Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baardborstels. De klauwen zijn scherp en gekromd. Zij voeden zich met insecten, de grootere ook met muizen en kleine vogels. Bij ons te lande komen slechts 3 soorten, behoorende tot het geslacht der Klauwieren (zie aldaar) voor.

Wurm, Joliann Friedrich, een Duitsch sterrenkundige, geboren den 19den Januari 1760 te Nürtingen, studeerde te Tubingen in de godgeleerdheid, werd in 1788 leeraar te Nürtingen, in 1797 godsdienstleeraar te Gruibingen bij Göppingen, in 1800 professor aan het theologisch seminarium te Blaubeuren, was van 1807—1824 verbonden aan het gymnasium te Stuttgart, waar hij na dien tijd als emeritus bleef wonen, werd blind en overleed den 23Bten April 1833. Op sterrenkundig gebied heeft hij zich vooral verdienstelijk gemaakt door zijn uitvoerige nasporingen over de periodiciteit van de lichtwisseling der veranderlijke sterren, alsmede door de berekening der lengte van talrijke plaatsen op de beide halfronden uit sterbedekkingen en verduisteringen. De naar hem genoemde „Wurmsche reeks" is een door hem voorgestelde wijziging der wet van Tiiius. Van zijn geschriften vermelden wij: „De ponderum, nummorum, mensurarum ac de anni ordinandi rationibus apud Romanos et Graecos"(1821).

Wurmbrand, Gundaccar, graaf, een Oostenrijksch staatsman, geboren den 9den Mei 1838, opperhofmeester van aartshertog Franz Karl, nam als ritmeester ontslag uit den dienst en wijdde zich daarna op zijn landgoed Ankenstein bij Pettau in Stiermarken aan de studie der anthropologie, oudheidkunde en kunstnijverheid. Als afgevaardigde van de Kamer van Koophandel te Graz in 1879 in den Rijksraad gekozen, sloot hij zich aan bij de grondwetspartij. In 1883 gaf de „Wurmbrandsche Antrag", een voorstel om de Duitsche taal als die van den Staat te erkennen, aanleiding tot stormachtige debatten; het werd in 1884 verworpen. Na den dood van Kaiserfeld werd hij benoemd tot „Landeshauptmann". In 1885 vaardigde Graz, in 1891 het Stiermarksche grootgrondbezit hem af naar den Rijksraad. Als lid van de Duitsch-liberale partij nam hij den 12del November 1893 als minister van Koophandel zitting in het ministerie-Windisch-Gratz, waarmede hij den 18dcn Juni 1895 aftrad. Van 1896 —1897 was hij opnieuw „Landeshauptmann" van Stiermarken. Hij overleed den 26sten Maart 1901 te Graz.

Wurmser, Dagóbert Siegmund, graaf, een Oostenrijkscli veldmaarschalk, geboren in 1724 te Straatsburg, was van 1745—1747 in Franschen dienst en onderscheidde zich in den Zevenjarigen Oorlog. Nadat in 1762 de vrede gesloten was tusschen Frankrijk en Engeland, trad hij in de Oostenrijksche gelederen. In den Beierschen Successieoorlog dekte hij in 1778 den rechter vleugel van het bij Jaromierz staande hoofdleger. Niet lang na den vrede werd hij bevelvoerend generaal in Galicië en in 1787 generaal der cavallerie. Bij het uitbarsten van den Franschen Omwentelingsoorlog werd hij in het voorjaar van 1793 bekleed met het opperbevel over het Oostenrijksche leger aan den Boven-Rijn, nam deel aan de belegering van Mainz, veroverde den 13den October de liniën van Weiszenburg en bedreigde reeds S traatsburg, toen Picliegru hem tot een overhaasten aftocht dwong. In Augustus 1795 aanvaardde hij op nieuw het opperbevel over het leger aan den Boven-Rijn en versloeg de Franschen den 18de" October voor Mann-

