Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en van SopHa Hedwig, dochter van den hertog van i Brunswijk, geboren te Arnhem den 7den Augustus 1618, nam deel aan den oorlog in Vlaanderen en werd den 13del1 Juli 1641, tot groote spijt van Frederik Hendrik, die alle gewesten onder zijn stadhouderschap wilde vereenigen, stadhouder van Friesland en in 1651 eveneens van Groningen en Drente. Dit gaf aanleiding tot verdeeldheid tusschen die beide vorsten. Na het bijleggen daarvan echter diende graaf Willem, op loffelijke wijze in het leger der Staten. Op 39-jarigen leeftijd trad hij in het huwelijk met AWertina Agnes, tweede dochter van Frederik Hendrik; in 1654 werd hij door den keizer in den vorstenstand opgenomen. Hij overleed den 318ten October 1654 aan de gevolgen van een verwonding, bekomen bij het beproeven van een zadelpistool.

Willem I, koning der Nederlanden en groothertog van Luxemburg, een zoon van den stadhouder Willem V, geboren te 's Gravenhage den 24sten Augustus 1772, huwde in 1791 met Frederilca Louisa Wilhelmina van Pruisen, nam op roemrijke wijze deel aan den oorlog tegen de Franschen in 1793 en 1794 en streed bij Neerwinden. Bij de landing van het Engelsch-Russisch legerkorps in Noord-Holland 1799 betrad hij voor korten tijd den vaderlandschen grond. Spoedig keerde hij echter, daar hij weinig sympathie vond, naar Duitschland terug, om de goederen in bezit te nemen, welke hem onder den titel van vorst van Fulda waren toegekend. In 1809 trad hij in Oostenrijkschen dienst; na den slag bij Wagram vestigde hij zich in Engeland. Hier werd hij door Fagel en De Perponcher uitgenoodigd om de leiding der zaken in Nederland, dat hetFransche juk had afgeworpen, te aanvaarden. Den 30sten November 1813 landde hij te Scheveningen, den laten December werd hij te Amsterdam tot souverein vorst uitgeroepen. De prins aarzelde deze waardigheid te aanvaarden, bevreesd, dat zij hem minder macht zou geven dan het stadhouderschap. Den 2den December echter nam hij haar aan in een proclamatie, door Kemper opgesteld. In 1814 kwam de nieuwe grondwet tot stand en in Maart 1815 aanvaardde Willem, zonder op het eindbesluit van het Weener-Congres te wachten, den titel van koning der Nederlanden en groothertog van Luxemburg, waardoor dus de Z.lijke en de N.lijke gewesten onder één souverein vereenigd werden. De laatste waren meer tevreden met zijn bewind dan de eerste en in 1830 scheidden de Belgen zich af. De veranderde houding der Mogendheden daarbij was aanleiding tot den Tiendaagschen Veldtocht. De schikking, die zij daarna voorstelden, werd echter door Willem geweigerd. Daarop volgde van 1833—1839 het zoogenaamde „Status quo", dat eindigde met den vrede van 1839, noodig geworden door de onrustbarend stijgende schulden. Een voorgestelde wijziging der grondwet, een algemeen uitgesproken wensch als gevolg van de wijze, waarop de koning van 1830—1839 de Staten-generaal had behandeld, bracht ontgoocheling en misnoegen, omdat zij niets anders bevatte dan wat door de scheiding tusschen Nederland en België noodig was geworden. Ook het voorgenomen huwelijk van den koning met een R.Katholieke hofdame, Henriette Adriana Ludovica, gravin cCOultremont, nadat in 1837 Willem's eerste echtgenoote, Wilhelmina van Pruisen, was overleden, wekte misnoegen. Nieuwe voorstellen tot

grondwetsherziening van 1840, ofschoon aangenomen, gaven geen voldoening en den 7den October 1840 deed hij afstand van den troon. Hij huwde de gravin d'Oultremont en vestigde zich te Berlijn, waar hij den 12den December 1843 aan een beroerte overleed.

Willem II, Frederik George Lodewijk, koning der Nederlanden en groothertog van Luxemburg, een zoon van den voorgaande, geboren te 's Gravenhage den 6ien December 1792, bezocht de hoogeschool te Oxford en werd luitenant-kolonel en aidede-camp bij het Engelsche leger. Met Constant Reieeque vertrok hij naar het Spaansche Schiereiland, om onder Wellington deel te nemen aan den oorlog. Den 29sten Juni 1811 kwam hij te Lissabon en den 6den Juli in het hoofdkwartier van Wellington. Hij woonde de bestorming bij van Ciudad-Rodrigo en van Badajoz, streed bij Celada del Carnino, Villa Rodrigo en Villa Muriël, alsmede bij Salamanca. In den slag bij Vittoria (21 Juni 1813) onderscheidde hij zich door groote dapperheid. Na den val van Napoleon begaf hij zich over Engeland naar Nederland. Hier aanvaardde hij den ll<i™ April 1814 het opperbevel over het leger. Bij Quatre-Bras stond de prins den 16den Juni 1815 tegenover Ney; in den slag bij Waterloo werd hij aan den schouder ge-' wond. Bij den intocht der Verbondenen in Parijs ontmoette hij Alexander van Ruskind, die hem aanmoedigde bij een aanzoek naar de hand van zijn zuster Anna Paulouma. Den 21sten Februari 1816 werd het huwelijk voltrokken. Het dankbaar Nederland schonk hem het domein van Soestdijk, een paleis te Brussel en een domeinpark te Tervueren. Toen in 1830 de onlusten in België uitbraken, begaf hij zich naar Brussel, waar men hem voorstelde zich aan het hoofd van de Belgische beweging te plaatsen. Aan deze, noch aan andere wensclien der Belgen kon hij voldoen, zoodat hij zich weder naar 's Gravenhage begaf. Met de bedoeling om te behouden wat te behouden was, droeg de koning hem het tijdelijk bestuur der Z.lijke gewesten, waar de prins altijd zeer gezien was, op. Hij vestigde zich te Antwerpen. Maar het Nationaal Congres van Brussel koos zijn vroegeren mededinger naar de hand van Charlotte, de dochter van den Engelschen prinsregent, Leopold van Saksen-Coburg-Gotha, tot koning. In den daarop volgenden Tiendaagschen Veldtocht voerde de prins het opperbevel. Na den opstand leidde hij een betrekkelijk werkeloos leven, totdat de afstand van zijn vader hem den 7deu October 1840 als Willem II tot de regeering riep. Bij zijn troonsbeklimming bevond zich de schatkist in een berooiden toestand en een gedeelte van het volk verlangde herziening der grondwet. Een voorstel daartoe, door 9 leden der Tweede Kamer met Thorbecke aan het hoofd, in 1844 ingediend, werd verworpen na de verklaring van de regeering, dat de koning de noodzakelijkheid van een herziening nog niet inzag. Den 9den Maart 1848 werd echter, onder den indruk der ongeregeldheden in ons land, vooral in Friesland en Groningen, een herziening ingediend welke evenwel onvoldoende werd gevonden. De buitenlandsche gebeurtenissen van 1848 deden echter het overige. Nog in Maart van dat jaar benoemde de koning een commissie van 5 leden, belast met het ontwerpen van een nieuwe grondwet, welke den 14aen October werd afgekondigd. Willem 11 overleed den 7den Maart 1849 tejTUburg. Te 's Graven-

Sluiten