Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wilms, Johann Wilhelm, een Nederlandsch componist, geboren den 308ten Maart 1772 te Witzhelden in het hertogdom Berg, ontving eerst onderwijs in de muziek van zijn vader en vervolgens van een ouderen broeder te Elberfeld, waarna hij zich als muziekmeester vestigde te Luttringhausen. In Augustus 1791 vertrok hij als zoodanig naar Amsterdam en studeerde verder onder leiding van Hoderman. Weldra maakte hij zich bekend door zijn compositiën en was op vele concerten als tweede fluitist werkzaam, terwijl hij ook als obligaatspeler optrad. Hij heeft ongeveer 50 door hem vervaardigde muziekstukken in het licht gegeven. Ook vervaardigde hij de muziek voor het „Wien Neerlandsch bloed." In 1808 werd hij lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut van wetenschappen, letteren en schoone kunsten en in 1824 organist van de Doopsgezinde gemeente te Amsterdam. Hij overleed dén 19ael1 Juli 1846.

Wilms, Róbert Friedrich, een Duitsch heelkundige, geboren den 9den September 1824 te Arnswalde in de Neumark, waar zijn vader apotheker was, studeerde te Berlijn in de geneeskunde. Nadat hij in 1845 gepromoveerd was, zette hij te Praag en te Weenen zijn studiën voort en werd te Berlijn in 1848 tot assistentarts, in 1852 tot arts en in 1862 tot eersten arts van het diaconessenhuis Bethanië benoemd. Ook nam hij deel aan de veldtochten van 1866 en 1870—1871. Hij overleed te Berlijn den 24sten September 1880, waar een gedenkteeken te zijner eer, tegenover het ziekenhuis Bethanië geplaatst, den 30sten October 1883 werd onthuld. Langenbeck en Wilms worden als de bekwaamste diagnostici en operateurs van Berlijn beschouwd. De populariteit van Wilms was buitengewoon groot.

Wilna, een Russisch gouvernement in Lithauen, is omgeven door de gouvernementen Kowno, Witebsk, Minsk, Grodno en Soewalki en telt op 42629,6 v. km. 1591 207 inwoners. Het is in 7 arrondissementen verdeeld. De bodem vormt een zandige, heuvelach tige vlakte, diedoorden Lithauschen Landrug wordt doorsneden. In het Plateau van Osjmjany bereikt de bodem een hoogte van 336 m., in het distrikt Lida van 310—316 m. Van delfstoffen vindt men er goede zandsteen, ijzeroer en ligniet, terwijl er ook turf wordt gegraven. Verder zijn er zoute bronnen, waarvan eenige tot het ontstaan van badinrichtingen aanleiding hebben gegeven. De rivieren behooren meest alle tot het stroomgebied van den Njemen, die gedeeltelijk de zuidelijke en van Grodno af de westelijke grens vormt en er de Wilija opneemt. Langs een gedeelte der noordelijke grenzen stroomt de Duna. Een aanmerkelijke ruimte wordt ingenomen door 400 kleine'meren en met bosch bedekte moerassen. Het klimaat is gematigd, de gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 6,57° C. De bevolking bestaat uit Wit-Russen, Lithauers, Polen en Israëlieten en belijdt meerendeels den R. Katholieken godsdienst. Zij houdt zich hoofdzakelijk bezig met den landbouw, die een groote hoeveelheid rogge, haver en gerst levert. Verder wordt er veel gedaan aan tuinbouw en veeteelt. De veestapel bestaat uit paarden, runderen, schapen en varkens. De bijenteelt is in den laatsten tijd sterk achteruitgegaan. De nijverheid is van weinig belang; het meest wordt er gedaan aan het bewerken van leer, brandewijnstokerij, bierbrouwerij en de vervaardiging van papier, tabak en hoefijzernagels. Het gouvernement

vormde eens de kern van het grootvorstendom Lithauen, dat door het huwelijk van Jagello met de Poolsche vorstin Jadwiga met Polen vereenigd en bij do tweede verdeeling van dit rijk aan Rusland toegevoegd werd. De hoofdstad is Wilna (zie aldaar).

