Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. De onderhandelingen werden in het geheim gevoerd en den 4den Mei 1654 kwam de Acte van Seclusie (zie Seclusie) tot stand, die toen zij bekend werd een storm van verontwaardigirg deed ontstaan, waarop De Witt met een deductie antwoordde. In 1655 trad hij in het huwelijk met We.nd.ela Bicker, waardoor hij verwant werd met de staatsgezinde en invloedrijke Bickers. In den oorlog met Engeland was gebleken, dat Nederland om zijn heerschappij op zee tegen Engeland te kunnen handhaven, behoefte had aan versterking en uitbreiding van de vloot. Daaraan wijdde De Witt dan ook al zijn kracht. Ook na den Eersten Engelschen Oorlog bleven buitenlandsche verwikkelingen niet achterwege. Vooral Frankrijk en Engeland maakten het de Republiek dikwijls lastig. Het grondbeginsel van de staatkunde van De Witt bestond daarin, dat hij bij Engeland steun tegen Frankrijk en bij Frankrijk steun tegen Engeland zocht. Zoo sloot de republiek in 1662 een verbond met Engeland, waarbij besloten werd, dat beide landen elkander in geval van oorlog bij zouden staan. Even te voren was een dergelijk tractaat met Frankrijk tot stand gekomen.

De troonsbestijging van Karei II in 1660 had aanleiding gegeven tot de intrekking van de Acte van Seclusie en tot het besluit, dat de opvoeding van Willem van Oranje door de Staten van Holland zou geschieden, welk besluit voorloopig niet werd uitgevoerd. De goede verhouding met Engeland en met Frankrijk bestond echter slechts in schijn, zoodat dan ook in 1665 de Tweede Engelsche Oorlog uitbrak. Reeds vóór den oorlog had Engeland zich meester gemaakt van enkele van onze koloniën. De Witt wist te bewerken, dat De Ruyter met een vloot werd afgezonden om deze koloniën te hernemen; verder kwam er een verbond met Brandenburg en Denemarken tot stand. De hulp van Frankrijk was zeer gering, Munster had zich verbonden met Engeland. Het begin van den oorlog was ongelukkig, op tal van plaatsen ontstonden bewegingen ten gunste van den prins van Oranje; wat tengevolge had, dat deze tot Kind van Staat werd aangenomen. In 1667 kwam na den roemrijken tocht naar Chatham de Vrede van Breda tot stand. Tijdens den oorlog met Engeland had Lodewijk XIV een inval in de zuidelijke Nederlanden gedaan (zie Devolutieoorlog), die ons land in een moeilijke positie bracht. De Witt begreep, dat hij op een oorlog moest rekenen en dat in dit geval de benoeming van den prins tot kapitein-generaal van de Unie onvermijdelijk was. Hij wilde de vereeniging van het kapitein-generaalschap met het stadhouderschap voor goed onmogelijk maken en dreef daarom in de Staten van Holland het Eeuwig Edict (zie aldaar) door. Aan den Devolutieoorlog wist De Witt een einde te maken door met Engeland en Zweden de Triple Alliantie (1668) te sluiten, zoodat Lodewijk tot den Vrede van Aken werd gedwongen. De Witt stond thans op het toppimt van zijn macht, de Triple Alliantie verhinderde Frankrijk zijn plannen te volvoeren. Daarom trachtte dit land voor alles dit verbond uit den weg te ruimen. Zijn pogingen om De Witt om te koopen, mislukten; daarentegen gelukte het aan Lodewijk Engeland en Zweden van het verbond los te maken. Tusschen Frankrijk en Engeland kwam het geheim verdrag van Dover tot stand, waarbij Karei beloofde, gelijktijdig

met Frankrijk den oorlog aan de Republiek te zullen verklaren. Een tractaat met Zweden hifld in, dat dit rijk eiken Duitschen vorst zou aantasten, die Nederland hulp aanbood. Verder sloot Lodewijk een verbond met Munster en Keulen. De Witt stelde alle pogingen in het werk, om het van verschillende kanten dreigende gevaar af te wenden, echte r zonder resultaat. Ook in het binnenland was zijn positie niet meer zoo sterk; verschillende hooggeplaatste personen, vroeger zijn medestarders, waren met zijn bestuur ontevreden, terwijl Amsterdam zich aan de oppermacht van de Staten van Holland trachtte te onttrekken. De Oranjepartij werd steeds machtiger en wist te bewerken, dat de prins tot kapitein-generaal voor één veldtocht werd benoemd. In April 1672 verklaarden de 4 mogendheden den oorlog aan de republiek, die gesteund werd door Spanje, Brandenburg en den keizer. In korten tijd drong het Fransche leger midden in het land door, de verslagenheid was algemeen, steeds grooter werd het verlangen naar een Oranjevorst. Den 2den Juli benoemden de Staten van Zeeland den prins tot stadhouder, de Staten van Holland volgden den 4den Juli, nadat zij het Eeuwig Edict hadden ingetrokken. Ook het kapitein-generaal- en admiraalschap van de Unie werd hem door de StatenGeneraal opgedragen. De haat tegen de gebroeders De Witt was steeds toegenomen. In Juni 1672 was door 4 jongelieden op Jan de Witt een aanslag beproefd, die mislukte, doch waarbij hij werd gewond. Den 4aen Augustus legde hij het ambt van raadpensionaris neder, doch daarmee was de volkshaat niet bevredigd. Den 20stcn Augustus, toen Jan de Witt zijn broeder (zie Cornelis de Witt) in de gevangenis bezocht, verzamelde zich een groote menigte, waarvan Tichelaar, Verhoeff, Van Bankhem en Van Soenen de aanvoerders waren, voor de Gevangenpoort en drongen, nadat 3 afdeelingen ruiterij onder Tilly, die op bevel van de Gecommitteerde Raden aldaar waren geplaatst, waren afgetrokken, de gevangenis binnen, vermoordden de beide broeders en mishandelden de lijken op een afschuwelijke wijze.

Over de houdirg van Willem III in deze zaak is door verschillende geschiedkundigen ongelijk geoordeeld. Volgens sommigen heeft hij kennis van het plan van de aanlrggers gehad en geschiedde het wegtrekken van Tillrfs ruiterij op zijn bevel, zoodat het volk in de volvoering van zijn opzet niet werd verhinderd. In elk geval pleit de houding van den prins tegenover Tichelaar, wien hij een jaargeld schonk, en Van Bankhem, die tot baljuw van Den Haag werd verheven, zooal niet voor zijn voorkennis van het feit, dan toch voor zijn goedkeuring daarvan. De lijken van de beide broeders werden in de Nieuwe Kerk ter aarde besteld.

De Witt was een eerlijk en schrander staatsman met een buitengewone wilskracht, veel werkkracht, een uitgebreide kennis van staatszaken en groote wetenschappelijke kundigheden. Hij maakte o. a. een berekening van lijfrenten en sterftetafels, die thans nog waarde heeft. Door zijn uitstekend fmanciëel beheer verminderde de rentelast van Holland. Hij bezat een groote mate van zelfvertrouwen, veerkracht en onverzettelijkheid. Zijn leefwijze was eenvoudig. De „Mémoires de Jean de Witt" (1709) zijn niet anders dan een Fransche bewerking van de „Aanwijsing der heilsame politieke gronden en

Sluiten