Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

700 jaar v. Chr. ijzer gegoten (zie IJzer). De eerste meer belangrijke toepassing vond de ijzergieterij bij de vervaardiging van geschut en kogels. Gegoten geschut zou reeds in 1388 door Beham te Memmingen vervaardigd zijn. Kogels werden in het midden der 15de eeuw te Koquillen in Vlaanderen gegoten. Gietijzer waren verschenen eerst in de 15de eeuw als handelsartikelen. Van groote beteekenis voor de ijzergieterij werd de invoering van de smeltgieterij door de uitvinding van den koepeloven in de jaren 1770—1780 door Walkinson in Engeland. Ofschoon reeds in het midden van de 18ae eeuw in Frankrijk kleine, maar keurige kunstvoorwerpen waren gegoten, ontwikkelde de kunstgieterij, vooral die van beelden en reliëfs, zich toch voornamelijk in Duitschland. Hier goot Einsiedel te Lauchhammer in 1782 voor het eerst ijzeren beelden. Hij gebruikte nog de leemvormmethode. Eerst Stüarsky maakte in 1813 vormen van vet zand en goot in 1814 het bijna 12 m. hooge beeld van den Verlosser. Vooral de gietijzeren voorwerpen van de Koninklijke Gieterij te Berlijn trokken de aandacht. En nog thans noemt men kunstgietwerk in ijzer „fonte de Berlin". De tentoonstellingen te Londen en Parijs, waar vooral de produkten van de Ilsenburgsche ijzergieterij uitblonken, wekten de andere landen tot navolging op. Na 1867 had vooral Durenne te Parijs succes op het gebied der beeldgieterij. Engeland en Frankrijk leverden voortreffelijke proeven van ornament- en beeldgieterij en in Rusland onderscheidde zich de ijzergieterij van Schebanow te Moskou. Ook Japan levert thans kunstgietwerk; Tsjikoema, en Kiodo zijn bekend door hun gietwaren met ingelegde zilverornamenten.

IJzerg-lans (Glansijzererts), een hexagonaal mineraal, bestaat uit ijzeroxied met 70 % ijzer, somtijds ook vermengd met titaanzuur, ijzeroxyduul, magnesia, chroomoxied en kiezelzuur en komt in rhomboëdrische, pyramidale of plaatvormige kristallen voor in klieren en groepen, alsmede in korrelige aggregaten. Het is ijzerzwart, metaalglanzend en ondoorschijnend. In zeer dunne plaatjes is het roodachtig geel tot donker rood. Zijn hardheid bedraagt 5,5—6,5 zijn soortelijk gewicht 5,2. Het komt voor in kloven en holten van silicaatgesteenten, in lavagesteenten, spleten in trachiet enz. Het rijkst aan ijzerglans is Élba; ook in Zweden en op het Michigan-schiereiland wordt het in belangrijke hoeveelheden gevonden. In dunschalige of fijnschubbige aggregaten wordt het ijzerglans ijzerglimmer genoemd. In kristallijne leigesteenten vervangt dit somtijds het glimmer. Vindplaatsen zijn bijv. Dobschau en Poracs in Hongarije. Ook in Moravië, in Z. Carolina en in Brazilië wordt het aangetroffen.

IJzerg-limmer. Zie IJzerglans.

Ijzerhout noemt men verschillende zeer harde en zware houtsoorten, welke meestal uit warme landen afkomstig zijn. Het is donkerkleurig, zwaarder dan water en zóó hard, dat het alleen met de beste werktuigen kan worden bewerkt. Het zijn voornamelijk de Lauraceeën, Myrtaceeën, Oleaceeën, Rubiaceeën en Sapotaceeën,welke het ijzerhout leveren. De meest bekende soorten komen van Metrosideros vera (echt of Molukkenijzerhout), op Amboina, van Blackwellia foetida op Ternate, van Cryptocarya ferrea op Java, van Fagraea peregrina (konings- of tembesoehout) op Sumatra, van Olea undulata aan de Kaap de Goede Hoop, van Inga-soorten op de

Molukken en de Antillen, van Acacia sideraxyhn op de Antillen, van Citharexylon quadrangulare (wit ijzerhout) in W.-Indië enz. Het ijzerhout wordt gebruikt voor de vervaardiging van handgereedschappen, walsen en voor houtdraaiwerk.

