Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nuari 1859 te Berlijn, bezocht het gymnasium te Kassei, studeerde te Bonn in de staats- en rechtswetenschappen, bekleedde verschillende rangen in het leger en werd bij den dood van zijn grootvader, Willem I, den 9den Maart 1888 kroonprins. De vroegtijdige dood van zijn vader, Frederik Willem, was aanleiding, dat hij reeds den 15den Juni van dat jaar optrad als Duitsch keizer en koning van Pruisen. Zijn regeering kenmerkt zich vooral door het persoonlijk optreden van den keizer en den grooten nadruk, welke op de uitbreiding van de weermiddelen gelegd wordt. Bovendien trachtte hij als sociaal keizer, o. a. door het bijeenroepen van de Internationale Conferentie voor Arbeidersbescherming in Maart 1890 het vertrouwen der arbeidersbevolking te winnen. De verwachte gevolgen bleven echter uit en de sociaalpolitieke denkbeelden leidden alleen tot een breuk met Bismarck over de socialistenwet. Bismarck trad af om plaats te maken voor Caprivi (1890—1894), onder wiens bewind de regeering een meer linksliberale staatkunde volgde. Later onder vorst Hohenlohe en Bülow was de keizer de eigenlijke leider der staatkunde en bewerkte hij door zijn talrijke redevoeringen, dat geheele maatschappelijke kringen, met name die der socialistische arbeiders, tegen hem ingenomen werden. Onder zijn vele reizen verdienen die naar Ivonstantinopel en Palestina (1898) en naar Marokko (1905) genoemd te worden wegens haar staatkundige beteekenis. Bekend zijn ook zijn pogingen om leidend in te grijpen op het gebied der kunst, ofschoon de wereld der kunstenaars deze opvat als een beperking van hun individualiteit en een bevoorrechting van oudere kunstvormen ten nadeele der moderne. In het algemeen vertoont zijn karakter een romantischen trek, zooals o. a. blijkt uit de groote bewondering zijner voorvaderen uit het Huis Hohenzollern (Siegesallee te Berlijn). Ook is hij, als universeele geest, er op uit op elk gebied van menschelijk weten en kunnen handelend op te treden en leiding te geven. Den 27sten Februari 1881 trad hij in het huwelijk met Auguste Viktoria van Sleeswijk Holstein Sonderburg Augustenburg. Uit dit huwelijk werden 6 zoons en 1 dochter geboren.

Willem I, de Veroveraar, de stichter van het Engelsch-Normandische vorstenhuis, geboren in 1027 of 1028 te Falaise, was de onwettige zoon van Robert II den Duivel, hertog van Normandië, en werd in 1033, toen zijn vader een pelgrimstocht aanvaardde naar het Heilige Land, als zijn opvolger in het hertogdom erkend. In 1035 werd hij hertog en in 1046 aanvaardde hij zelfstandig het bewind. In 1051 bracht hij aan zijn bloedverwant Eduard den Belijder, koning van Engeland, te Londen een bezoek, bij welke gelegenheid deze hem de opvolging op den Engelschen troon schijnt te hebben beloofd. Toen nu na het overlijden van Eduard (5 Januari 1066) graaf Harald van Wessex door de Engelsche graven op den troon geplaatst werd, landde Willem in September 1066 met een groot leger bij Hastings en leverde zijn mededinger den 1411611 October bij Senlac slag, waarin Harald met de kern van den Angelsaksischen adel sneuvelde. Nadat Willem hierop Londen veroverd had, deed hij zich den 25sten December 1066 te Westminster kronen. Hij begiftigde zijn Normandische baronnen met de landerijen der kroon en der gesneuvelde Angelsak¬

sen, handhaafde een strenge tucht en deed burchten verrijzen te Londen en op het land. Echter was hij eerst in 1070 onbeperkt heerscher van het geheele rijk, waarna werd aangevangen met de invoering van de Normandische feodale wetgeving. Alle latere pogingen tot verzet van de Angelsaksen, die daarbij hulp ontvingen van enkele ontevreden Normandische baronnen, bleven vruchteloos. Toen eindelijk een aanval van koning Knoet den Heilige van Denemarken in 1084 mislukte, was de heerschappij van Willem voor goed gevestigd. In 1086 voltooide hij zijn beroemd „Domesday-book", een soort kadaster voor het gansche land. Daar de pogingen tot opstand van zijn zoon Robert begunstigd werden door Philips I van Frankrijk, kwam hij met dezen in oorlog. In Augustus 1087 deed hij een inval in Frankrijk. Hij werd echter te Mantes-surSeine door een val van zijn paard gewond en overleed te Rouaan den gde11 September 1087. Zijn lijk werd te Caen ter aarde besteld; in 1851 verrees te Falaise een standbeeld te zijner eer. Volgens zijn beschikking werd hij in Normandië door zijn oudsten zoon Robert en in Engeland door zijn tweeden zoon Willem II opgevolgd.

Willem II, Rufus de Roode, koning van Engeland, de tweede zoon van den voorgaande, geboren tusschen 1056 en 1060, volgde zijn vader in 1087 als koning van Engeland op; den 26aten September van dat jaar werd hij gekroond. Als gevolg van een strijd met zijn broeder Robert, verwierf hij bij den vrede van 1091 de Normandische graafschappen Eu, Fécamp, Cherbourg enz. Om de kosten van een kruistocht te bestrijden, verpandde Robert van Normandië in 1096 zijn hertogdom aan Willem. Toen deze nu echter ook aanspraak maakte op een aangrenzend Fransch gewest Vexin, brak een oorlog uit met Frankrijk, welke echter reeds in 1098 met een wapenstilstand eindigde. Willem II werd den 2den Augustus 1100 op de jacht gedood.

Willem III, stadhouder van de Republiek der Vereenigde Nederlanden en koning van Engeland, werd den 14aen November 1650, acht dagen na het overlijden van zijn vader, Willem II, te 's Gravenhage geboren en na den dood zijner moeder (1661) Maria Stuarl, de dochter van Karei I van Engeland, opgevoed door zijn grootmoeder Amalia van Solms. In zijn jeugd werd hij door de Staatsgezinden in ons land, aan wier hoofd zich de gebroeders De Witt bevonden en op aandringen van Cromweïl, uitgesloten van de ambten en waardigheden, vroeger door zijn geslacht bekleed. Ten gevolge van de gebeurtenissen van 1672 zag onze republiek zich genoopt hem in Februari tot kapitein-generaal voor één veldtocht te benoemen en toenLodewijkXIVin April 1672 ons den oorlog verklaardebegon,alsreactieopde eerste verslagenheid, een beweging om den prins tot stadhouder te verheffen, welke eindigde met zijn benoeming als zoodanig door de Staten van Zeeland, den 2den Juli 1672. Die van Holland volgden den 4den Juli, nadat eerst het Eeuwig Edict was herroepen, terwijl de Staten-Generaai hem benoemden tot kapitein-generaal en admiraal der Unie. Op het oorlogsveld behaalde hij echter weinig lauweren. Wel wist hij zich in den slag bij Seneffe (11 Augustus 1674) staande te houden, maar den llden April 1677 moest hij het onderspit delven voor den maarschalk De Luxembourg bij Montcassel. Terwijl de Generale-Staten geneigd waren, te Nijmegen een

Sluiten