Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in water oplosbaar is en een zoeten, samentrekkenden smaak heeft. Het bevat minstens 2,8% ijzer. Als ferrum oxydatum saccharatum is het een zeer geliefd staalpraeparaat. Een mengsel van gelijke deelen ijzeroxiedsaccharaat,witte stroop en water vormt de ijzerstroop (sirupus ferri oxydati), welke 1 % ijzer bevat.

IJzeroxiedsulfaat (Ferrisulfaat). Zie Zwavelzuur ijzer.

Ijzeroxiedzouten (Ferrizouten) komen ten deele in talrijke mineralen voor. Zij ontstaan bij het oplossen van ijzeroxied in de zuren enbij de oxydatie van oxyduulzouten; de onoplosbare echter alleen door dubbele ontleding. Moeten bij de oxydatie van oxyduulzouten normale ijzeroxiedzouten gevormd worden, dan moet nog half zooveel zuur als het oxyduulzout bevat aanwezig zijn. De normale, watervrije ijzeroxiedzouten zijn meestal kleurloos, de basische geel of rood. Zij bevatten drie-waardige ijzeratomen, welke steeds paarsgewijze in zuren 6 atomen waterstof substitueeren. De oplossingen zijn veelal geel of geelrood. Alleen het nitraat is kleurloos, een drietal andere, waaronder het acetaat, bloedrood. De oplosbare ijzeroxiedzouten reageeren zuur en smaken samentrekkend. Bij gloeiing ontleden zij in ijzeroxied en zuur, wanneer dit laatste vluchtig is. Door reductiemiddelen worden zij tot oxyduulzouten gereduceerd. Verschillende ijzeroxiedzouten vinden in de techniek en in de geneeskunde toepassing.

Ijzeroxyduul (Ferrooxied, FeO) komt in de natuur slechts in enkele verbindingen als spaatijzersteen en als bicarbonaat in verschillende bronnen voor, daar het zich aan de lucht gemakkelijk tot ijzeroxied oxydeert. Door oxaalzuur ijzer onder afsluiting van de lucht te verhitten, wordt het verkregen als een zwart poeder, dat aan de lucht ontvlamt. Uit gekookte oplossingen van oxydvrije ijzeroxyduulzouten slaat gekookte kaliloog, wanneer de lucht is afgesloten, ijzeroxyduulhydraat (ferrohydraat, Fe0H20) als een wit poeder neer; het wordt echter spoedig groen en eindelijk bruin, doordat het in oxydhydraat overgaat. Onoplosbaar in water, lost het, onder vorming van ijzeroxyduulzouten, gemakkelijk op in zuren.

IJ z er oxy duu l ammonium sulfaat. (Arnmonium-ferrosulfaat). Zie Ijzervitriool.

IJzeroxyduulcarbonaat (Ferrocarbonaat, FeC04) komt als spaat- en koolijzersteen in de natuur voor. Kunstmatig verkrijgt men het in kleurlooze mikroskopische rhomboëders door een oplossing van ijzervitriool bij 150° C. langen tijd met natriumbicarbonaat te verhitten. Uit luchtvrije oplossingen van ijzeroxyduulzouten wordt het door koken met koolzure alkaliën als een wit, in water onoplosbaar poeder neergeslagen. Het gevormde zout is echter zeer onbestendig. Zelfs onder water oxydeert het, waarbij het eerst groen en eindelijk bruin wordt, doordat het in ijzerhvdroxied overgaat. Door vermenging met suiker wordt het bestendiger. Zulk een praeparaat wordt als ferrum carbonicum saccharatum in de geneeskunde gebruikt. Het is een groenachtig grauw poeder met zoeten, aan ijzer herinnerenden smaak, dat ongeveer 10 % ijzer bevat.

IJzeroxyduullactaat (Ferrolactaat, Fe (C3H503)2" 3H20) vormt zich uit zure wei en ijzervijlsel als een kleurloos, kristallijn poeder, dat weinig oplosbaar is in water en ijzerachtig zoet smaakt.

