Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze, welke door sommige secten, bijv. de Pythagoreeërs, om redenen van hygienischen of asketischen aard gevolgd werd.

Xerophilen. Zie Xerophyten.

Xerophyten (Xerophilen) zijn planten met duidelijk aanwijsbare organen of verrichtingen om haar tegen langdurige droogte te beschermen. Deze bestaan in de vermindering van de verdampende oppervlakte van bladeren en knoppen, in de overvloedige vorming van bedekkende organen, zooals haarvormingen enz., in organen om water op te nemen en te bewaren, zoowel als in talrijke anatomische inrichtingen om de transpiratie te verminderen. De xerophyten treden dikwijls als doornige struiken, als rozetplan ten, als knol- en bolgewassen of als succulenten op. Zij vormen den plantengroei van zandige zeeoevers en duinen, van heiden, van talrijke tropische graslanden, van steppen, prairieën, savannen, woestijnen enz.

Xerxes I (in den Bijbel Ahasjeverosj, Ahasverus), koning van Perzië, een zoon van Darius Hysiaspis, beklom, door den invloed van zijn moeder Atossa, een dochter van Cyrus, in 485 v. Chr. in plaats van zijn ouderen broeder Artabazanes den troon. Nadat iiii in 484 het oproerig Egypte tot rust

had gebracht en een opstand in Babyion had onderdrukt, spande hij al zijn krachten in en wendde hij alle hulpmiddelen van het rijk aan om zich van Griekenland meester te maken. Hij verzamelde daartoe in 481 in Klein-Azië een groot leger, onderwierp Thracië en Macedonië, rukte voorwaarts tot Athene, maar leed bij Salamis een

Munt geweldige nederlaag. Daarop

van Xerxes I. keerde hij naar Azië temg, waar hij zich verslaafde aan zingenot, door geweldenarij twist deed ontstaan in het koningshuis en in 465 met zijn oudsten zoon door Artabanus, den bevelhebber zijner lijfwacht, werd vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn tweeden zoon, Artaxerxes I.

Xerxes II, een zoon van Artaxerxes 1 en een kleinzoon van den voorgaande, volgde zijn vader in 425 v. Chr. op en werd na een regeering van slechts 45 dagen door zijn halfbroeder Sogdianus omgebracht.

Ximenes, Augusiin Louis, markies de, een Fransch schrijver van Spaansclie afkomst, geboren te Parijs den 268ten Februari 1726, was adjudant van den maarschalk van Saksen en trok zich later uit den dienst terug om zich aan de schrijversloopbaan te wijden. Zijn eerste tooneelstukken hadden geen succes. Van zeer bedenkelijke zeden, zelfs voor dien tijd, wist hij zich toch te Ferney te doen ontvangen, waar hij naar de hand van mevrouw Denis dong. Later door Vollaire wegens diefstal van een handschrift weggejaagd, wist hij weder in de gunst te komen door zich te verbinden om een pamflet tegen Rousseau „Lettres sur la nouvelle Héloïse"(1761) te onderteekenen. Ofschoon aanhanger van de Revolutie — gedurende het Schrikbewind nam hij zelfs den titel van deken „des poètes sans-culottes" aan — belette dit hem niet om later Napoleon en nog later LodewijkXVIII te verheerlijken. Van zijn werken noemen wij de drie treurspelen: „Epicharis (1753), „Amalasonthe" (1754) en „Don Carlos"

(1761); verder: „Lettre a Rousseau sur 1'effet mora du théatre"(1758), „César au sénat romain"(1759)i een gedicht, „Poème sur 1'amour des lettres"(1771)> „Aux manes de Voltaire"(1779), „L'influence de Boileau sur 1'esprit de son siècle"(1787) en ,,Mon testament en vers et en prose"(1787). Hij overleed den 2isten Mei 1817 te Parijs.

Ximenes de Cisneros, Francisco, een Spaansch prelaat, geboren in 1634 te Torrelaguna, studeerde te Salamanca in de rechten en was vervolgens gedurende zes jaren te Rome als rechtsgeleerde werkzaam. Na zijn terugkeer in Spanje was hij eerst als wereldlijk priester werkzaam: op 50 jarigen leeftijd trad hij toe tot de Orde der Franciscanen. Door zijn ascetische levenswijze en zijn harde zelfkastijdingen in de eenzaamheid van het gebergte verkreeg hij een roep van ongemeene heiligheid. 1 lij werd biechtvader van koningin lsabella van Castilië en in 1495, na den dood van ilendoza, aartsbisschop van Toledo en groot-kanselier van Castilië. Langer dan 20 jaren heeft hij, in weerwil van zijn gevorderden leeftijd, dit ambt met voorzichtigheid en nauwgezetheid bekleed, zonder zijn strenge levenswijs te laten varen. Hij zorgde voor een hervorming der kloosters en dwong de Spaansche geestelijkheid tot strengere tucht. Even vlijtig poogde hij ook de Morisken in Granada te bekeeren, waarbij zijn strengheid aanleiding tot opstanden gaf. Toen Philips de Schoone in 1506 het koninkrijk Castilië verkreeg, wist hij een einde te maken aan de twisten tusschen hem en den gemaal der overleden koningin, Ferdinand den Katholieke. Paus Julius 11 zond hem in 1507 den kardinaalshoed en benoemde hem tot groot-inquisiteur van Spanje. In 1509 ondernam hij met troepen, die hij voor eigen rekening geworven had, een expeditie naar Afrika, om de Mooren te bekeeren en hun Oran te ontrukken. In datzelfde jaar stichtte hij de universiteit te Alcala de Henares en belastte de geleerden aldaar met de samenstelling van den Complutensischen Polyglotbijbel, welke in 1517 voltooid en in 1522 gedrukt werd. Na den dood van Ferdinand (1516) werd hij regent van Castilië. Hij trachtte de orde te handhaven en de rechten der kroon te waarborgen. Een poging om een staand leger op te richten mislukte. Ximenes overleed den 8sten November 1517, vóór hij de regeering aan Karei 1 (V), die juist in het land was aangekomen, had kunnen overdragen.

Xing-oe (Sjingoe), een rechter zijrivier van de Amazone, ontspringt op de hoogvlakte der Braziliaansche provincie Matto-Grosso, nabij den 15den graad zuiderbreedte, uit onderscheidene bronarmen, welke zich onder 11°55' Z. Br. vereenigen tot de Xingoe, die aldaar een breedte heeft van 500 m. Zij stroomt eerst door met bosschen bedekte vlakten en vormt van af den 10üen Z.lijken breedtegraad een aantal watervallen en gevaarlijke stroomversnellingen, waarbij haar breedte afwisselt tusschen 2000—500 m. Eerst beneden de zoogenaamde Volta, een reeks van watervallen, wordt zij over een lengte van 120 km. bevaarbaar. Aan de monding, bij Porto de Móz, is zij 15 km. breed; haar stroomgebied beslaat een oppervlakte van 400 000 v. km. De loop van de Xingoe werd in de 18de eeuw onderzocht door den Jezuïet Hundertpfund. In 1842 drong prins Adalbert van Pruisen door tot Piranhaguara op 43°' Z. Br. Over haar geheele lengte onderzochten Karl von den Steinen en zijn reismakkers O. Clausz en 11 il-

Sluiten