Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gevormd. Hun overplaatsing naar Korea, waar : Yuan-Sji-kai als ministerresident de ontwikkeling van de conservatieve partij, welke steun bij China zocht, had bevorderd, gaf den Japanners aanleiding om de vijandelijkheden te openen. Aanhangervan LiHung-Tsjang en de keizerin-weduwe, hield hij als gouverneur van Sjantoeng ook in den tijd van den Boksersopstand vast aan de staatkundevan bedachtzame hervormingen. Na den dood van Li-HungTsjang op diens aanbeveling benoemd tot onderkoning van Tsjili, legde hij zich, ondanks de tegenwerking derMandsjoes en van de conservatieve hofkringen, toe op de vorming van een modern leger en op de hervorming van het bestuurswezen. Het doorvoeren van het opiumverbod van 1906, het uitzenden van studiecommissies naar Europa, het instellen van een nieuwen Staatsraad (Tsi-tsjeng-yuan), als voorbereiding voor een vertegenwoordigend lichaam in September 1907, en de edicten omtrent een eenvormig stelsel van munten, maten en gewichten waren de voornaamste vruchten van zijn staatkunde.

Toen de redactionnaire richting weer aan het Hof de overhand kreeg, zag hij zich verplicht af te treden en zich zelfs geheel terug te trekken. Eerst de veldwinnende revolutionnaire beweging in den herfst van 1911 deed weer de aandacht op hem vestigen, en toen de troon der Mandsjoes ernstig begon te wankelen, werd hij naar Peking teruggeroepen. Hier trad hij op als verdediger van het heerschende vorstenhuis, en hij trachtte de leiders van den opstand in het Z. voor een constitutioneele monarchie met behoud van de Mandsjoedynastie te winnen. Toen deze pogingen faalden, wist hij de dynastie te overtuigen van de noodzakelijkheid om afstand van den troon te doen, zoodat den 4den Februari 1912 een keizerlijk edict in China werd afgekondigd, waarbij aan Joeantsikai werd opgedragen met de revolutionnairen te Nanking in overleg te treden om een republiek te vormen. Na eenige onderhandelingen gelukte hem dit, en den 14den Februari vaardigde Joeantsikai het decreet uit, waarin vermeld stond, dat China voortaan den naam zou dragen Ta-tsoenhoaminko (Groote republiek van het midden der beschaving). Den dag daarop werd Joeantsikai te Nanking tot president der republiek gekozen.

Yucatan. een schiereiland in noordelijk MiddelAmerika, strekt zich in den vorm van een rechthoek uit tusschen de Campêchebaai en de Golf van Honduras en wordt door de Straat van Yucatan van Cuba gescheiden. De oppervlakte bedraagt 175 000 v. km. Aan de lage, door zandbanken en koraalriffen omgeven kust bevindt zich in het N. een lagunenreeks, waaruit zout wordt gewonnen. In de zuidwestkust dringt de Laguna de Terminos binnen, in de oostkust, waar men een aantal eilanden aantreft, de baaien Ascension, Espiritn en Chetumal en de Golfo Amatique. De bodem bestaat uit tertiaire kalk. Het schiereiland is over het geheel vlak; alleen op sommige plaatsen wordt het door heuvelrijen doorsneden, die zich tot 400 m. verheffen. Op het noordelijk gedeelte ontbreken rivieren geheel; wel vindt men er een aantal natuurlijke bronnen (cenotes), onderaardsche rivieren en grotten. Vele meren zijn bitterzout. De plantengroei is niet welig, het meest komt struikgewas voor. Het klimaat is zeer heet, doch over het algemeen gezond. Staatkundig behoort het grootste deel van het schiereiland tot de Mexicaansche Staten Yucatan (zie aldaar) en Campêche, Het

zuiden behoort tot Britsch Honduras en Guatemala.

Yucatan, een staat van de republiek Mexico, omvat de grootste westelijke helft van het schiereiland Yucatan, heeft een oppervlakte van 91 201 v. km. en telt (1900) 309 652 inwoners. Deze zijn voor het grootste deel Indianen van den stam der Maya (zie aldaar), die thans nog hun eigen taal spreken en in de vruchtbare vlakten tusschen de zee en de heuvels landbouw uitoefenen. De voornaamste produkten zijn mais, sisal, hennep, tabak, suikerriet, piment en vruchten. De wouden in het Z. leveren verfhout en timmerhout, vanille en drogerijen. Metalen komen niet voor, aan het strand vindt men zout en barnsteen. De vischvangst is van veel belang. De nijverheid is beperkt tot het vervaardigen van katoenen weefsels, wol en pila, aardewerk en het vlechten van palmbladeren en agavevezels. De spoorlijnen hebben een lengte van 1364 km. De hoofdstad is Met rida (zie aldaar). De Spanjaarden bezochten voor de eerste maal in 1506 onder Diaz de Solis en Pinzon de kusten van Yucatan. In 1517 en 1518 ontdekten Cordoba en Grijalba aldaar sporen van een hoogere beschaving, waarna men aan geheel Middel-Amerika den naam van Yucatan gaf. Na de verovering van Mexico leerde men deze streek beter kennen. Omstreeks 1527 begon Francesco de Montejo, in opdracht van Corlez, met de verovering van Mexico. In 1540 werd de kolonie Campêche gesticht, in 1541 onderwierp zich Tutul Xiu, de laatste afstammeling der beheerschers van Mavapan, aan de Europeesche vreemdelingen. De Indianen verzonken onder de onderdrukking der Spanjaarden meer en meer tot hun hedendaagsche armoede en mwheid. Als een zelfstandig lid van den Mexicaanschen statenbond lag Yucatan voortdurend overhoop met de Bondsregeering, en toen Santa Anna de zelfstandigheid van den staat bedreigde, verklaarde deze zich in 1841 onafhankelijk. Niettemin voegde Yucatan zich bij Mexico, toen dit laatste oorlog voerde tegen de Unie. In 1850 ontstond er een bloedige opstand van de Indianen tegen de Blanken, en jaren lang werd de vernielingsoorlog met klimmende verbittering voortgezet. In dien tijd verklaarde Yucatan zich op nieuw onafhankelijk en splitste zich in 1861 in de twee staten Yucatan en Campêche met de hoofdsteden Merida en Campêche. Eerst in 1868 onderwierp zich Yucatan weder aan de souvereiniteit van Mexico. De oude bouwwerken, die zich ook in het aangrenzende gebied van Chiapas uitstrekken en van de oude Maya afkomstig zijn, trokken reeds in 1524 de aandacht van Cortez. Eerst sedert 1787 zijn zij door Europeesche geleerden als Charnay, Maudslay en Maler onderzocht. Het meest beroemd zijn die bij Uxmal, verder die van Chichen-ltza, Kabah, Ake en Izamal.

Yucca L. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Liliaceeën. Het omvat kleine boomen met uitloopers aan den voet, talrijke lancetvormige bladeren, die een ronde kroon vormen, zeer groote, hangende, zesbladerige, klokvormige, witte of groenachtig witte bloemen, tot vertakte aren gerangschikt, en een zeskantige, besachtige, zeshokkige, veelzadige doosvrucht. Van de soorten vermelden wij Y. gloriosa £., in de zuidelijke staten der Noord-Amerikaansche Unie te vinden; zij wordt 3 m. hoog, heeft een vrij goed ontwikkelden stam, smalle, in eene niet stekende punt uitloopende bladeren en witte of groenachtige bloemen. De vezels ; der bladeren worden tot het vervaardigen van

Sluiten