Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1812—1814 in opdracht van de Britsche regeering deel aan den Russischen veldtocht. Wilson, die vroeger reeds een „Historical account of the British expedition to Egypt"(4de druk, 2 dln., 1802) en een „Account of the campaigns in Poland in 1806 and 1807, with remarks on the character and composition of the Russian army"(1811) had in het licht gegeven, wijdde zich na zijn terugkeer in Engeland in 1816 weder aan letterkundigen arbeid en schreef o. a.: „A sketch of the military and politica! power of Russia in the year 1817"(1817). In 1818 vertrok hij naar Zuid-Amerika om onder Bolivar te strijden, maar geraakte met dezen in botsing, keerde terug en werd in 1819 lid van het Parlement. Zijn inmenging in een conflict, dat bij de begrafenis van koningin Caroline tusschen de militairen en het volk ontstond, was oorzaak, dat hij uit het leger verwijderd werd. Hij bleef echter lid van het Parlement en werd ook in 1826 herkozen. Koning Willem IV bevorderde hem in 1830 tot luitenant-generaal. In 1842 werd hij tot generaal en tot gouverneur van Gibraltar benoemd. Hij overleed te Londen den 9den Mei 1849. Uit zijn nalatenschap werd nog in het licht gegeven: „Narrative of the invasion of Russia"(1860) en „Private diary of travels, personal services and public events during the mission and employments with the Europeanarmies in thecampaigns of 1812— 1814"(2 dln., 1861).

Wilson. John, een Engelsch dichter en schrijver, bekend onder het pseudoniem Christopher North, geboren den 18den Mei 1785 te Paisley in Schotland, was de zoon van een rijk koopman, studeerde te Glasgow en te Oxford in de rechten en vestigde zich vervolgens op zijn landgoed Elleray in Cumberland. Na het verlies van zijn vermogen keerde hij in Schotland terug en werd in 1814 advocaat te Edinburgh en in 1818 hoogleeraar in de wijsgeerige zedekunde aan de universiteit aldaar. Hij overleed den 3den April 1854. De belangrijkste van zijn artikelen, in het door hem geredigeerde „Blackwood's Magazine" geplaatst, werden tot een bundel vereenigd onder den titel: „The recreations of Christopher North" (3 dln., 1842). Hiervan zijn de denkbeeldige gesprekken „Noctes Ambrosianae" het meest bekend. Zijn gedichten: „The isle of palms"(1812) en „The city of the Plague"(1816) geven getuigenis van een zorgvuldige en liefdevolle beschouwing van de natuur en van een rijkdom van gedachten. Als romanschrijver leverde hij in 1822 een bundel verhalen uit het Schotsche volksleven onder den titel: „Lights and shadows of the Scottish life"(1822) en „The frials of Margaret Lindsay" (nieuwe druk, 1866). Ook leverde hij: „Essays" (1823). Zijn werken'werden in 12 dln. uitgegeven door Ferrier (1855—1858), zijn levensbeschrijving en zijn nalatenschap door zijn dochter mrs. Gordon (2 dln., 1862). |

Wilson, Horace Hayman, een Engelsch taalgeleerde, geboren den 26sten September 1786, studeerde in de geneeskunde en kwam iri 1808 als arts en scheikundige in dienst der Oost-Indische Compagnie. Te Calcutta wijdde hij zich aan de studie der Indische talen en leverde in 1813 een uitgave van Kalidasa's gedicht: „De Meghadftta" met een vrije vertaling in rijmende Engelsche jamben. Daarop volgde weldra het groote „Dictionary in Sanskrit and English"(1819, 3de druk, 1860). Het resultaat van een verblijf te Benares, waar hij zitting had in

de commissie tot reorganisatie der universiteit, was zijn „Hindu theatre"(3 dln., 1826—1827, 3de druk, 1864—1867), waarin hij de vertaling van 6 drama's, een overzicht van 23 andere en een verhandeling over de dramaturgie der Indiërs leverde. Als secretaris van het Aziatisch Genootschap te Calcutta verrijkte hij de werken van dit lichaam met een aantal voortreffelijke opstellen. In 1832 vertrok hij als hoogleeraar in het Sanskriet naar de universiteit te Oxford, werd in 1836 tot bibliothecaris aan het East India House benoemd en later ook tot president van de „Asiatic Society" te Londen. Hij leverde nog een vertaling van de „Vishnu-Pur4na"(1840, vervolgd door Huil) en schreef verder „Sankhya-KSrika" (1838), „Grammar of the Sanskrit language"(2de druk, 1857), „Dasa kumara carita"(1846, een verzameling van Indische novellen), „Ariana antiqua" (1841, 2de druk, 1861) en „History of the British India from 1805 to 1835"(3 dln., 1846). Zijn vertaling van den „Rig-veda" (1850 enz.) is na zijn dood door Cowell voortgezet. Hij overleed te Londen den 8sten Mei 1860. Een uitgave van zijn gezamenlijke werken in 12 deelen werd van 1862—1871 bezorgd door Rost.

Wilson, Henry, een Amerikaansch staatsman, geboren te Farmington den 16den Februari 1812, kwam in de leer bij een schoenmaker, maar legde zich tevens toe op staatkunde en staathuishoudkunde, trad in 1840 als aanhanger der Whigs openlijk als redenaar op en werd benoemd tot lid van het staatsbestuur van Massachusetts. Hij was een aanhanger van de partij der free-soilers en ijverde voor het abolitionisme. In 1855 werd hij als senator door • Massachusetts afgevaardigd naar het Congres, diende in den burgeroorlog in 1861 korten tijd als stafofficier onder Mac-Cleïlan, werd in 1872 tot vicepresident der Unie gekozen en overleed te Washington den 228ten September 1875. Hij schreef: „History of the antislavery measures"(1864) en „History of the rise and fall of the slave-power in America" (onvoltooid, 3 dln., 1872—1876).

Wilson, Daniël, een Fransch staatsman, geboren den 6den Maart 1840 te Parijs uit een Protestantsche familie van Engelsche afkomst, werd in 1869 tot lid van het Wetgevend Lichaam en in 1871 tot lid van de Nationale Vergadering gekozen. In 1876 werd hij lid van de Kamer van Afgevaardigden en in 1879 onderstaatssecretaris in het ministerie van Financiën. Bij het optreden van Gambetta in het ministerie kreeg hij zijn ontslag. In 1881 trad hij in het huwelijk met de dochter van president Grévy en werd in 1882 voorzitter van de budgetcommissie. Door ongelukkige speculaties kwam hij er toe zijn invloed bij zijn schoonvader te gebruiken om tegen geldelijke belooningen het verkrijgen van staatsleveranties, ridderorden enz. mogelijk te maken. In 1887 kwamen deze op groote schaal uitgevoerde knoeierijen aan den dag en Grévy moest, daar hij deze misbruiken toegelaten had, zijn ontslag nemen. Wilson werd gevangen genomen en in Februari 1888 wegens bedrog tot 2 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij werd echter door het Hof van Appèl vrijgesproken. In 1893 en in 1898 werd hij te Loches weder tot afgevaardigde gekozen en voegde zich als zoodanig bij de linkerzijde. In 1902 trok hij zich uit het openbaar leven terug.

Wilson, Sylrand Jacóbus Boulerg, een Nederlandsch letterkundige,Jgeboren den 15de" Mei 1848

Sluiten