Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verde de oogst 174 627 ton rogge, 71 537 ton gerst, 112 520 ton haver en 417 576 ton aardappelen. Van veel belang is de verbouw van vlas. liet dierenrijk 'levert paarden, runderen, schapen, zwijnen, visschen en wild. De nijverheid is van weinig belang. De inwoners, die meerendeels den Grieksch- en RoomschKatholieken godsdienst belijden, bestaan voornamelijk uit Wit-Russen, Letten, Joden, Groot-Russen, Polen en Duitschers. De aanzienlijkste handelsplaatsen zijn Witebsk en Dwinsk. Het gouvernement is verdeeld in 11 arrondissementen. Witebsk vormde vroeger een gedeelte van het vorstendom Polozk, viel in de 14'le eeuw tendeel aan Lithauen, werd een woiwodeschap, kwam in 1792 bij de eerste verdeeling van Polen onder de heerschappij van Rusland en werd in 1796 met Mohilew tot het stadhouderschap Wit-Rusland vereenigd, doch in 1802 daarvan gescheiden en tot een zelfstandig gouvernement verheven.

Witebsk, de hoofdstad van het Russische gouvernement Witebsk (zie aldaar), ligt aan beide zijden van de Duna, waar de Witba in deze rivier uitmondt, en aan 2 spoorwegen. De stad telt meer dan 30 kerken, waaronder zich 3 R. Katholieke en een Protestantsche bevinden, 2 synagogen, onderscheiden kloosters, een gymnasium voor meisjes en een voor jongens, een seminarium, een schouwburg, groote magazijnen van koopwaren, een hospitaal en andere instellingen van weldadigheid, een aantal fabrieken, waaronder een groote vlasspinnerij, een levendigen handel en 65 871 inwoners. In den Noorschen Oorlog koos de stad de zijde van de Zweden en werd daarom op bevel van Peter den Groote in brand gestoken.

Witb, Witte Cornelisz. de, een Nederlandsch zeeheld, uitnederigen stand geboren nabij Den Briel den 29stel> Maart 1699, vertrok in 1616 als kajuitswachter naar Oost-Indië, keerde in 1620 terug, trad in 'slands dienst, klom spoedig op en nam als scheepsbevelhebber deel aan den tocht van V Hermite. Daarop werd hij door de West Indische Compagnie uitgezonden als vlaggekapitein van admiraal Piet Hein, dien hij krachtig ondersteunde bij het veroveren der Spaansche Zilvervloot (1628). Weldra verliet hij den dierst en bekleedde het schepenambt in Den Briel (1635 en 1636), terwijl hij als diaken in den kerkdienst werd bevestigd (1637). In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot vice-admiraal van Holland en WestFriesland. In 1639 werd hij met Banckers en Everlsen onder Tromp naar het Kanaal gezonden om de Spanjaarden te bevechten en had in den slag bij Duins de taak de Engelschen in het oog te houden. Daarna trad hij inzonderheid op tegen de kapers van Duinkerken, en in 1644 en 1645 werd hij door de Staten belast met de gewichtige taak, een aanzienlijke koopvaardijvloot naar het noorden te begeleiden, waar geschillen waren gerezen met den koning van Denemarken over den Sondtol, in 1647 werd hij benoemd tot bevelhebber van een eskader, bestemd naar de Nederlandsche bezittingen op de kust van Brazilië. De Witb, die bij al zijn deugden als bevelhebber een hardvochtig en eigenzinrig karakter bezat, keerde zonder daartoe bevel te hebben ontvangen, van dezen tocht terug, juist in den tijd, dat de staatkundige twisten in Holland een noodlottige hoogte hadden bereikt, zoodat, toen de stadhouder hem in hechtenis deed nemen, de Staten van Holland het besluit namen, hun bevelhebber met geweld te verlossen,hetgeen de stadhouder echter voor¬

kwam door hem in vrijheid te stellen. Wellicht had het procés een bedenkelijken loop genomen, wanneer de stadhouder niet in 1650 was overleden. Nu werd de oorspronkelijke eisch, namelijk de dood met verbeurdverklaring zijner goederen, aanmerkelijk verzacht, en De With verloor slechts zijn jaarwedde sedert het oogenblik van zijn eigendunkelijk vertrek en behoefde enkel de kosten van zijn gevangenschap en van zijn rechtsgeding te betalen. Inmiddels werd de republiek in een oorlog gewikkeld tegen Engeland, en nadat deze in Mei 1652 was uitgebarsten, had er een reeks van zeegevechten plaats, waaraan de vice-admiraal De With meestal deelnam. Toen hem in laatstgenoemd jaar tijdelijk het bevelhebberschap was opgedragen, bevond hij zich met ruim 60 schepen op de Viaamsche kust tegenover een dergelijke vloot van Blake. Het gevecht van den 8sten October was niet beslissend, en vruchteloos trachtte De With den volgenden dag zijn voorstel tot voortgang van den strijd door te zetten. Daarna bleef hij eenigen tijd aan wal en was niet tegenwoordig bij de overwinning, in December bij de Singels op de Engelschen behaald, noch bij den Driedaagschen Zeeslag in het begin van 1653. In April van dit jaar echter vergezelde hij weder eenige koopvaarders naar het noorden en voegde zich vervolgens bij de hoofdvloot onder Tromp. De Nederlanders waren echter niet voorspoedig in hun krijgsverrichtingen. Na het sneuvelen van Tromp hield De With den vijand nog eenigszins in ontzag, doch moest ten slotte met zijn gehavende vloot naar Tessel terugkeeren. Ofschoon hij wegens zijn dapperheid aanspraak kon maken op den hoogsten rang, werd het opperbevel opgedragen aan Jacob van Wassenaer, heer van Obdam. In den Noorschen Oorlog kommandeerde hij de voorhoede der vloot, waarmee Van Wassenaer den 8sten November 1658 de Zweden in de Sond versloeg. Met zijn schip „Brederode" van de overige schepen verwijderd, streed hij echter uren lang tegen de overmacht, totdat zijn schip en zijn lijk in handen vielen van de Zweden. Deze gaven het stoffelijk overschot van den gesneuvelden held over aan Van Wassenaer, zoodat het naar het vaderland vervoerd en te Rotterdam begraven werd, waar de Staten van Holland en de Admiraliteit een praalgraf te zijner eere deaen verrijzen.

Witheriet, een mineraal, bestaande uit baryumcarbonaat (BaCO3), komt in rhombische kristallen, zoowel als in vezelige en massieve aggregraten voor, is kleurloos, meestal lichtgrijs of geelachtig, doorschijnend en glasglanzend. Zijn hardheid bedraagt 3—3,5, zijn soortelijk gewicht 4,2—4,3. Men vindt dit mineraal in de loodertsgangen van N.Engeland, bijv. in Cumberland, in Northumberland en in Lancashire. Ook komt het voor in Salzburg en in Stiermarken. Het wordt gebruikt ter bereiding van baryumpraeparaten, in pannebakkerijen om uitslag te voorkomen, en als vergift voor ratten.

Withington, een plaats in Lancashire (Engeland), is een Z.lijke voorstad van Manchester, waarvan het 5 km. verwijderd is, bevat vele villa's en telt (1901") 36 202 inwoners.

Withuys, Carel Godfried, een Nederlandsch dichter, geboren te Amsterdam den 2"611 Mei 1794, trad er in 1814 als ambtenaar in dienst, was tijdens de Belgische omwenteling werkzaam als chef der hoofdafdeeling voor wegen en vaarten bij het Amortisatiesyndicaat, werd in 1849 directeur der lands-

Sluiten