Netscher, van Ostade en Metsu gaf hij voortreffelijk weder. Goede afdrukken van zijn werken zijn zeldzaam. Het werk zelf heeft soms, door al te zuivere techniek, te lijden door overdreven gladheid. Hij overleed den 7den April 1808.

Willeboirts, Thomas, genaamd Bosschaert, een Vlaamsch historie-schilder, werd geboren te Bergen-op-Zoom in 1614 en overleed te Antwerpen in 1654. Hij was een leerling van Gerard Seghers te Antwerpen en trad in 1637 in het St. Lucas-gilde aldaar. Hij is een navolger van Rubens en van Dyck, wier werken hij vaak copieerde. In zijn tijd was hij zeer beroemd; hij werkte o. a. voor Prins Frederik Hendrik en Prins Willem II. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, in het Mauritshuis en in het Gemeentemuseum te 's Gravenhage.

Willebroek, een plaats in het arrondissement Mechelen van de Belgische provincie Antwerpen, is een kruispunt Van de spoorwegen Boom— Brussel en Mechelen—Terneuzen en telt (1905) 11010 inwoners. Het bezit papier- en machinefabrieken, pannebakkerijen, scheepsbouw, bierbrouwerijen, ijzer- en kopergieterijen en cokesfabricage.

Willebrord (Willibrord), een R. Katholiek heilige, de apostel der Friezen, geboren in 658 in Northumberland, werd Benedictijner monnik en leerling van Egbert, die hem in 690 als zendeling naar Friesland zond. Eerst begaf hij zich echter naar Rome. In 695 te Rome tot aartsbisschop gewijd, zette hij, in vereeniging met Pepijn, de kerstening van Friesland door. Hij was gevestigd te Utrecht, van waaruit hij ook een zendingsreis naar Denemarken ondernam. Te Utrecht stichtte hij de St. Maartens (dom-) kerk. Hij overleed den 7aen November 739 en werd in de door hem gestichte

Sluiten