Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helm von den Steinen haar in 1884 en 1887—188S. In 1896 volgden Coudreau en Herniann Meyer.

Xiphidium is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Zwaardleliën (Irideae). Het onderscheidt zich dqor een zesdeelige bloemkroon, van welke de drie buitenste deelen wat grooter en eenigszins kelkachtig zijn, — voorts door een drielobbigen stempel en een driehokkige, veelzadige doosvrucht. Tot de sierplanten van dit geslacht behooren X. floribundum Sw., een overblijvend kruid in West-Indië met een opgaanden stengel, een rijken bloemtros, bladeren met kleine stekels aan den zoom en fraaie, witte bloemen, — en X. rubrum Don. een overblijvend kruid met roode bloemen en in Peru groeiend. Deze planten vereischen veel warmte en worden alzoo in ons klimaat des winters in warme kassen geplaatst. Ook des zomers hebben zij een warm plekje in de open lucht en daarenboven veel water en schaduw tegen de brandende zonnestralen noodig.

Xiphiidae of Zwaardvisschen is de naam van een familie van zeevisschen uit de orde der Beenvisschen (Teleostei), onderorde der Stekelvinnigen (Acanthopterygii). Het zijn pelagische visschen, buitengewoon krachtig, welke zich in de tropische en subtropische zeeën ophouden, en snelle zwemmers zijnde worden zij weinig gevangen. Zij worden tot 5 m. lang, welke grootte door geen der Beenvisschen wordt overtroffen. De bovenkaak is met het tusschen kaaksbeen vergroeid tot een zwaard-(wigvormig wapen, dat tot 1 m. lang en aan den voet 8 cm. breed kau zijn. De rugvin is zeer sterk ontwikkeld. De Zwaardvisschen zien er niet tegen op de grootste Cetaceeën aan te vallen en met hun zwaard te doorboren. Zelfs zijn er gevallen bekend, waarin zij schepen aanvielen, zeker in de meening met walvischachtige dieren te doen te hebben. Eene in den Indischen endenStillenOceaanlevende soort Histiophorus onderscheidt zich van de gewone in de Middellandsche zee levende zwaardvisch (Xiphias) door het bezit van lange, smalle buikvinnen. Onderstaande afbeelding is van de gewone zwaardvisch (Xiphias gladius), die een enkele maal ook op onze kusten wordt gevangen; de kleinste is van een ex. van Hisiophorius. De soorten zijn in het algemeen, èn door het kleine aantal ex. dat in de museums is, èn door de veranderingen,die zij tijdens hun leven ondergaan, moeilijk vast te stellen. De zeer jonge exemplaren wijken van de oude zwaardvisschen in hooge mate af De economische beteekenis van de zwaardvisschen is zeer gering. Van eenigen omvang is de visscherij aan de kusten van Sicilië, waar zij in netten worden gevangen door de tonijnenvisschers, en evenals de tonijnen aan de markt worden gebracht.

Xisuthros (Sisoethros, Sisithros), volgens de overlevering van Berosso de laatste der tien Babylonische koningen, die vóór den Zondvloed regeerden, werd, wegens zijn voorbeeldige godsvrucht, met vrouw, kinderen en naaste vrienden van den Zondvloed gered op een vaartuig, dat op bevel van god Kronos gebouwd was. In de spijkeropschriften over den Zondvloed wordt deze Babylonische Noach Oet{a)-navisjtim, d. i. „Hij vond het leven", genoemd.

X-stralen. Zie Röntgenstralen.

Xuthus, in de Grieksche fabelleer een zoon van Hellenus en Orseïs, werd door zijn broeders Aeolus en

Doms uit Thessalië verdreven, begaf zich naar Athene en trad aldaar in het huwelijk met Creusa, de dochter van koning Erechtheus. Zij schonk hem Achaeus en Ion. Daar Xuthus als scheidsrechter na den dood van zijn schoonvader den troon toewees aan Cecrops, moest hij, door de zonen van Erechtheus vervolgd, de wijk nemen naar de Peloponnesus.

Xylander. Wilhelm, eigenlijk Holtzmann, een Duitsch geleerde, geboren te Augsburg den 26sten December 1532, studeerde te Tubingen en werd in 1558 hoogleeraar in het Grieksch te Heidelberg. Hij leverde Latijnsche vertalingen van de geschriften van Oio Cassius (1558), van de ,,Levens"(1561) en de ,,Moralia"(1570) van Plutarchus, de „Moralia" van de werken van Strabo (1571) en van verschillende werken van Grieksche wiskundigen. Als editio princeps is de uitgave van de wijsgeerige werken van Marcus Antonius (1559) van belang. Zijn „Stephanos von Byzanz" verscheen in 1568. Hij overleed den lOden Februari 1576 te Heidelberg.

Xylander, Karl Joseph August, ridder von, een Duitsch krijgsman en letterkundige, geboren te München den 4de" Februari 1764, werd op 12-jarigen leeftijd cadet en reeds in 1812 luitenant bij het korps ingenieurs. In 1813 was hij in dienst bij den aanleg en de verbetering der werken te Augsburg en bij het bouwen van het bruggenhoofd bij Friedberg. Hij had geen gelegenheid deel te nemen aan den veldtocht van dat jaar, en in het jaar 1815 evenmin. Hij was toen ingenieur te Würzburg en kwam daags na den slag bij Waterloo te Landau. Wegens ongesteldheid ontving hij verlof en schreef: „Die Strategie und ihre Anwendung"(1818), „Was ist neuere Befestigungskunst"(1819) en „Die Vertheidigung der Vestungen im Gleichgewicht mit dem Angriff"(1820 naar het Zweedsch), waarna hij lid werd der Academie van Krijgswetenschappen te Stockholm. Weldra verscheen zijn: „Lehrbuch der Taktik", dat bij herhaling werd gedrukt, alsmede: „Die Heerbildung" (1821), „Ueber Kriegsentwürfe mit Rückblicken auf altere und neuere Kriege"(1825) en „Beitrag zur Geschichte des schwedischen Krieges"(1808—1809). Hij deed eene groote reis door verschillende landen van Europa, om zich een grondige kennis te verschaffen van de militaire inrichtingen elders. Daarna leverde hij: „Betrachtungen über die Infanterie" (1827) en „Untersuchungen über das Heerwesen unserer Zeit"(1831). Hij nam vervolgens zijn ontslag uit den dienst en werd afgevaardigde naar den Duitschen Bond, terwijl hij zijn letterkundige studiën voortzette, zooals blijkt uit zijn werken: „Die Sprache der Albanesen"(1834), „Das Sprachgeschlecht der Hellenen u. s. w."(1837) en „ZurSprachund Geschichtsforschung der neuesten Zeit"(1838). In 1846 werd hij tot tweede en in 1847 tot eerste militair gevolmachtigde van Beieren benoemd en in 1848 bevorderd tot kolonel van den generalen staf. Ook werd hij lid van het Parlement te Frankfort, maar legde weldra zijn mandaat neder, gevolmachtigde van Beieren bij het provisioneel CentraalBestuur van Duitschland, in 1849 generaal majoor en gevolmachtigde bij de Bondscommissie en in 185) gezant van den Bond aan de Hoven van Darmstadt, Kassei en Wiesbaden. Hij overleed te Frankfort den 2den November 1864.

Xylia Benth., een geslacht der Leguminosen, omvat slechts één soort, Xylia xylocarpa Taub., een hoogen boom met dubbelgeveerde bladeren, helder

Sluiten