Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schonken hem een landgoed bij Scillus in Elis. Na den slag bij Leuktra (370) verjaagd, bracht hij zijn verdere dagen, nadat de verbanning was opgeheven, te Korinthe door. Zijn geschriften, die zicli door eenvoud en zuiverheid van taal onderscheiden, hebben deels een geschiedkundigen of geschied- en staatkundigen, deels een wijsgeerigen of ook technischen inhoud. Tot de eerste behooren de „Anabasis", welke in 7 boeken den terugtocht der 10 000 Grieken schildert, de „Cyropaedia", de geschiedenis van den ouderen Cyrus, een soort van plichtenleer voor den heerscher van een grooten staat, de „Hellenika", de voortzetting in 7 boeken van de geschiedenis van Thukydides vanaf 411 tot aan den slag bij Mantinea (362), benevens een aantal kleine geschriften, wier echtheid niet boven allen twijfel verheven is. Tot zijn wijsgeerige geschriften behooren zijn „Apomnemoneumata", welke in 4 boeken en in den vorm van gesprekken een voorstelling geven van de leer van Sokrates, de „Apologie van Sokrates", van twijfelachtige echtheid, „Symposion", een schets van Sokrates en zijn vrienden aan den maaltijd, en „Oeconomicus", een gesprek over het huisbestuur. Van technischen aard zijn: „Hipparchicus", aanwijzingen voor een Atheenschen ruiteraanvoerder, en „Cynegeticus", een verhandeling over de jacht. Xenophon overleed omstreeks 355 te Korinthe. De beste volledige uitgaven van zijn werken zijn die van Schneider-Bornemann-Sauppe (6 dln., 1825—1849), van Dindorf (5 dln., 1857), van Sauppe (5 dln., 18651869) en van Schenkl (1869 en later).

Xenophon van Ephesus. een Grieksch minnedichter, schreef omstreeks 200 jaar v. Chr. een roman in 5 boeken, getiteld „Aphesiaca" („Ephesische geschiedenissen''), waarin de avonturen van het jonge echtpaar Anthia en Abrokomes worden vermeld. Hij diende aan latere schrijvers herhaaldelijk tot voorbeeld en werd o. a. opgenomen in de „Scriptores erotici graeci"(1858) van Herscher.

Xenopol, Alexander Demeter, een Roemeensch geschiedkundige, geboren den 23slen Maart 1847 te Jassv, studeerde te Berlijn en te Gieszen en vestigde zich in 1871 als privaatdocent in de wijsbegeerte van het recht te Berlijn. Nadat hij in zijn vaderland tot 1878 als rijksadvocaat en daarna als gewoon advocaat werkzaam was geweest, werd hij in 1883 benoemd tot hoogleeraar in de Roemeensche geschiedenis te Jassy. Van zijn hand verschenen: „Istoria Romanilor"(16 dln., 1888—1893), loopend van 513 v. Chr. tot 1859 en verkort in het Fransch verschenen als „Histoire des Roumains de la Dacie Trajane" (2 dln.. 1896), „Les principes fondamentaux de 1'histoire '(2de druk, 1908), waarin hij een nieuwe opvatting van de geschiedeniswetenschap ontwikkelt en „Domnia lui Cuza-Voda"(2 dln., 1903), het slot van zijn Roemeensche geschiedenis.

Xeranthemum L., papier- of slrooMoemen, is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Saamgesteldbloemigen (Composiiae). X. annurn L., een Zuid-Europeesch zomergewas met een opgaanden, vertakten stengel ter hoogte van 90—120 cm. en met grijsachtig vilt bedekt, heeft lancetvormige, stompe bladeren en fraaie witte en roode bloemen op lange, éenbloemige bloemstelen. Men heeft in de tuinen verscheidenheden met gevulde bloemen.

Xeres de la Frontera, een stad in de Spaansche provincie Cadiz, op den rechter oeverkan

de Guadalete en aan den spoorweg Cadix—Sevilla, in een bevallige, heuvelachtige, grootendeels met wijngaarden bedekte vlakte gelegen, bezit breede, regelmatig aangelegde straten, bekoorlijke wandelplaatsen, een Moorsch kasteel (Alcazar), 10 kerken, waaronder de Gotische San Miguelkerk, een hoogere burgerschool, een bibliotheek, een schouwburg, een arena voor stierengevechten en telt als gemeente (1900) 63 473 inwoners, die een levendigen handel in Xereswijnen drijven. 4 km. van hier ligt het voormalige Kartuizer klooster La Cartuja, met een fraaie renaissancekerk. De stad stamt uit de grijze Oudheid. In haar nabijheid lag de Romeinsche kolonie Ilasta Regia. Bekend is zij door den Zevendaagschen Veldslag (19—25 Juli 711), waarin de Arabieren onder Tarik de overwinning behaalden op de W.-Goten onder koning Roderik. Onder de Mooren, aan wie zij in 1265 door Alfonsus X van Caslilië werd ontrukt, behoorde zij als Sjerisj tot de aanzienlijke plaatsen.

Xeres de los Caballeros, een stad in de Spaansche provincie Badajoz, ligt in de nabijheid van de Ardila. Het bezit een stadsmuur met 6 torens uit den tijd der Mooren, 3 groote torens, de overblijfselen van het oude kasteel en telt (1900) 10 271 inwoners, die een levendigen handel, vooral in varkens, drijven. In de nabijheid bevindt zich een militaire stoeterij. De plaats was vroeger een zetel der Tempeliers, aan wie zij haar naam ontleent.

Xereswljn, door de Engelschen sherry geheeten, is de naam van verschillende witte wijnen, die tusschen de monden van den Guadalquivir en Guadalete worden verbouwd. Zij ontleenen hun naam aan de stad Xeres de la Frontera. De beste soort groeit op kalkgrond en verkrijgt na verloop van 3 tot 6 jaren een donker-barnsteengele kleur, een aangenamen geur, een specerijachtigen smaak en veel geest. Deze wijnen dragen dan den naam van rancios, soleras en dottores en de fijnste dien van napoleones. De jonge Xereswijn komt als menzawilla en amontillado in den handel. Men vermengt hem dikwijls met ingedampten most om hem voor ouden wijn te laten doorgaan. Aan Xereswijn, voor uitvoer bestemd, wordt zooveel alkohol toegevoegd, dat het alkoholgehalte 17,5 % bedraagt. De natural sherry der Engelschen bevat hoogstens 16% alkohol; onvervalschte wijn met een alkoholgehalte van 12 % wordt niet uitgevoerd. Het mengen en versnijden heeft in bijzondere factorijen te Cadiz en te San Lucar plaats. De handel in deze wijnsoorten is nagenoeg geheel en al in handen der Engelschen. Vooral na George IV is de xereswijn in Engeland zeer gewild geworden.

Xeroderma (Grieksch = droge huid) is een eigenaardige aandoening van de huid, waardoor deze een perkamentachtig voorkomen krijgt, dat gepaard gaat met verschrompeling der vaten, pigmentverkleuring en het verdwijnen van de opperhuid. Zij komt weinig en alleen in de kinderjaren voor en leidt in haar verloop, door complicatie met boosaardige verzweringen, tot den dood. De oorzaken van haar optreden zijn onbekend. De behandeling bepaalt zich tot het insmeren van de huid met olie. Op genezing mag echter niet worden gerekend.

Xerophag-iën waren in den eersten tijd van het Christendom de vastendagen, waarop men niets gebruikte dan droge, liefst zelfs ongekookte spijzen, als brood, zout, water en rauwe groenten. Xerophagie was de naam van de strenge vegetarische leefwij-

Sluiten