Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landsch beeldhouwer, werd geboren te Antwerpen in 1697 en overleed aldaar in 1742. Hij was een leerling van zijn vader, Albert Xavery, en ontving zijn verdere opleiding in Italië. Daarna vestigde hij zich te 's Gravenhage. Verscheidene grafmonumenten in Hollandsche kerken zijn door hem vervaardigd, o.a. dat van den Graaf van Hessen-Philipsthal te 's Gravenhage, van Menno van Coehoorn te Wijchel, van baron van Friesheim te Heusden, van baron van Weideren te Tiel. Ook de figuren in den gevel van het Haagsclie stadhuis en het beeldhouwwerk boven het orgel van de St. Bavo-kerk te Haarlem zijn van Xavery. Het Mauritshuis te 's Gravenhage bezit twee bustes van zijn hand, voorstellende den stadhouder Willem IV en diens gemalin prinses Anna.

X-beenen of Bakkersbeenen (genu valgum). Zie O-beenen.

Xebek of Xebeck is de naam van een oorlogsschip met drie masten en bewapend met 12—40 kanonnen. Vroeger waren dergelijke schepen op de Middellandsche Zee injgebruik.

Xenelasia (Grieksch xenos — vreemdeling, elaunein = verjagen) was'eenJSpartaansche instelling, welke vreemdelingen, op grond van de wetten van Lykurgos, het verblijf binnen de stad verbood. Een uitzondering werd alleen gemaakt voor gezanten en vreemdelingen, welke de stad met het oog opjgodsdienstige feesten bezochten. Een dergelijke instelling schijnt ook bij verschillende andere volkeren der Oudheid te hebben bestaan.

Xeniën (Grieksch Xenia) noemden de Grieken de geschenken, die een gastheer aanbood aan zijn gasten. Martialis gaf den titel van „Xenia" aan het dertiende boek van zijn puntdichten, omdat dit grootendeels handelt over voorwerpen, die als geschenken aan bezoekers werden uitgedeeld. Goethe en Schiller gaven den naam van „Xenien" aan een aantal disticha, welke, aanvankelijk bedoeld als verweer tegen de aanvallen op hun tijdschrift „Die Horen", weldra uitdijden tot eeen strafgericht over de zelfgenoegzame middelmatigheid, die in de letterkunde den boventoon voerde. Zij verschenen in den „Musenalmanach" van 1797. Goethe vervaardigde later een reeks van „Zahme*Xenien", die hij in 1820 in „Kunst und Altertum" publiceerde en vooral gedachten over de kunst en het leven bevatten.

Xenios is de bijnaam van Zeus als beschermer van de gastvrijheid.

Xenokrates, een Grieksch wijsgeer, geboren in 396 v. Chr. té Chalcedon, was een leerling en werd in 339 de tweede opvolger van Plato in de Academie, aan wier hoofd hij bleef tot aan zijn dood in 314. Tot zijn meest beroemde leerlingen behooren Polemon, Krantor en Zeno. Wegens zijn eerlijkheid werd Xenokrates meermalen door de Atheners belast met staatkundige zendingen. Hij beoefende alle deelen der wijsbegeerte, alsmede de rekenkunde, de meetkunde en de sterrenkunde. Van zijn-geschriften zijn slechts kleine fragmenten bewaard gebleven. In navolging van Plato verdeelde hij de wijsbegeerte in dialectica, physica en ethica, beschouwde het wiskunstig"getal als de uitdrukking'der ideeën en ontwikkelde uit de getallenleer een mystische godgeleerdheid, waarin de godennamen als symbolen der oergetallen werden opgevat. Ook de ziel noemde hij een getal, dat zich zelf bewoog. In de moraalphilosofie aanvaardde hij met Sokrates de identiteit van deugd en gelukzaligheid.

Xenokrates, een Grieksch geneeskundige uit Aphrodisias, schreef in de eerste eeuw een werk over het gebruik van dieren als voedsel. Daarvan is bewaard gebleven het hoofdstuk „Over eetbare waterdieren", waarin men alles vindt, wat in die dagen over visschen en weekdieren bekend was. Het is opgenomen in „Physici et medici graeci minores" (1841) van Ideler.

Xenokratie noemt men de regeering van een land, wanneer zij wordt uitgeoefend door een vreemd vorstenhuis.

Xenon, een door Ramsay ontdekt, indifferent, gasvormig element, komt in geringe hoeveelheden in de atmosfeer voor. Het heeft een atoomgewicht van 128, een dichtheid van 4,4 en gaat bij -109° C. over in een kleurlooze vloeistof met een soortelijk gewicht van 3,5. In de Plückersche buis geeft het een hemelsblauw licht.

Xenophanes, een Grieksch dichter en wijsgeer, de stichter der Eleatische school, geboortig uit Kolophon, was een tijdgenoot van Pythagoras en Anaximander. Verdreven uit zijn geboortestad, zwierf hij rond door Hellas, Sicilië en Beneden-Italië, terwijl hij door het voordragen van zijn gedichten in zijn onderhoud voorzag. In 536 v. Chr. vestigde hij zich te Elea, waar hij op hoogen ouderdom overleed. Als pantheïst bestreed hij de volksvoorstellingen omtrent de goden, aan de geschriften van Homeros en Hesiodos ontleend. Volgens zijn wijsgeerig stelsel waren er twee elementen, aarde en water, waaraan al het bestaande zijn oorsprong ontleende. Hij stelde de eenheid van al het bestaande voorop, welke eenheid hij zich niet stoffelijk, maar als kracht dacht. Zijn natuurkunde is zeer kinderlijk. De overblijfselen van zijn leerdicht „Over de natuur" zijn door Brandis in de „Commentationes Eleaticae"(1813), door Karsten in de „Philosophorum graecorum veterum reliquiae"(1830) en door Diels in de „Fragmenten der Vor-Sokratiker"(2l,e druk, 1906) verzameld. Ook schreef hij epische gedichten, benevens spotverzen op wijsgeeren en dichters.

Xenophobie beteekent zooveel als vrees voor vreemdelingen, vandaar ook: vreemdelingenhaat.

Xenophon, een ^Grieksch geschiedschrijver, geboren omstreeks 434 v. Chr. te Athene, was een

leerling van aonraies en vergezelde Cyrus op den veldtocht tegen zijn broeder Artaxerxes Mnemon. Na den slag bij Kunaxa geleidde hij de 10 000 Grieken, die een gedeelte van het leger van Cyrus hadden uitgemaakt, uit Mesopotamië door het hoogland van Armenië langs een weg van bijna 4000 km. naar de Zwarte Zee en vandaar

naar den Hellespont.

Daarna nam hij deel Xenophon.

aan den tocht van

Agesilaus in Klein-Azië (396), vergezelde hem in 394 op zijn tocht naar Boeötië en streed bij Koronea in de "gelederen der Lacedaemoniërs. Wegens zijn ingenomenheid met Sparta hadden de Atheners hem reeds in 399 verbannen. De Spartanen daarentegen

Sluiten