Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D, dan is C endossant, D geëndosseerde. De woorden, „waarde genoten" in bovenstaand formulier hebben betrekking op de verhouding tusschen nemer en trekker. Het is vreemd, dat de huidige wet de opneming der woorden „waarde genoten" of „waarde in rekening" in den wissel nog eischt, omdat volgens de tegenwoordige opvattingen het voor de geldigheid der wisselverbintenis onverschillig is, wat er bij de uitgifte van den wissel is voorgevallen en het dus niet afdoet of werkelijk de waarde is genoten. De uit den wissel voortvloeiende verbintenis is formeel] als de vorm aan de eischen der wet voldoet, zijn de onderteekenaars verbonden en kunnen zij zich aan hun aansprakelijkheid niet onttrekken door te beweren, dat de verbintenis geen geoorloofde oorzaak heeft (zie overeenkomst). De uitdrukking „stelt het op rekening met of zonder advies" (welke door onze wet niet wordt geëischt) ziet op de verhouding tusschen trekker en betrokkene. Meestal is de trekker schuldeischer van den betrokkene en geschiedt de wisseltrekking om betaling van de schuld te verkrijgen; noodzakelijk is dit echter niet; men kan ook een wissel trekken op iemand van wien men niets te vorderen heeft. Het gebeurt wel, dat twee of meer personen, zonder dat zij iets van elkaar te vorderen hebben, wissels op elkaar trekken bij afspraak, om zich vervolgens door verkoop van die wissels geld te verschaffen. Geschiedt dit op groote schaal, dan spreekt men van wisselruiterij. De wet verplicht den trekker op straffe van schadevergoeding aan den betrokkene tijdig kennis of advies te geven van den door hem getrokken wissel; men noemt die kennisgeving gewoonlijk adviesbrief. Het eigenaardige van den wissel ligt voorts hierin, dat ieder, die hem teekent, zich tegenover den houder, d.w.z. hem die op den vervaldag wettig houder is, aansprakelijk stelt voor de betaling daarvan. Aansprakelijk zijn dus de trekker en alle endossanten; verder degenen die zich als borg hebben verbonden. Den borgtocht bij den wissel noemt men aval. Of de betrokkene tegenover den houder rechtens aansprakelijk zal zijn, hangt hiervan af of hij den wissel heeft geaccepteerd, d. i. zijn handteekening op den wissel geplaatst. De wissel kan vóór den vervaldag aan den betrokkene ter acceptatie worden aangeboden; weigert hij te accepteeren, dan kan de houder protest van non-acceptatie doen opmaken en daarna zich tot den trekker of een der endossanten wenden met de vordering om voor de betaling borg te stellen of den wissel in te trekken. De betrokkene zal misschien door weigering van acceptatie een verplichting of belofte jegens den trekker schenden en zich jegens dezen aan een vordering tot schadevergoeding blootstellen, doch de houder kan geen betaling van hem vorderen. Onverschillig of de wissel al of niet geaccepteerd is, moet de houder op den vervaldag zich om betaling wenden tot den betrokkene. Betaalt deze niet, dan moet hij den dag na den vervaldag (of indien dit een Zonof feestdag is, den eerstvolgenden werkdag) protest van non-betaling doen opmaken. De protesten van non-acceptatie en van non-betaling worden opgemaaktdooreen notaris, eendeurwaarderof den griffier van hetKantongerecht,vergezeld door twee getuigen. Is de wissel tijdig van non-betaling geprotesteerd, dan kan de houder alle onderteekenaren te zamen of ieder afzonderlijk in rechten aanspreken, met dien verstande dat, als hij den trekker aanspreekt, alle endossanten bevrijd zijn en als hij een endossant

aanspreekt, alle latere endossanten bevrijd zijn. Is het protest niet tijdig opgemaakt, dan zijn alle endossanten daardoor van hun aansprakelijkheid ontheyen en ook de trekker, mits deze bij den betrokkene fonds bezorgd heeft, d. w. z. minstens evenveel van hem te vorderen heeft als het bedrag van den wissel. Hij is dan verplicht deze vordering aan den houder over te dragen. Heeft een der endossanten den wissel betaald, dan heeft hij weer verhaal op den acceptant, de vroegere endossanten en den trekker.

Soms wijkt de wissel af van den gewonen vorm. Hij kan getrokken worden aan de order van den trekker, in welk geval de trekker tevens nemer is en den wissel kan endosseeren. Soms is ook de wissel betaalbaar gesteld niet op de woonplaats van den betrokkene, maar van een derde (gedomicilieerde wissel) ; de betaling moet dan gevraagd en het protest van non-betaling worden opgemaakt ter woonplaats van dien derde. De wissel kan ook in meer dan één exemplaar getrokken zijn (prima, secunda, tertia enz.); slechts één exemplaar behoeft dan te worden voldaan. Wordt de acceptatie of de betaling geweigerd, dan kan ook een derde, ten einde acties tegen trekker en endossanten (regres-acties) te voorkomen, den wissel accepteeren of betalen ter eere van den trekker of van een der endossanten.

Door den wisselhandel kunnen schulden tusschen inwoners van verschillende landen worden vereffend, zonder dat er geld over de grenzen gaat. Gesteld, dat A, wonende te Amsterdam, van B, wonende te Londen, een som van 100 pond sterling te vorderen heeft en aan C, eveneens wonende te Londen, een gelijk bedrag schuldig is, dan kan A een wissel trekken op B en dien zenden (remitteeren) aan C. C int dan het geld bij B, waardoor beide schulden zijn vereffend. Ook ingeval niet één en dezelfde persoon vorderingen op en schulden aan het buitenland heeft, kan de wissel dienst doen. Gesteld bijv. dat A, wonende te Amsterdam, aan B, wonende te Londen goederen heeft geleverd tot een bedrag van 100 pond sterling en dat C., wonende te Londen, aan D, wonende te Amsterdam, goederen heeft geleverd tot een gelijk bedrag. A kan nu een wissel trekken op B en dien verkoopen aan D; deze zendt hem aan C, voorziefi van endossement en C int den wissel bij D. Door soortgelijke transactiën is een levendige handel in wissels ontstaan en is de prijs van wissels (wisselkoers) nu eens hooger en dan weer lager, naarmate de vraag en het aanbod van wissels van een bepaalde plaats op een andere grooter of kleiner is. Zoo zal een wissel op Londen van 100 pond sterling nu eens / 1215, dan weer ƒ 1205 kosten. Er zijn voor de rijzing en daling van den wisselkoers zekere grenzen; hij zal nooit ver afwijken van de muntpariteit, d. w. z. de verhouding tusschen de metaalwaarde van de standaardmunten der twee landen, want.stijgt hij ver daarboven, dan zou het voor degenen die betalingen naar het buitenland hebben te doen, voordeeliger zijn metaal te zenden dan wissels te koopen; de vraag naar wissels zou afnemen en de wisselkoers dalen. Omgekeerd zou, wanneer de wisselkoers ver daalde beneden de muntpariteit, het aanbod van wissels afnemen en de koers weer stijgen, doordat zij die geld uit het buitenland hebben te ontvangen, liever metaal zouden ontbieden dan wissels te trekken.

Wordt een wissel vóór den vervaldag verhandeld, dan wordt op het nominale bedrag een som gekort

Sluiten