IJzerhydroxied (IJzeroxiedhydraat, Ferrihydroxied, Ferrihydraat) komt in de natuur voor als geelijzersteen (Fe203. 2 IT.,0), als bruinijzersteen (zie aldaar), als goethiet (zie aldaar), als limniet (Fe203. 3 H20) en als turgiet (2 Fe 03.H20), verder als afzetsel uit ijzerhoudende bronnen en zeer algemeen als geel of bruin kleurend bestanddeel van gesteenten en akkeraarde. Men bereidt het door een oplossing van ijzerchloried met een overmaat van ammoniak neer te slaan. De gevormde, roodbruine, slijmachtige neerslag bestaat uit Fe.203. 3 H.,0. Door uitvriezen wordt het onder waterverlies kristallijn; dit gebeurt ook door het langen tijd onder water te bewaren. Hierbij ontstaat Fe203.H20. Bij 100° C. gaat dit over in een steenrood poeder (2 Fe.,03.H20) en bij nog hoogere temperatuur in ijzeroxied. IJzerhydroxied wordt ook gevormd, wanneer ijzer aan de lucht wordt bloot gesteld (roesten). Daarbij ontstaat eerst ijzerbicarbonaat, Fe(HC03)2, dat koolzuur afgeeft en aldus omgezet wordt in ijzercarbonaat, Fe(0C3)2. Dit laatste wordt geoxydeerd tot ijzerhydroxied. Het is donkerbruin, lost niet op in water, maar gemakkelijk in zuren. Aan oxydeerbare stoffen geeft het zijn zuurstof gemakkelijk af. Het gaat daarbij over in ijzeroxyduul, dat aan de lucht weder begeerig zuurstof opneemt. Door deze eigenschap vernietigt het in vloeistoffen de bestanddeelen, welke zouden kunnen rotten. Maar evenzeer vernietigt het, wanneer het zich op spijkers vormt, het hout daaromheen en, als roestvlek, het weefsel. In den akkergrond absorbeert het de ammoniakgassen en voorkomt daardoor stikstof verlies; in de ververij gebruikt men het als bijtmiddel. Bij het zuiveren van lichtgas vindt het toepassing, omdat het zwavelwaterstof en cyaan, zooals trouwens gassen in het algemeen, absorbeert. Met zuren vormt het ferrizouten, met basen ferrieten. In de natuur komen deze voor als pleonast en magnoferriet (gebonden aan magnesia) en als frankliniet (gebonden aan zinkoxyd).

IJzerjoduur (Ferrojodied. Joodijzer, Fel2) ontstaat bij verhitting van ijzer in jodiumdamp als een bniine, bladerige kristalmassa welke bij 805,° C. smelt en bij hoogere temperaturen vluchtig is. In waterige oplossing verkrijgt men het door inwerking van jodium en water op ijzervijlsel. Er vormt zich een helder blauwachtig groene oplossing, welke, in een ijzeren schaal snel uitgedampt, groene, weinig bestendige kristallen van de samenstelling FeL + 4 H20 afscheidt. IJzerjodium wordt gebruikt als geneesmiddel. Het wordt aangewend als een groenachtige oplossing (liquor ferri jodati). Een mengsel van witte stroop en ijzerjoduuroplossing vindt toepassing onder den naam van sirwpus ferri jodati.

IJzerkies. Zie Zwavelkies.

XJzerkit is een mengsel van 60 deelen ijzervijlsel, 2 deelen salmiak en 1 deel zwavel. Het wordt gebruikt om ijzer in steen te bevestigen en om gebreken in gegoten ijzer onzichtbaar te maken. Wanneer men het met water aanmengt, wordt het zeer hard.

IJzerkooloxied (IJzercarboniel, Ferrocarboniel) is de naam van eenige verbindingen van ijzer

Sluiten