Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwoners naar het zuidoosten en naar Kasan en noemden zich zeiven Wjatsjanen en het land Wjatka. Hoewel zeiven Russen leefden zij met Rusland in onmin en traden gedurig op als bondgenooten der Tataren, totdat Iwan III in 1489 het land met geweld aan het rijk der Moskovieten onderwierp.

Wjatka, tot 1781 Chlynow geheeten, de hoofdstad van het gouvernement Wjatka (zie aldaar), ligt aan de rivier de Wjatka, waarlangs een geregeld stoombootverkeer met Kazan plaats heeft, en aan 2 spoorwegen. De stad bezit 23 kerken, een monnikenklooster, dat in 1500 werd gebouwd, een gymnasium, een meisjesschool, een hoogere burgerschool een seminarium, een kweekschool voor onderwijzers, een aantal fabrieken, veel handel en 25008 inwoners. Wjatka is de zetel van een bisschop. In de 12de eeuw werd de plaats als een kolonie van Nowgorod gesticht.

Wjernoje of Wjernyi, in het Kirgisisch Almaty geheeten, is de hoofdstad van het gelijknamige distrikt van de Russische provincie Semiretsjensk in het Centraal-Aziatisch generaal-gouvernement Turkestan. De stad ligt op de noordelijke helling van den Transilensischen Alatau aan de Almatinka, een zijrivier van de Ui. Bijna alle gebouwen zijn er van hout, alleen de paleizen van den gouverneur en van den aartsbisschop en het gymnasium zijn van steen. Tot de overige gebouwen beliooren 4 Russische kerken, een aantal moskeeën en synagogen, een bibliotheek en een school voor ooftbouw. Het aantal inwoners bedraagt 22 837. Er is veel nijverheid en handel. In de omgeving vindt men groote kweekerijen van appels en abrikozen. Wjernoje werd in 1855 op de plaats van het oude Almaty gesticht als vesting tegen de Kara-Kirgisen. In 1887 heeft de plaats door een aardbeving zeer geleden.

Men heeft een spoorweg ontworpen van Tasjkent over Semipalatinsk naar een station van den Siberischen spoorweg in de nabijheid van Tomsk, die Wjernoje zal aandoen.

Wlachen, bij de Germanen oorspronkelijk de benaming der Kelten, werd, nadat deze door de Romanen verdrongen waren, aan alle Romaansche volkeren gegeven. Zoo is in het Czechisch vlach, in het Poolsch woloch en in het Sloveensch lah het woord voor „Italiaan" geworden; in het Serbo-Kroatisch en het Bulgaarsch duidt het woord vlah, in het Russisch woloch den Roemeen aan. Thans verstaat men in Kroatië, Dalmatië, Bosnië en Herzegowina onder Wlachen meestal de aanhangers van de Grieksch-Oostersche Kerk.

Wladikaukas. een versterkte hoofdstad van een evenzoo genoemd distrikt in het Terekgebied van Russisch-Kaukasië, ligt 715 m. boven de oppervlakte der zee aan den voet van den lij en aan beide oevers van de Terek en is het eindstation van den van Rostow aan de Don derwaarts loopenden spoorweg. De stad bezit een kathedraal, een gymnasium, een hoogere burgerschool, een Cadetten-korps en een schouwburg. Er is veel nijverheid en een belangrijke doorvoerhandel langs den Groesinischen heerweg. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 49 924.

Wladimir, een Russisch gouvernement, omgeven door de gouvernementen Jaroslaw, Kostroma, Nisjny-Nowgorod, Tambow, Rjasan, Moskou en Twer, telt op 48 856 v.km. 1 515 691 inwoners, meest Groot-Russen. Het land vormt een heuvelachtige vlakte met een leemigen, zandigen, kiezeli-

gen of kleiachtigen bodem. De meeste rivieren behooren tot het stroomgebied van de Oka, die over een lengte van 176 km. door het zuidelijk gedeelte van dit gouvernement stroomt en op den linker oever de Klja sma opneemt. De derde bevaarbare rivier is een zijrivier van de laatstgenoemde, de Tesa. Er zijn onderscheiden kleine meren en vele moerassen. Het vastelandsklimaat is in het algemeen gezond, de gemiddelde jaarlijksche warmte bedraagt voor de hoofdplaats 3,3° C. Van den bodem wordt 36,4% door bouwland, 35% door bosch, 20,6% door wei- en hooiland en 8 % door woeste gronden ingenomen. Wladimir is in de eerste plaats een industriegebied, de landbouw speelt een ondergeschikte rol. De voornaamste landbouwproducten zijn: rogge, boekweit, haver, aardappelen en vlas, verder worden er veel groenten en ooft, inzonderheid kersen, gekweekt. Uit den bodem wordt alabast, moerasijzererts en turf gehaald. De nijverheid is zoowel fabrieksnijverheid als huisindustrie. De voornaamste industrieplaatsen zijn: Iwanowo-Wosnessensk,.Sjoeja, Alexandrow, Danilowo en Teikowo. De meeste fabrieken verwerken katoen, linnen en metaal. De huisindustrie omvat katoenweverij, zijdespoelerij, het vervaardigen van speelgoed, handschoenen, schoenen, viltpantoffels enz., wolweverij, meubelmakerij, kuiperij, bontwerkerij enz. Het vervaardigen van heiligenbeelden is van ouds een belangrijk middel van bestaan in deze streek. De handel is van veel belang, vooral op de jaarmarkten te Sjoeja, Moerom en Kowrom. De hoofdstad is Wladimir. Het gouvernement is in 13 districten verdeeld.

Het land, dat tegenwoordig het gouvernement Wladimir vormt, heette vroeger Soesdal. In 1170 koos vorst Andrei Bologjoebski van Soesdal de stad Wladimir tot zijn residentie en aanvaardde den titel van grootvorst van Wladimir. Van dien tijd af was Wladimir het voornaamste gewest van geheel Rusland. Jaroslaw 11 (1238—1247) zag zich genoodzaakt in 1242 het land aan te nemen van Batoe, khan der Mongolen, als een leengoed. Na den dood van grootvorst Andreas (1304) streden vorst Michael van Twer en vorst Georg van Moskou om het bezit van het grootvorstendom. Eindelijk behaalde Georg in 1313 de overwinning en werd door den khan der Mongolen in de waardigheid van grootvorst bevestigd. Later echter (1328) werd Johan van Moskou tot grootvorst benoemd en deze verplaatste den zetel van het rijk naar Moskou.

Wladimir, de hoofdstad van het Russische gouvernement Wladimir(zie aldaar),ligt aan de Kljasma en aan 2 spoorwegen. De stad bezit 28 kerken, een oud gedeeltelijk vervallen Kreml, waartoe de Gouden Poort (uit de 12de eeuw, in de 180e eeuw gerestaureerd) toegang geeft, fraaie gouvernementsgebouwen, een seminarium, een gymnasium, een meisjesschool, eenige fabrieken en (i900) 32 029 inwonersAVladimir is de zetel van een Grieksch-Katholieken bisschop en was vroeger de residentie van de grootvorsten van Wladimir.

Wladimir Alexandrowitsj, een Russisch grootvorst, geboren den 22sten April 1847, de derde zoon van Alexander II, voerde in den Russisch-Turkschen Oorlog het bevel over het 12de legerkorps en werd in 1881 door Alexander III, voor het geval, dat hij mocht overlijden, belast met het regentschap over den minderjarigen troonopvolger. In 1881 werd hij opperbevelhebber van het mili-

Sluiten