Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stalen staaf, dat zij gemakkelijk kan draaien, waartoe zij bij / van wrijvingsrollen is voorzien. De stang D staat vast en steekt zich uit tot in het gebouw. Komt door den luchtstroom de windvaan in beweging, dan draait de buis A om. Deze heeft van binnen bij a een moerschroef en om de stang D kan zich de schroefring b bewegen, welke door de moerschroef wordt vastgehouden. Wanneer de buis A omdraait, gaat met deze de schroefring b naar bovenjof naar beneden, naar gelang van de richting van den wind. Aan den schroefring 6 bevindt zich een draad e, die langs de stang D naar beneden

Fig. 3.

Windmeter van Kriel.

loopt tot in het gebouw, waar hij een dwarsstang s doet rijzen of dalen naar gelang der beweging van den schroefring. Om de stang s in evenwicht te houden, heeft zij aan den kortoren arm een gewicht, terwijl zij aan het uiteinde van den langeren arm loodrecht op hare lengte-as een kleine stift draagt, die, zooals terstond blijken zal, tot het aanwijzen der windverandering bestemd is. Onder de buis A en vast met deze verbonden bevindt zich een toestel, welke tot het meten van de windsterkte dient, namelijk het Raam R. Door dit laatste loopt de as ran. Twee bladen^TT zijn daarop vastgehecht,

maar kunnen zich aan de onderzijde vrij bewegen, zoodat men ze met genoemde as kan omdraaien. Een drukking, op de voorzijde werkend, kan alzoo het onderste gedeelte achterwaarts verplaatsen. Daarentegen verhinderen 2 kleine stiften o en p een voorwaartsche beweging. Twee gekromde beugels drukken aan de achterzijde tegen die platen, hetwelk geschiedt door middel van het gewicht Q, een rolrond en doorboord stuk lood. In rust is derhalve het raam met die platen gesloten. Drukt daarop echter een luchtstroom, dan worden de platen naar achteren gedrongen, brengen de beugels uit hunnen stand en heffen het Tgewicht Q verder omhoog naar mate de drukking sterker is. Het bedrag der drukking wordt geme¬

ten door middel van den draad i, welke aan het gewicht Q is bevestigd. Deze draad daalt eveneens af in het gebouw en is hier verbonden met den langeren arm van den hefboom uv, die in x zijn steunpunt heeft. Aan den korteren arm bevindt zich een stift. Elke rijzing of daling van Q veroorzaakt eveneens een van de stift v. Dicht onder de stiften s en v is in G een blad papier aangebracht, waarop die stiften rusten en dat papier is tusschen de staven SS op de rollen ZZZZ gestadig in voortgaande beweging, die door een uurwerk veroorzaakt wordt. Nu is gemakkelijk na te gaan, hoe elke verandering in de richting en in de kracht van den wind op de beide stiften werkt, en hoe deze, van een potlood voor¬

zien, die werking overbrengen op een regelmatig voorbij schuivend papier. Natuurlijk moet men

daarbij vooraf nagaan,hoe groot de drukking is,

die vereischt wordt voor elk bedrag van het achterwaarts wijken der platen TT. Dit kan geschieden door aan

de achterzijde dier platen een koord te bevestigen, dat over een schijf loopt, en onder aan dat

koord verschillende gewichten te hangen.

Een andere toestel is de anemometer van Wild. Deze bestaat uit een windvaan, waarboven zich

(fig. 4) een loodrecht geplaatste blikken plaat bevindt, die dus steeds loodrecht op de heerschende windrichting staat. Uit den hellingshoek van een boven om een horizontale as draaibare plaat, die met behulp van een verdeelden cirkelboog kan worden afgelezen, kan men de kracht van den wind bepalen. Nauwkeuriger opgaven verkrijgt men door

Anemometer van Wild.

Sluiten