Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enz. gesorteerd, ontdaan van knoopen, naden, haken enz. en gewassehen. Daarop komt het in een scheurwolf, een trommel van 1 m. doorsnede en inwendig voorzien van scherpe punten, welke 700—800 maal per minuut rondwentelen en de weefsels in afzonderlijke vezels uiteenrafelt. Deze hebben een lengte van 5—20, gemiddeld van 8—10 mm. Al naar haar lengte worden deze vezels nu in den klopwolf met meer of minder natuurwol gemengd en daarna tot strijkwol gesponnen. Shoddywol bevat dikwijls zoo vele voldoend lange vezels, dat zij zonder bijmenging van natuurwol kan worden versponnen.

Wolberg, Julien, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Heemstede den 26sten Juli 1819, vestigde zich in 1856 te Utrecht, om zich aldaar te wijden aan de beoefening der letteren. Hij schreef: „Ernstig woord aan mijne R. K. landgenooten"(3 stukjes, 1853), „Devoot gesprek tusschen Maria de moeder des Heeren en een vromen Katholiek"(1853), „Een avond met H. van Maasdijk, vroeger R. K. priester en pastoor, thans evangelisch leeraar te Brussel"(1854), „De slavernij in Suriname", „De Surinaamsche negerslaaf", „Geschiedenis van Suriname van de ontdekking van Amerika tot op den tegenwoordigen tijd"(1859—1861) en „Geschiedenis van Java"(2 dln., 1868). Verder leverde hij vele bijdragen in dagbladen en tijdschriften en redigeerde hij sedert 1871 het weekblad voor het volk, de „Werkmansvriend". Hij overleed den 22sten September 1889.

Wolboom. Zie Eriodendron.

Wolchonskiwoud. Zie Waldailioogte.

Wolchow, een rivier in Europeesch Rusland, mondt als afvoerrivier van het Ilmenmeer uit in het Ladogameer. Zijn bronrivieren zijn de Lowat, Polistj en Sjelon, die uit het Z. naar het Ilmenmeer stroomen. Zijn oevers zijn meestal laag en in het voorjaar aan overstroomingen blootgesteld. De scheepvaart, welke op deze rivier met een lengte van 220 km. zeer belangrijk is, ondervindt belangrijken hinder van stroomversnellingen. De voornaamste havens zijn: Nowgorod en Nowaja Ladoga. Tengevolge van opstuwing van ijs uit het Meer van Ladoga aan haren mond, stroomt de rivier wel eens dagen lang rugwaarts, daar zij zeer weinig verval heeft. Op de plaats, waar de Wolchow het Ilmenmeer verlaat, verheft zich het prachtige klooster Perynski Skit. De Wolchow maakt deel uit van het WysjneWolotsjoksche kanaalstelsel.

Wolcott, John, een Engelsch hekeldichter, bekend onder den naam van Peter Pindar, geboren in Mei 1738 te Dodbrooke in Devonshire, werd geneesheer en vertrok in 1768 als lijfarts met den gouverneur sir William Trelawney naar Jamaica. Weldra echter keerde hij naar Engeland terug, ontving van den bisschop van Londen de priesterwijding en verkreeg van zijn beschermer een predikambt op Jamaïca. Na den dood van dezen vergezelde hij diens weduwe naar Engeland, waar hij zich te Truro in Cornwall, later te Exeter als arts vestigde. Hier legde hij zich toe op het hekeldicht, maar berokkende zich daardoor vele onaangenaamheden, zoodat hij zich genoopt zag in 1778 naar Londen te vertrekken, waar hij spoedig een gevreesd satiricus werd. Hij richtte zijn aanvallen tegen de leden der Koninklijke Academie („Lyric odes to the royal academicians, 1782") en hekelde in den ,,Lousiad"(1785) de dwaasheden van koning George 111 en diens gemalin. Van

