Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haarlem en te Amsterdam, deed examen als stedelijk*, plattelands- en scheepsheelmeester en volbracht drie reizen naar Java. Nadat hij in 1865 ook als verloskundige het examen had afgelegd, vestigde hij zich te Leeuwarden en schreef eenige novellen in Friesche periodieke werker. Verder leverde hij bijdragen i.i „De Taalgids", „De Oude Tijd", „De Navorsclier", „De vrije Fries", „De Tijdspiegel". „Rond den Heerd" enz., alsmede een „Algemeen Friesch en Nederduitsch dialection" (2 dln., 1874), een werk over „De Nederlandsche geslachtsnamen, in oorsprong, geschiedenis en beteekenis" (2 dln., 1885), „Oud-Nederland" (1887), „Studiën in Nederlandsche namenkunde" (1900) en „Lijst van Friesche eigennamen" (1911). Hij is lid van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden en van vele andere binnen- en buitenlandsche geleerde genootschappen. Sedert 1875 woont hij te Haarlem.

Winkler, Emil, een Dnitsch ingenieur, geboren den 18den April 1835 te Falkenberg bij Torgau, bezocht de school voor bouwkunde te Holzminden, trad in dienst bij den vestingbouw te Torgau, studeerde vervolgens op de polytechnische school te Dresden en ontving toen een aanstelling bij den waterstaat in Saksen. In 1863 vestigde hij zich als privaatdocent aan de polytechnische school te Dresden, in 1865 werd hij hoogleeraar in de ingenieurs-wetenschappen aan de polytechnische school te Praag, in 1868 in den spoorweg- en bruggenbouw aan de technische hoogeschool te Weenen en in 1877 aan de koninklijke bouwacademie te Berlijn. Hij overleed den 27stea Augustus 1888. Behalve een aantal verhandelingen in tijdschriften schreef hij: „DieLehrevon derElastizitat uud Festigkeit"(1868), „Neue Theorie des Erddrucks" (1872), „Wahl der zulassigen Inanspruchnahme der Eisenkonstruktionen"(1877, ook inhetltaliaanschvertaald), „Vortrage über Brückenbau" (1870 enz.) en „Vörtrage über Eisenbahnbau" (1867 enz.).

Winkler, Klemens, een Dnitsch scheikundige, geboren den 26stcn December 1838 te Freiberg, studeerde aldaar, was daarna directeur van de Saksische Blauwververij en werd in 1873 hoogleeraar in de scheikunde en in 1896 directeur van de mijnbouwacademie te Freiberg. In 1875 vond hij het contactprocédé voor de zwavelzuurbereiding, in 1886 ontdekte hij het element germanium. Verder verbeterde hij de methoden der gasanalyse en verrichtte hij onderzoekingen omtrent weerstroomingen en het onschadelijk maken van den rook uit hoogovens. Van zijn hand verschenen o. a.: „Untersuchungen über die chemischen Vorgange in den Gay-Lussacschen Kondensionsapparaten der Schwefelsaurefabriken" (1867), „Anleitung zur chemischen Untersuchung der Industriegase"(2 dln., 1876—1880), „Lehrbuch der technischen Gasanalyse" (3de druk, 1901) en „Praktische Übungen in derMaszanalyse" (3de druk, 1902). Hij overleed den 9den October 1904 te Dresden.

Winkler, Cornelis, een Nederlandsch geneeskundige, geboren te Vianen den 258ten Februari 1855, studeerde te Utrecht en promoveerde aldaar in 1878 op een dissertatie: „Over virus tuberculosum". In het volgende jaar werd hij assistent-arts in het ziekenhuis te 's Gravenhage, daarna assistent aan de polykliniek te Utrecht en in 1886 lector in de psychiatrie aldaar. Hij aanvaarde die be¬

trekking met een redevoering: „De plaats der psychopathologie als hersen-pathologie te midden der klinische wetenschappen." Li November 1886 vertrok hij met den hoogleeraar Pekelharing naar Java ten einde een bacteriologisch onderzoek in te stellen omtrent de beri-beri, Hij werd in 1891 hoogleeraar in de psychiatrie te Utrecht en in 1895 aan de universiteit te Amsterdam. Behalve onderscheiden bijdragen in psychiatrische tijdschriften schreef hij: „Brieven over de polsbeweging in de aderen" (1882,1883), „Een geval van idiotisme"(1885),'„Secondaire nederdalende degeneratie van den meest lateraal gelegen bundel in den „pes pedunculi cerebri, den bundel van Tuerck" (1886), „Onderzoek naar den aard en de oorzaak der beri-beri, en de middelen om die ziekte te bestrijden" (met dr. C. A. Pekelharing, 1889), „De beteekenis van het onderwijs in de psychiatrie voor de geneeskunde" (inaugureele rede, 1893), „Over de doelmatige beweging in de natuur" (inaugureele rede, 1896), „L'intervention chirurgicale dans les épilepsies" (1897), „Over de ziekten der primaire neuronen van het zenuwstelsel" (1897), (met dr. M. Treub.) „De vrouw en de studie" (1898), „Cesare Lombroso" („Mannen en vrouwen van beteekenis, XXXIIs,e bundel, n°. 6, 1901), „Universiteit en vakschool" (1902), „Transcarticale sensorische aphasie bij atropine der beide slaapkwabben" (Geneeskundige Bladen, IX"0 reeks, no.: 5, 1902), „The central courses of the nervus octavus and its influenceon mortality" (Verh. der K. Akad. v. W. Afd. Wis- en natuurk. wetensch, 2de sectie, dl. XIV, 1907), „Overencephalitis en meningitis serosa bij kinderen" (Geneesk. Bladen, XIVde reeks, n°. 5,1909), „An anatomical guide to experimental researches on the rabbit brain" (met Ada Potter, 1911). Voorts is hij mede-redacteur van het tijdschrift „Petrus Camper."

Winkler Prins. Zie Prins.

Winlock, Joseph, een Amerikaansch sterrenkundige, geboren den 6den Februari 1825 te Shelbyville in Kentucky, was van 1842 tot 1852 hoogleeraar in de wis- en sterrenkunde aan het Shelby college, hield zich later te Cambridge (in Massachusetts) bezig met het berekenen van den „Nautical Almanac", werd in 1857 assistent aan de sterrenwacht te Washington, in 1861 superintendent van den „Nautical Almanac" en bleef van 1865 tot aan zijn dood, den llden Juni 1875, werkzaam als directeur der sterrenwacht aan Harvard-College te Cambridge, waar hij vele verbeteringen aanbracht en o. a. een photografisch toestel tot regelmatige waarneming van de zon construeerde. Tot tweemaal toe was hij belast met het bestuur van expedities tot het waarnemen van zonsverduisteringen, in Augustus 1869 in Kentucky en in December 1870 in Spanje. Behalve Annalen der Sterrenwacht te Cambridge heeft hij tafels van Mercurius, opstellen in verschillende sterrenkundige tijdschriften, alsmede de „Proceedings of the American Academy of arts and sciences" in het licht gegeven.

Winnebago is de naam van een stam der Roodhuiden in den staat Dakota (N. Amerika). Zij noemen zich zelf Hockoengora. Vroeger bewoonden zij de oevers van het Michiganmeer, later werden zij echter op reservaties in Wisconsin en Nebraska overgebracht. Zij leven van jacht en vischvangst en bezitten een eigen alfabet van 19 teekens.

Sluiten