Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vankelijk met dezen in vrede, maar misverstand gaf vervolgens aanleiding tot twist. Toen de strijd tegen de Vlamingen Dirk naar Zeeland riep, zocht Willem steun bij de W. Friezen. Bijgestaan door de Drechterlanders bedreigde hij Kennemerland. Maar Dirk's gemalin, Aleidis van Kleef, trok in Augustus 1195 naar Kennemerland en bracht er, geholpen door de trouweloosheid der omgekochte bewoners van Nieuwe Niedorp en Winkel, haar zwager een geweldige nederlaag toe. Weldra echter kwam door tusschenkomst van invloedrijke bloedverwanten een overeenkomst tusschen de beide broeders tot stand, waarbij bepaald werd, dat Willem een aanzienlijke som uit de Geervlietsche tollen en daarenboven de Friesche gewesten Oostergoo en Westergoo in leen ontvangen zou. Willem werd in Friesland als graaf gehuldigd, maar vond er een hardnekkigen tegenstander in Hendrik de Krane, graaf van Kuinre. Deze laatste leed evenwel de nederlaag en nam de wijk naar Dirk, die hem vriendschappelijk bejegende. Toen Willem vervolgens zijn broeder wilde bezoeken, werd hij op last van dezen door den graaf van Kuinre gevangen genomen. Willem ontkwam echter en begaf zich naar graaf Oito van Gelder, met wiens dochter Aleide hij in het huwelijk trad, waarna de beide broeders zich verzoenden, om vervolgens gezamenlijk strijd te voeren tegen den bisschop van Utrecht. Na het overlijden van Dirk, die slechts één dochter, Ada, achterliet, begaf zich Willem, op aansporing van Philips van Wassenaer, Jan van Rijswijk en andere edelen, naar Zeeland om de voogdij over Ada te aanvaarden. Aleidis verzette zich echter daartegen en huwde Ada uit aan den graaf Lodewijk van Loon. De oorlogskans was Willem gunstig. Ada werd in den burcht te Leiden door de Kennemers belegerd en eerst naar Texel en vervolgens naar Engeland gebracht, terwijl ook graaf Lodewijk het Hollandsche gebied moest ontruimen. Keizer Philips erkende in 1204 het recht van Willem. Ofschoon door paus Honorius 111 in den ban gedaan, besloot hij deel te nemen aan een kruistocht. Hij droeg het stadhouderschap in Holland over aan Boudewijn van Benthem en aanvaardde in 1217 de reis met 12 welbemande schepen en 58 koggen. Vereenigd met de Engelsche kruisvaarders, belastte hij zich met het opperbevel over de geheele vloot, verdreef, te Lissabon aangekomen, de Saraceenen uit Alcazar en stevende naar St. Jean d' Acre. Verder veroverde hij o. a. Damiate. Teruggekeerd in Holland sloot hij een tweede huwelijk met de keizerin-weduwe Maria van Brabant. In de volgende jaren, welke rustig voorbijgingen, verleende hij voorrechten aan onderscheidene steden. Hij overleed den 4den Februari 1222.

Willem II, graaf van Holland, een kleinzoon van den voorgaande en een zoon van Floris IV, werd vermoedelijk geboren te Leiden in 1228. Door paus Innocentius IV werd hij uitgespeeld tegen den Hohenstauf Frederik II. In October 1247 werd hij n.1. te Woeringen, niet ver van Keulen, tot Roomsch Koning gekozen en den l8ten November van het volgend jaar te Aken, dat hij had veroverd, gekroond. Bij Oppenheim behaalde hij een overwinning op Koenraad IV, den opvolger van Frederik II. Wegens de geschillen in Vlaanderen begaf hij zich naar Holland. Margaretha („Zwarte Griet"), gravin van Vlaanderen en Henegouwen, wilde n.1. de

zonen uit haar tweede huwelijk met Willem van Dampiere bevoordeelen boven die uit haar huwelijk met Bouchard van Avennes. Willem daarentegen, wiens zuster Aleidis met Jan van Avennes gehuwd was, bevorderde de belangen van dit geslacht. Margaretha werd bij West-Kappel (1253) verslagen. De hulp, die zij zocht bij Karei van Anjou baatte niet en zij zag zich genoopt Jan van Avennes als haar opvolger in Henegouwen te erkennen. Daarna wijdde Willem zich weder aan zijn Duitsche belangen. Reeds dacht men te Rome aan zijn kroning, toen hij genoopt was tegen de W. Friezen op te trekken. Daarbij zakte hij door het ijs en werd (in 1256) bij Hoogwoud door zijn vijanden gedood. Zijn zoon Floris V ontdekte eerst in 1282 het lijk dat in een prachtige kist te Middelburg werd bijgezet.

Willem III, de Goede, graaf van Holland, een zoon van graaf Jan II, aanvaardde in 1304 het bewind. Naast Holland bezat hij ook Henegouwen. Op een reis daarheen begaf hij zich ook naar Frankrijk, waar hij in het huwelijk trad met Johanna van Valois, een zuster van Philips (later Philips IV). De rust van zijn regeering werd gestoord door een inval van graaf Ro~bert van Vlaanderen in Henegouwen, en daar de Hollanders en Zeeuwen weigerden Willem bij te staan, moest deze een nadeeligen vrede sluiten, waarbij hij aan de Vlamingen de opperheerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde moest afstaan en zich verbinden tot de opbrengst van een jaarlijksche schatting. Die verplichtingen waren echter niet van langen duur. Bij den oorlog van de Vlamingen tegen de Franschen snelde Willem den Franschen koning Lodewijk X te hulp, voer op tal van galeien met de bloem van den Hollandschen adel naar Rupelmonde en verbrandde deze stad. In 1323 zag daarop Lodewijk van Nevers, graaf van Vlaanderen, af van de leenhulde over Zeeland bewester-Schelde, waarmede aan den eeuwenlangen strijd om dat gebied een einde kwam. Willem's macht en aanzien waren groot. In Friesland en Utrecht werden bisschoppen in overeenstemming met zijn wenschen aangesteld; zijn dochter huwde hij uit aan gekroonde hoofden. Zoo Margaretha aan keizer Lodewijk van Beieren en Philippa aan den lateren Eduard III van Engeland. Tusschen Engeland en Frankrijk, tusschen den paus en zijn schoonzoon keizer Lodewijk, tusschen den graaf van Gelderland en diens onderdanen trad hij bemiddelend op, daarbij het binnenlandsch bestuur, tot ergernis van de andere edelen, overlatend aan zijn gunsteling Duivenvoorde. De paus, van zijn bemiddeling niet gediend, deed hem in den ban. Gedurende zijn laatste levensjaren vertoefde hij te Valenciennes; hij overleed aldaar den 6den of 7den Juni 1337.

Willem IV, graaf van Holland, een zoon van den voorgpndo, geboren in 1318, aanvaardde de regeering in 1337. Hij was een hartstochtelijk en avontuurlijk ridder. Philips VI, van Frankrijk noemde hem „le fou furieux." Nadat hij eerst een verbond had gesloten met Eduard III, geraakte hij met dezen in strijd. De Engelschen plunderden Henegouwen, waarop Willem zich verbond met Frankrijk om spoedig daarna, tot groote schade van zijn landen, ook met dezen bondgenoot oneenigheden te krijgen. Na het herstel van den vrede, volbracht hij als matroos verkleed, een bedevaart naar het Heilige Graf, zorgde, dat Jan van Arkel benoemd werd

Sluiten