Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den omtrek van cellen voorzien zaairad onmiddellijk op den grond ter plaatse gebracht. Dergelijke machines worden in het bijzonder voor het zaaien van bieten gebruikt.

Zaaizaad moet in het algemeen voldoen aan de

Fig. 7.

grenzen; nieuwe eigenschappen ontstaan daarbij niet. De fluctuatie is onderworpen aan bepaalde wetten en deze komen in hoofdzaak overeen met de regels der waarschijnlijkheidsrekening. Kleine afwijkingen van het gemiddelde zijn talrijk, grootere zeldzaam en des te zeldzamer, naarmate zij grooter zijn. De variabiliteit kan de eigenschappen versterken of verzwakken, maar zij is nooit de bron van nieuwe eigenschappen. Langs den weg der kunst-

Fig. 8.

Dwarsdoorsnede van zaadbak met zaairad, systeem Hoosier, der zaaimachine van Naumann.

300-

Korte en lange vorentrekker en teleskopische zaadbuizen der machine van Naumann.

eisclien van echtheid, gewenschten oorsprong, hooge kiemkracht, groote zuiverheid, goed ontwikkelde korrels en frischheid van korrel. Echt is het zaad, als het werkelijk afkomstig is van de botanische soort of variëteit, die gevraagd wordt; het voldoet aan den eisch van gewenschten oorsprong, als het stamt uit een streek, vanwaar het verlangd wordt. Frisch is het, als het de normale kleur en reuk bezit en niet door schimmel en' mufheid bedorven is. Zie verder Zaadcontróle.

Zaaizaadveredeling. Bij het winnen van zaaizaad verdient het in het algemeen aanbeveling, de zwaarste korrels eener partij af te zonderen, ten einde deze voor zaaizaad te gebruiken, want zij hebben in het algemeen de grootste waarde voor de cultuur. Voor een blijvende verbetering van het cultuurgewas is dit echter niet voldoende, maar dient men uit te gaan van de plant zelf, waarbij het noodig is, verschillende planten vergelijkender wijze op haar productievermogen te onderzoeken en daarvan de beste voor de verdere voortteling te gebruiken. Van alle korrels van zulk een plant worden alsdan alleen de slechte, onvoldoend ontwikkelde van de voortteling uitgezonderd, een methode, die o. a. gevolgd wordt door den kweeker R. J. Mansholt in den Westpolder.

Bij het uitkiezen van de beste planten voor de veredeling wordt gebruik gemaakt van de eigenschap der planten, om te kunnen variëeren of te kunnen muteeren. De door variëeren voortgebrachte, van de normale afwijkende vormen worden in den regel schommelende variatién of jluctuatiën, de door mutatie voortgebrachte sprongvariatiën of mutatiën, ook wel spontane variatién genoemd. Bij de fluctuatiën schommelen de iudividueele eigenschappen om een gemiddelde; ze blijven beperkt binnen bepaalde

matige teeltkeus in de door fluctuatie te voorschijn geroepen vormen zijn door onderscheiden kweekers, o. a. door Vilmorin te Parijs en Kühn & Co. te Naarden, belangrijke verbeteringen tot stand gebracht in het suikergehalte en in het productievermogen der suikerbieten. Blijvende verbeteringen kunnen daarmede echter niet worden verkregen, tenzij bijkomende factoren mede in het spel zijn. Het werk van den kweeker moet steeds worden herhaald. Hij is in deze methode der veredeling onmisbaar. De mutatiën of sprongvariatiën, op welker voorkomen en beteekenis de aandacht is gevestigd door Hugo de Vries, zijn plotseling optredende veranderingen in de eigenschappen der gewone vormen, zonder waarneembare voorbereiding en zonder overgangen. De in de mutatiën voorkomende nieuwe eigenschappen zijn direct erfelijk. Er kan dus uitstekend gebruik van worden gemaakt voor het verbeteren der cultuurgewassen, mits de nieuwe vormen in één of meer opzichten uitmunten boven de oude. Zonder twijfel is door menig kweeker, dikwijls onbewust, voor de voortbrenging zijner nieuwe vormen van de mutatie gebruik gemaakt. Op die wijze hebben Le Couleur op Jersey en Patrick Shirreff te Haddington in Schotland reeds in de eerste helft der 19e eeuw nieuwe vormen gewonnen. Zoo is waarschijnlijk ook ontstaan de Roode Square head of dikkoptarwe, die vermoedelijk in 1866 door Taylor in Engeland is ontdekt; de Fletumertarwe door J. H. Mansholt in den Westpolder en de Petkuserrogge door Von Lochow te Petkus verkregen. Zonder twijfel zijn langs dezen weg ook ontstaan vele der vormen, die zijn voortgebracht aan het proefstation der Zweedsche Zaaigraanvereeniging te Svalöf in Schonen, onder directie van Hjalmar Nilsson In 1892 werd door Nilsson waargenomen, dat de nakomelingen

Sluiten