Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

adelborst l8te klasse nog tien jaren bij de zeemacht te dienen, van welke verplichting geen ontheffing wordt verleend dan tegen betaling van f 400 voor elk jaar, dat hij aan het instituut heeft doorgebracht.

Willemsorde, Militaire. Zie Militaire Willemsorde.

Willemstad, de hoofdstad van het gouvernement en het eiland Cura^ao (zie de plaat bij dit art.), ligt aan de Z.kust van het eiland, ter weerszijden van de St. Annabaai, die zich op den achtergrond verbreedt tot het Schottegat, op 12°10' N.Br. en 69° W. L.v.Gr.De diepe haven deelt de stad in twee deelen, Otrabanda en Punda (de oude stad), verbonden door de Emmabrug. De fraaiste gedeelten zijn Pietermaai en'Scharloo. In het algemeen is Willemstad een zindelijke, mim gebouwde, echt Oud-Hollandsche stad met (1910) 14152 inwoners.De haven, een der mooiste van dewereld, wordt beschermd door twee forten, terwijl op den achtergrond het verlaten fort Nassau ligt. De haven is de hoofdader van het leven, want het hoofdmiddel van bestaan is de handel, vooral de kusthandel op het naburige Venezuela en de kleinhandel op het eiland Curacjao. Daarnaast heeft de plaats ook eenige nijverheid, vooral het vlechten van stroohoeden. Aan de haven ligt het Gouvernementshuis, waar de gouverneur verblijf houdt, en vindt men in het fort Amsterdam de kazerne, de officierswoningen, het postkantoor, de landskantoren en het departement van Openbare Werken, benevens de Protestantsche kerk. Aan de andere zijde der haven ligt het zoogenaamde Riffort en vindt men de toestellen voor draadlooze telegrafie, een electrische centrale en een ijsfabriek. In het fort Nassau treft men de semaphoor en een paar oude k,anonnen aan voor de tijdsignalen en de saluutschoten. Bij de haven verheft zich verder het kantoor der Kon. West-Indische Mail, op welks bovenverdieping de societeit „Gezelligheid" is gevestigd. Over de haven is sedert 1888 de reeds genoemde Emmabrug, een pontonbrug, geslagen, die beide oevers verbindt en telkens geopend moet worden, als een vaartuig de haven in of uit wil. De hoofdstraat vormt de Breestraat met groote handelshuizen en winkels. In de nabijheid verheft zich het Raadhuis, waarin het Hof van Justitie, het kantongerecht, de Koloniale Raad en de gevangenis zijn gevestigd. Tegenover het Raadhuis ligt de Logo der Vrijmetselaars. Langs de Hendrikschool met een schoolmuseum bereikt men het Concordiaplein met een R. Katholieke kerk en vervolgens de wijk Scharloo, waar de groothandelaren wonen, die hun kantoren in de wijk Punda hebben.

Willemstad is de zetel van den gouverneur van het gouvernement Curaqao, van den Raad van Bestuur en van den Kolonialen Raad, van een Hof van Justitie en een kantongerecht. Verder vindt men er de Curaqaosche bank, een Spaar- en Beleenbank, een hypotheekbank en de Koloniale Postspaarbank, een Kamer van Koophandel en Nijverheid, een Maatschappij tot bevordering van landbouw, veeteelt, zoutwinning en visscherij, benevens vele consulaire ambtenaren van vreemde mogendheden. Van de voornaamste gebouwen verdienen nog vermelding: de Quarantaine-inrichting, het Militaire hospitaal ten W. der stad, het R. Katholieke gasthuis, het krankzinnigengesticht, dat voor Leprozen, ten W. van het Militaire hospitaal en twee R. Kar

tholieke weeshuizen. Naar eden godsdienst onderscheidt men R. Katholieken, die verreweg de meerderheid vormen, Hervormden en Israëlieten. De Katholieke gemeente wordt er bestuurd door een apostolisch vicaris, bijgestaan door eenige geestelijken, de Hervormde heeft een predikant aan het hoofd, terwijl de Israëlietische nog verdeeld is in een Nederlandsch-Portugeesche en een Nederlandsch-Hervormde (Duitsche) afdeeling, elk met een voorganger en een voorlezer aan 't hoofd. De stad bezit 3 openbare lagere scholen, benevens verscheidene R. Katholieke scholen, waaronder 3 voor meer uitgebreid lager onderwijs. Ook bezit de plaats een school voor het leeren vlechten van fijnere hoeden, opgericht door de Maatschappij voor Landbouw enz. Couranten verschijnen er in de Nederlandsche, Spaansche en Papiamentsche taal.

De handel is tegenwoordig wel is waar veel geringer dan in den bloeitijd van Cura^ao (zie aldaar), nochtans niet onbelangrijk te noemen. De beteekenis van dit hoofdbestaansmiddel kan eenigszins uit de volgende cijfers blijken. In 1909 werd de haven bezocht door 1619 schepen met een inhoud van 2 177 058 ton; de uitvoer had in genoemd jaar een waarde van 356 548, waarvan voor een bedrag van slechts 17 644 gld. voor Nederland bestemd was; bij den invoer bedroegen deze cijfers resp. 3 217 018 en 331382 gld. Of de hoog gespannen verwachtingen, die velen voor een hernieuwden bloei van Willemstads handel koesteren van de opening van het Panamakanaal, vervuld zullen worden, kan alleen de toekomst leeren.

Willemstad, een gemeente in de provincie Noord-Brabant, 1816 H.A. groot met (1910) 2 158 inwoners, wordt begrensd door het Hollandsch Diep, het Volkerak en de gemeenten Fijnaart c.a. en Klundert. De bodem bestaat voornamelijk uit klei. De gemeente omvat den polder Ruigenhil en eenige kleinere polders. Tot haar behooren: de stad Willemstad, een gedeelte van de buurt De Oude Molen, de gehuchten Helwijk en Bovensluis en deelen van de gehuchten Tonnekreek en Zwingelspaan. In de stad wordt handel en nijverheid, op het platte land hoofdzakelijk landbouw uitgeoefend. Willemstad in een heerlijkheid, die oorspronkelijk deel uitmaakte van het markgraafschap Bergen op Zoom, doch in 1584 door de staten van Brabant aan prins Willem I werd geschonken als vergoeding voor de bezittingen in Spaansch Brabant, die verbeurd verklaard waren.

Het stadje Willemstad ligt op den zuidelijken oever van het Hollandsch Diep in een vruchtbare streek, die door zware dijken voor overstroomingen wordt beveiligd. Het werd in 1583 gebouwd op de toenmalige gors de Ruigenhil en werd op kosten van prins Willem 1 versterkt. De aanleg is zeer regelmatig, door de Voorstraat en de Landpoortstraat is het in vier kwartieren verdeeld.De voornaamste gebouwen zijn: de Hervormde kerk, de RoomschKatholieke kerk, het stadhuis, het weeshuis en de kazerne. Willemstad vormt het middelpunt der versterkingen aan het Hollandsch Diep. In 1588 trachtte de Engelschman Róbert Sacqwt de stad in het bezit van Parma te brengen, in 1631 deden de Spanjaarden een mislukte poging om haar te veroveren. In 1793 werd zij door baronVa» Boelzelaar heldhaftig tegen de Franschen jmdieT£Dumouriez verdedigd.

Sluiten