1778—1808 schreef Wolcolt meer dan 60 dichterlijke vlugschriften, die zoo grooten schrik verwekten, dat het ministerie, naar men wil, pogingen aanwendde om hem door omkooperij tot zwijgen te brengen. Zijn hekelschriften, die heden wegens hun eenigszins onkiesche taal in Engeland weinig meer gelezen worden, zijn gezamenlijk uitgegeven in 1794—1801 en in 1816 in 5 dln. Op gevorderden leeftijd werd hij blind en overleed den 13den Januari 1819 te Somerstown; zijn stoffelijk overschot werd in de St. Paulskerk bijgezet.

Woldemar, Günther Friedrich, vorst van Lippe, geboren te Detmold den 18aen April 1824, trad in Hanoverschen en vervolgens in Pruisischen dienst, en voerde bij het uitbreken van den Sleeswijk-Holsteinschen Oorlog het commando over het bataljon uit Lippe. Den 9den November 1858 trad hij in het huwelijk met prinses Sophie van Baden. Den 8sten December 1875 werd hij opvolger in de regeering van zijn broederLeopold,als hoedanighij den ouden strijd in zijn land over een grondwet beëindigde. Hij overleed den 20sten Maart 1895.

Wolf (Canis Lupus L.\ zie de plaat), een roofdier uit het geslacht Hond (Canis L.), onderscheidt zich van den huishond hoofdzakelijk door grootere magerheid, sterker ontwikkelden nek en pooten, spitseren snuit en hangenden staart. Hij is 1,15 m. lang, waarvan 45 cm. op den staart komen en ongeveer 85 cm. hoog; de ooren staan overeind, de pooten zijn hoog en pezig, de staart is langharig. De pels is gewoonlijk vaal grijsachtig geel en zwartachtig, aan den buik en het voorhoofd lichter van kleur, vaak lichtgrijs, aan den snuit geelachtig grijs, met zwart vermengd en aan de wangen geelachtig. In den zomer is de kleur meer rood, in den winter meer geelachtig; in N.lijke landen neigt zij meer naar het wit, in Z.lijke naar het zwart. Ofschoon uit een groot gedeelte van zijn voormalig gebied verdrongen, komt hij toch nog in bijna geheel Europa voor. In Nederland, in Noord- en Midden-Duitschland en Engeland is hij zoo goed als uitgeroeid. In Hongarije, Galicië, Kroatië, Krain, Servië, Bosnië, Roemenië, Polen, Rusland en Skandinavië daarentegen komt hij nog veelvuldig voor, en zelfs in België (Ardennen) is hij niet onbekend. Verder bewoont hij de landen van den Atlas, N.O.- en Middel-Azië en N.-Amerika. De wolf houdt zich bij voorkeur op in dichte wouden; in Middel-Europa alleen die van het hooggebergte, in het Z. de steppe, in Spanje ook de graanlatiden. Hij zwerft over groote afstanden rond, dikwijls 50—70 km. in één nacht, leeft in het voorjaar en den zomer alleen of ten getale van twee of drie bij elkander, in het najaar met wijfje en jongen en in den winter in troepen. Alleen in eenzame bosschen vertoont hij zich bij dag; in bewoonde streken niet vóór het aanbreken van de schemering. Hij is zeer bloeddorstig, maakt jacht op zoogdieren, vogels en allerlei kleine dieren en nuttigt ook plantaardige stoffen. In den herfst en in den winter nadert hij tot de dorpen, overrompelt het grazend vee, valt inzonderheid honden aan en belaagt in troepen wel «ens runderen en paarden. Daarbij doodt hij dan veel meer dan hij verslinden kan en is dientengevolge de schrik der herders en jagers. Den mensch vermijdt hij zooveel mogelijk.

De wolf bereikt een leeftijd van 12—15 jaar. De bronstijd duurt van eind December tot midden Februari. Het wijfje draagt 63—64 dagen en werpt dan

Sluiten