heim.dat hemin handen vielsln 1797 werdhij als veldmaarschalk in plaats van Beaulieu met het opperbevel van het leger in Italië belast. Hij dwong de Franschen het beleg voor Mantua op te breken, maar werd door Napoleon Bonaparte verslagen bij Castiglione, Montechiaro enz. Na een beleg van 9 maanden moest hij in Mantua capituleeren. Napoleon stond hem daarbij de meest eervolle voorwaarden toe. De keizer van Oostenrijk benoemde hem tot opperbevelhebber in Hongarije, maar hij overleed vóór het aanvaarden van die betrekking den 22eten Augustus 1797 te Weenen.

Wurrus (Rottlera Boxb.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Euphorbiaceeën. Het omvat één- of tweehuizige boomen en heesters met gave, langgesteelde of zittende, spiraalsgewijs gerangschikte bladeren. De vliezige bloemen zijn in de bladoksels geplaatst en het bloemdek heeft 3 tot 5 slippen, die in den knop klepvormig gelegen zijn. Klieren ontbreken. De mannelijke bloem heeft een groot aantal draadvormige meeldraden, die vrij staan of aan de basis samengegroeid zijn. De vrouwelijke bloem heeft een 2 tot 4-deeligen stamper, en de doosvrucht is meestal 3-hokkig, Van de soorten noemen wij den ververstmrrus (R. tinetoria Roxb.), een niet zeer hoogen boom met talrijke, met een grijze korst bedekte takken, — voorts met langwerpig-spitse, gave bladeren, van onder eenigszins bleek en een weinig behaard. De bloemen zijn in arenbundels gerangschikt, en de vruchten scharlakenrood en met korrels bedekt. Deze laatste vertoonen onder het microscoop een diepte in het midden en een aantal stralenvormige strepen, zoodat zij op cochenillekorrels gelijken. Deze boom groeit in Hmdostan, vooral in het presidentschap Bombay en bereikt er eene hoogte van 4 tot 5 m. Meestal vindt men hem in de nabijhid van rivieren of aan den zoom van moerassen. Roxburg vermeldt reeds, dathetroode poeder der vruchten als verfstof een belangrijk handelsartikel vormt en vooral gezocht wordt door kooplieden, die handel drijven op Hyderabad en op andere plaatsen in het binnenland. De doosvruchten worden, nadat zij tot rijpheid gekomen zijn, in Februari of Maart geplukt, waarna men de roode korrels er afborstelt. Deze geven aan zijde een levendige, duurzame, donker-oranje-gele kleur. Dezelfde verfstof wordt ook geleverd door R. affinis Eassk, op Java.

Wiirttemberg1 (vroeger Wirtemberg, tot 1803 ambtelijk Würtemberg geheeten, zie de kaart Baden enz. bij het art. Baden), een koninkrijk in Z.-Duitschland, naar zijn oppervlakte de derde en naar het aantal inwoners de vierde staat van het Duitsche Rijk, grenst in het N. aan Beieren en Baden, in het W. en Z. aan dezelfde landen, aan de Bodensee en het land van Hohenzollern en in het O. weder aan Beieren. Zoowel in Baden als in Hohenzollern bezit het een vijftal enclaven. Het ligt tusschen 47° 35' en 49° 35' 30" N.Br. en 8° 12' 36" en 10° 29' 52" O.L. v. Gr. en beslaat een oppervlakte van 19513,57 v. km.

Bodemgesteldheid. Wiirttemberg behoort tot het Z. Duitsche hoogland. Zijn reliëf wordt bepaald door het Zwarte Woud en den Zwabischen Jura. Het overige gedeelte van het land behoort tot de ZwabischBeiersche Hoogvlakte en tothetZwabisch-Frankisch terrasland. Het Württembergsche Zwarte Woud vormt ongeveer een derde van het geheele Zwarte W oud. Het strekt zich over een lengte van 80 km. van

Sluiten