Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of the ancient Roman city" (1872). Hij overleed te Londen den 238ten December 1877.

Wright, William, een Engelsch taalgeleerde, geboren in Bengalen den l7<Jen .Januari 1830, studeerde te St. Andrews en te Halle en werd in 1856 benoemd tot hoogleeraar in het Arabisch aan de universiteit te Londen, en in 1868 aan het TrinityCollege te Dublin. Nadat hij sedert 1861 bij het bestuur der handschriften in het Britsch Museum was werkzaam geweest, verkreeg hij in 1870 een professoraat in het Semietisch te Cambridge. Hij schreef o. a.: „The travels of Ibn Jubair" (1852, 2de druk van De Goeje, 1907), „Opuscula arabica" (1859), „Kfaiil" van El-Mubarrad (2 dln., 1874— 1892, voltooid door .De Goeje), „Contributions to the apocryphal literature of the New Testament" (1865), „Apocryphal acts of the apostles" (2 dln., 1871), „The homilies of Aphraates" (dl. 1, 1869), „The chronicle of Joshua the Stylite" (1882), „The book of Kalilah and Dimnah" (1884), „Catalogue of the Syriac manuscripts in the British Museum" (3 dln., 1870—1872), „Catalogue of the Ethiopië manuscripts in the British Museum" (1877) en „The empire of the Hittites" (2de druk, 1886). Verder bewerkte hij de Arabische spraakkunst van Caspari in het Engelsch (3de druk, herzien door Robertson Smith en De Goeje, 2 dln., 1896—1898). Hij overleed te Cambridge den 22eten Mei 1889. Uit zijn nalatenschap verscheen nog: „Pectures on the comparative grammer of the Semitic languages" (uitgegeven door Robertson Smith, 1890), „A short history of Syriac literature" (1894) en „The ecclesiastical history of Eusebius" (1898). Verder heeft hij een groot deel van de verslagen van de „Palaeographical Society" bewerkt.

Wright, Wilbur, een Amerikaansch vliegtechnicns, geboren den 16den April 1867 te Henry County (Indiana), bouwde met zijn broeder Orville Wright, geboren den 18dcn Augustus 1871 te Dayton (Ohïó), uitgaande van de proeven en waarnemingen van O. Lilienthal, de eerste motorvliegtoestellen. Met hun eersten tweedekker deden zij reeds in 1904 vluchten van 19 km.Eerst sedert 1908 echter demonstreerden zij hun toestel in het openbaar. Hun tweedekker, met name de kromming der draagvlakken, kan als liet prototype van de meeste andere vliegtoestellen beschouwd worden.

Wrikken noemt men het voortbewegen van een roeiboot met behulp van één riem, die, aan den achtersteven hellend in het water gebracht, afwisselend van links naar rechts en van rechts naar links bewogen en gelijktijdig om zijn eigen as gedraaid wordt. Daardoor werkt het ondergedompelde gedeelte van den wrikriem als een scheepsschroef.

Wringbalans is hetzelfde als Torsiebalans. Zie aldaar.

Wringmachine. Zie Wasschen.

Wrijving (Frictio) is in de werktuigkunde de naam van den weerstand, dien twee lichamen, welke met elkander in aanraking zijn, tegen een beweging bieden. De grootte van deze wrijving hangt in de eerste plaats af van den aard der wrijvende oppervlakken. Hoe meer oneffen en hoe zachter deze zijn, des te grooter is zij. Verder hangt zij af van den druk, dien de lichamen op elkander uitoefenen. Blijft deze standvastig, dan hangt zij echter niet, of althans niet binnen zeer ruime . grenzen, af van de grootte der wrijvende opper¬

vlakken. Men onderscheidt de slepende wrijving, waarbij steeds dezelfde deelen van het bewogen lichaam met het daaronder gelegen in aanraking blijven, en de rollende wrijving, waarbij telkens nieuwe deelen van het bewogen lichaam met het daaronder gelegen in aanraking komen. Bij deze laatste moet ook de adhesie overwonnen worden. Proeven over slepende wrijving werden door Coulomb genomen met een toestel, dien hij tribometer noemde (zie de afbeelding). Deze bestaat uit een bak a, dien men naar willekeur met gewichten bezwaren kan; hij rust op twee horizontale sporen b, terwijl een daaraan

Tribometer van Coulomb.

vastgehecht snoer over een schijf c loopt en aan het uiteinde een schaal d draagt. Op deze schaal kan men zoolang gewichten leggen, totdat de bak in beweging komt; het gezamenlijk gewicht op de schaal wijst alsdan den overwonnen wrijvingsweerstand aan. Op grond van de aangegeven betrekkingen kan men de slepende wrijving wiskundig weergeven als het product van den druk, dien de lichamen op elkander uitoefenen en van een coëfficiënt, wijvingscoëfficient geheeten, welke voor een bepaalde stof karakteristiek is. De wrijving der rust, waarbij een rustend lichaam in beweging moet worden gebracht, is grooter dan de wrijving der beweging, waarbij deze laatste reeds is ontstaan. Bij metalen is echter het verschil niet groot. De eerste klimt met den duur der aanraking tot een maximum; bij de laatste heeft de snelheid der beweging geen invloed. De wrijving is in den regel sterker tusschen gelijksoortige, dan tusschen ongelijksoortige lichamen. Bij metalen neemt zij toe met de temperatuur, bij houtsoorten met de vochtigheid. Voor houtsoorten is zij geringer bij gekruiste, dan bij evenwijdige vezels. Om de wrijving te verminderen maakt men, behalve van polijsten en een geschikte keuze der stoffen, gebruik van allerlei smeermiddelen, welke de wrijvende vlakken glad maken, doordat zij hun oneffenheden opvullen. Onderstaande tabel geeft, in gemiddelde waarden, de wrijvingscoëfficienten voor enkele dikwijls toegepaste stoffen.

Wrijvingscoëfficient. Naam van de stof hpt lderrost- beweging.

Hout op hout, droog 0,50 0,36

Hout op hout, met talk.... 0,19 0,15

Hout op metaal, droog 0,60 0,42

Hout op metaal, met olijfolie 0,10 0,06

Metaal op metaal, droog.. 0,18 0,18 Metaal op metaal, met olijfolie 0,12 0,07

Sluiten