Voor zijn bereiding laat men de melkzure gisting van suiker bij aanwezigheid van ijzervijlsel verloop#n. Het gevormde zout wordt door omkristalliseeren gezuiverd. Als ferrum lacticum vindt het in de geneeskunde toepassing.

IJzeroxyduuloxied (Ferro-ferrioxied, Fe304 of FeO. Fe203) komt in de natuur als magneetijzersteen voor en ontstaat bij het verhitten van ijzeroxyduul in chloorwaterstofgas en bij het smelten van ijzeroxvduulsulfaat met chloorcalcium of natriumcarbonaat. Bij het gloeien van ijzer aan de lucht (hamerslag) of in waterdamp, bij het gloeien van ijzer met vette oliën (aelhiops martialis) enz. ontstaat onzuiver ijzeroxyduuloxied. Het is zeer bestendig, blijft bij gewone temperatuur aan de lucht onveranderd en wordt door verhitting met waterstof of koolstof gereduceerd. Zijn oplossingen gedragen zich als mengsels van ijzeroxied- en ijzeroxyduulzouten. Ammoniak slaat er ijzeroxyduuloxydhiedraat (aethiops martialis Lemery, FeO. Fe203. 4H,0) uit neer, dat vroeger in de geneeskunde toepassing vond. Van de bestendigheid van het ijzeroxyduuloxied maakt men gebruik om ijzer tegen roesten te beschermen, door het met een laagje ervan te bedekken.

IJzeroxyduulphosfaat.ZieP/ios/orauuryzer.

IJzeroxyduulsulfaat. Zie Ijzervitriool.

Ijzeroxyduulzouten (Ferrozouten) komen ten deele zeer verspreid in de natuur voor in mineralen en bronnen. Zij bevatten een tweewaardig ijzeratoom en ontstaan zeer algemeen door ijzer of ijzeroxyduul in zuren op te lossen; de onoplosbare door dubbele ontleding. In kristalwaterhoudenden toestand zijn zij meestal blauw- of groenachtig, watervrij wit gekleurd. Hun oplossingen smaken zoet en samentrekkend. Aan de lucht nemen zij gemakkelijk zuurstof op en gaan daarbij over in ijzeroxiedzouten. Door deze neiging om zich te oxydeeren werken zij als krachtig reductiemiddel. Bij gloeiing splitsen zij zich, wanneer dit vluchtig is, in zuur, oxied en oxyduuloxied.Verschillende van hen vinden in de techniek en de geneeskunde toepassing.

IJzersiliciden (Siliciumijzer\ verbindingen van ijzer met silicium, ontstaan bij het verhitten van ijzer met kiezelzuur en koolstof en door ijzeroxieden met koolstof en kiezelzuur (kwartspoeder) samen te smelten. Zij zijn in het algemeen wit, maar lijken door in den vorm van grafiet afgescheiden koolstof dikwijls donker gekleurd. IJzersiliciden met 26—30 % silicium kunnen fraai gepolijst worden. Zij gelijken dan op zilver; alleen zijn zij een weinig donkerder getint. Bedraagt het siliciumgehalte 26% dan smelten zij iets moeilijker dan brons. Siliciden met 32 % silicium kunnen slechts in den smeltkroesoven onder aanwending van Maaslucht, die met nog hooger percentage met voordeel alleen in den electrisclien oven gesmolten worden. Armere siliciden laten zich goed gieten en leveren dan giet stukken met scherpe hoeken en kanten; rijkere moeten zeer langzaam afkoelen, opdat zich geen barsten vormen. IJzersiliciden met minder dan 30 % silicium zijn zwak magnetisch; zij geleiden de electriciteit goed. Hun soortelijk gewicht daalt met het gehalte aan'silicium, hun hard- en broosheid neemt er mee toe. Aan de lucht en in het water zijn zij onveranderlijk. Door zuren worden zij weinig aangetast; alleen fluoorwaterstofzuur maakt een uitzondering, Zure oxydatiemiddelen tasten hen des te minder aan,

Sluiten