Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inboorlingen als geneeskrachtige planten verzameld.

Xystos was bij de Grieken de naam van een overdekte zuilengang in de gymnasia, waarin gedurende den winter de lichaamsoefeningen gehouden

werden, maar die ook als wandelplaats gebruikt werd. De Romeinen noemden aldus een terras voor de zuilengangen der buitenverblijven. Eindelijk gaf men in de Middeleeuwen dien naam aan de kruisgewelven der kloosters.

Y.

Y, de 25ate letter van ons alfabet, is het teeken voor de y en voor de ij. De y is van vreemden oorsprong en komt in Nederlandsche woorden niet voor. Deze letter was bij de Grieken onder den naam upsilon het teeken voor de ü en werd door de Romeinen in de eerste eeuw v. Chr. overgenomen om dezen klank, die in het Latijn ontbrak, in vreemde woorden weer te geven. Van uit het Latijn werd de y in verschillende andere alfabets, ook in het onze, overgenomen. Wij spreken haar uit als i, doch aan het begin van een woord en vóór een klinker als j. Vroeger werd de y in ons land dikwijls geschreven in plaats van de i, ook in tweeklanken, waardoor zij in eigennamen en geslachtsnamen nog dikwijls voorkomt. In het Italiaansch gebruikt men haar niet, wel in het Spaansch en Fransch. In het Engelsch wordt zij vooral gebezigd als consonant in plaats van onze j en als klinker wordt zij in korte syllaben als t of e, in lange als ai uitgesproken. Het Hoogduitsch gebruikt de y reeds in de oudste handschriften voor de i, thans komt zij alleen nog in vreemde woorden en in enkele'eigennamen voor.

De ij is een tweeklank, die alleen in het Nederlandsch voorkomt. Het letterteeken is als een verdubbeling van de i te beschouwen, ook wordt de ij in het Middelnederlandsch als de lange i uitgesproken. In de 15dc eeuw werd zij gediphtongeerd, zij wordt thans uitgesproken als een korte e + i en komt dus, wat de uitspraak betreft, in het algemeen overeen met de ei. Sommige taalgeleerden nemen aan, dat er nog verschil bestaat; in verschillende dialecten worden beide klanken geheel verschillend uitgesproken.

Op oude Fransche munten beteekent Y, dat zij te Bourges geslagen zijn. In de wiskunde stelt zij de tweede onbekende grootheid voor. Als cijfer der Grieken is v = 400 en v = 400000. In de scheikunde is Y het teeken voor het element yttrium.

Afkortingen :

Yb. = in de scheikunde het teeken voor ytterbium.

Yd. = de afkorting voor het Engelsche yard.

Yds. = de afkorting voor het Engelsche yards.

IJ, Het, was vroeger een inham van de Zuiderzee in Noord-Holland, die zich van Durgerdam westwaarts tot aan de duinen uitstrekte. Aanvankelijk een smal water, kreeg het in latere eeuwen een steeds grootere uitgebreidheid, tot daaraan door bedijking en andere kunstwerken een einde werd gemaakt. Door een landengte van ongeveer 8 km.

breedte -— Holland op zijn Smalst geheeten — was het IJ bij Beverwijk van de Noordzee gescheiden. In 1865 werd het door de Oranjesluizen van de Zuiderzee afgesloten, aan weerszijden over aanzienlijke breedte ingepolderd, waardoor de vruchtbare IJpoU ders ontstonden, en door de landengte het Noordzeekanaal (zie aldaar) gegraven, dat den lBten Novem ber 1876 feestelijk werd geopend. Tegenwoordig be» hoort derhalve het IJ tot de boezemwateren van de provincie Noord-Holland. \ ^ Vj

Yacht (zie de plaat), een kustvaartuig metééa mast, is scherp gebouwd, met langen kluiverboom en hoog achterschip en voert gaffel-, top-,braam- en stagzeilen met kluifhouten. Het yacht, dat op de Oostzee en vooral tusschen de Deensche eilanden in gebruik is, heeft gemiddeld 60—100 ton inhoud. In Engeland bouwde men vroeger zulke snelzeilers voor den post- en depêchendienst bij de marine. Omstreeks het midden van de 19de eeuw werd de naam yacht gegeven aan vaartuigen, welke in Amerika en Engeland oorspronkelijk als zeilschoeners met scherpe waterlijnvormen werden gebouwd en na 1851 veel succes als snelzeilers hadden. Eerst tegen het einde van de 19ae eeuw legde men zich er op toe om den scheepsromp zulle een vorm te geven, dat de wrijvingsweerstand zooveel mogelijk werd verminderd. Stabiliteit bij groot zeiloppervlak werd verkregen door het aanbrengen van zware en diep ingedompelde looden kielen (fig. 1). Naast deze diepgaande kielbooten ontstonden in de eerste plaats de platte zwaardbooten voor ondiepe binnenwateren (fig. 2), waaruit zich ten slotte als zeer snelzeilend yacht de booten ontwikkelden met kanovormigen romp en een diep onder de boot aan een kielplaat bevestigde loodbelasting als kiel (fig. 3). Naast deze snelzeilyachten bouwt men pleizieryachten in den ouden klippervorm, welke zeewaardig en voor langere reizen zijn ingericht. Ook kleine, elegant gebouwde stoom- of motorbooten, inwendig weelderig ingericht, worden yachtfgenoemd. Behalve van den aard van het vaarwater, is de vorm van het yacht, met name wanneer het aan wedstrijden zal deelnemen, afhankelijk van de wijze, waarop daarbij de renwaarde (zie Zeiisport) wordt berekend, zooals bijv. in Duitschland is gebleken, waar de wijze van berekening volgens Benzon aanleiding gaf tot den bouw van zeer onnatuurlijk gevormde yachten.

De meest gebruikelijke takelage is die van den kotter (fig. 8) en van de sloep (fig. 4). Voor grootere yachten, vooral voor zulke, die met een kleine be-

Sluiten