Wilna, de hoofdstad van het Russische gouvernement Wilna (zie aldaar), ligt op de plaats, waar de Wileika uitmondt in de Wilija, en aan 3 spoorwegen. Zij is de zetel van den gouverneur-generaal van Wilna, Grodno en Kowno, van een Grieksch-orthodoxen aartsbisschop, van een R. Katholieken bisschop en van een Luthersch consistorie. Er zijn twee groote voorsteden (Antokol en Roedarsjka), 35 R. Katholieke kerken, onder welke zich de in 1387 gebouwde hoofdkerk bevindt met het graf van den heiligen Casimir, 3 Grieksch orthodoxe en 2 Protestantsche kerken, 2 synagogen, een moskee, onderscheiden kloosters, een vervallen kasteel, een keizerlijk paleis, het paleis Oginski (thans gouvernementsgebouw), 2 schouwburgen, nauwe, onregelmatige straten en 18 pleinen. Verder vindt men er standbeelden van Moerawjew en Poesjkin. Tot de talrijke inrichtingen van onderwijs behooren: 2 klassieke gymnasiën, een progymnasium, een hoogere burgerschool, 2 kweekscholen voor onderwijzers, 2 gymnasiën voor meisjes en een seminarium voor priesters. In het geheel zijn er 227 inrichtingen van onderwijs, waarvan 182 Israëlietische. De universiteit, in 1576 gesticht en door keizer Alexander I vernieuwd, werd na den Poolschen opstand van 1832 opgeheven, waarna de meeste en belangrijkste hulpmiddelen naar Petersburg en Kiew zijn overgebracht. Wilna bezit o. a. een oudheidkundig museum, een bibliotheek, een botanischen tuin, een afdeeling van het keizerlijk aardrijkskundig genootschap en een archaeologische commissie. Er verschijnen 19 dagbladen, waarvan 5 groote. Er wordt veel handel gedreven in graan en hout. De voornaamste takken van nijverheid zijn leerfabricage, houtzagerij en bierbrouwerij. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 162 633.

Deze stad, vroeger in het Duitsch Zur Wilda of Wildau geheeten, is zeer oud, was in het tijdperk der Heidenen een gewijde plaats en werd in 1322 door grootvorst Gedimin van Lithauen tot residentie gekozen. In 1387 voerde Jagello er het Christendom in en stichtte in plaats van de Heidensche tempels de hoofdkerk. In 1569 trokken de Jezuïeten daarheen en stichtten er een collegium, dat door Stephanus Bathori in 1576 in een academie herschapen werd. In 1795 verviel Wilna met geheel Lithauen aan Rusland. Bij den aanvang van den veldtocht van 1812 bezette Napoleon deze stad en organiseerde van hier den opstand in Lithauen. In Juni 1831 hadden er twee gevechten plaats tusschen de Polen en de Russen. Bij de Poolsche beweging van 1863—1864 heeft generaal Moerawjew deze van uit Wilna met groote gestrengheid onderdrukt.

Wilnls, een gemeente in de provincie Utrecht, 2393 H. A. groot met (1910) 2165 inwoners, wordt begrensd door de Utrechtsclie gemeenten Mijdrecht, Vinkeveen, Ruwiel, Kokkengen en Kamerik en de Zuid-Hollandsclie gemeenten Nieuwkoop en Zevenhoven. De bodem bestaat ten deele uit veengrond, tendeeleuit uitgeveende plassen. De voornaamste bezigheden zijn veeteelt, zuivelbereiding en veenderij. In 1857 is Oudhuizen bij Wilnis ingelijfd. De gemeente omvat thans het dorp Wilnis, de wijk of

Sluiten