Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zaan, een gekanaliseerd water in Noord-Holland, ontstaat bij Knollendam uit de wateren van Spijkerboor en Markersloot. Zij gaat in zuidelijke richting voorbij Wormerveer, Zaandijk en Koog tot Zaandam, waar zij voorheen met het IJ in verbinding stond, tegenwoordig door een sluis op het zijkanaal G van het Noordzee-Kanaal loost.

Zaan, Willem van der, een Nederlandsch zeeofficier, wiens geboortejaar en afkomst onbekend zijn, onderscheidde zich als kapitein in den zeeslag van den 12den Juli 1653, door Marlen Harpertsz Tromp voor Nieuwpoort aan de Engelschen onder Monk en Deane geleverd, geraakte in 1655 onder De Ruyter in de haven van Arzila slaags met het Algerijnsche admiraalschip, dat door hem en Van Berchem op het strand gejaagd en in een reddeloozen toestand gebracht werd en streed in hetzelfde jaar met goed gevolg tegen 3 Barbarijsche kapers, later tegen 9 Turksche roofschepen. In den aanvang van 1656 begeleidde hij de Hollandsche koopvaarders uit de Italiaansche havens naar ons land. Een jaar later veroverde hij onder De Ruyter in de Middellandsche Zee een paar Fransche kapers, die aan onze scheepvaart veel schade hadden veroorzaakt. In 1658 vergezelde hij op het schip „Het Zuiderkruis" De Ruyter op een tocht naar Portugal, bevond zich in het volgende jaar bij de vloot, die onder De Ruyter Nyborg bombardeerde, werd in 1661 onder dezen wederom naar de Middellandsche Zee gezonden,maar moest wegens ziekte terugkeeren. Na zijn herstel werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht, aanvaardde op nieuw het bevel en streed met goed gevolg tegen de zeeroovers, waarna hij in 1664 en 1665 de Engelschen veel afbreuk deed op de westkust van Afrika en o. a. het fort Cormantijn veroverde. Hij bevond zich op de vloot, die den l8ten Juni 1665 door het beleid van den Raadpensionaris Jan de Wilt uit Tessel in zee stak, moest echter wegens ziekte zich terugtrekken, doch onderscheidde zich in het volgend jaar in den vierdaagschen zeeslag tegen Albemark. Hij baande zich een weg door de Engelsche vloot en veroverde het een jaar te voren door de Engelschen veroverde schip „De Zevenwouden". Bij den tocht naar Chatham voerde hij bevel over een smaldeel van zeven schepen, in Juni 1668 werd hij met negen schepen uitgezonden tegen de Barbarijsche zeeroovers. Op dien tocht geraakte hij nabij Kaap Tres Forcas slaags met een Algerijnsch schip en sneuvelde den 17den Maart 1669. Zijn stoffelijk overschot is bijgezet in de Oude Kerk te Amsterdam, waar de admiraliteit, die hem reeds bij herhaling met gouden ketens (thans berustende op de kweekschool voor zeevaart te Amsterdam) begiftigd had, een gedenkteeken te zijner eer deed verrijzen.

Zaandam, een gemeente in de provincie NoordHolland, 2331 H.A. groot met (1910) 24 575 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Amsterdam ten Zuiden, Westzaan ten Westen, Koog a/d Zaan en Wormer ten Noorden en Oostzaan ten Oosten. Door het indijken van het IJ werd haar gebied aanmerkelijk uitgebreid. De bodem bestaat uit laagveen, het onbebouwde gedeelte wordt meestal als weiland gebruikt. Tot de gemeente behoort o. a. het gehucht het Kalf, oudtijds Haaldersbroek geheeten. Ten westen van het bebouwd deel der gemeente loopt in de richting van Noord tot Zuid de spoorlijn den Helder—Amsterdam, terwijl van af het station westwaarts de spoordijk met een brug over de Zaan

naar Hoorn en Enkhuizen gaat en zich verder aansluit aan het Friesche spoorwegnet. Midden door de gemeente loopt de Zaan. Het deel aan den Westoever werd oudtijds gevormd door West-Zaandam, dat aan den Oostoever door Oost-Zaandam, twee afzonderlijke dorpen, die in 1811 door Napoleon tot één stad werden verheven. Het middelpunt wordt gevormd door een dam, waarin eertijds 3 sluizen waren, die de gemeenschap tusschen de Binnen- of AehterZaan en de Buiten- of Voorzaanonderhielden.Sedert eenige jaren zijn de twee oostelijke sluizen verdwenen en kwam daarvoor de breede schutsluis, de Wilhelminasluis, in de plaats, welke in 1904 werd geopend. In aansluiting met dit werk werd eenige jaren later een deel van de oude haven bezuiden den Dam gedempt, en meer Zuidelijk in de nabijheid van de Hembrug bewesten de spoorlijn een groote Zeehaven, uitsluitend voor den houtaanvoer aangelegd, die dadelijk van uit het Noordzeekanaal is te bereiken en door een coupure in die spoorlijn in verbinding staat met de bestaande haven in de Voorzaan. Van af den Dam gaan vier hoofdwegen uit, de twee Zuidelijke zijn oude dijken, die het IJwater moesten keeren, de eene, de Zuiddijk loopt naar Westzaan, de andere, de Hoogendijk,naarOostzaan. De noordelijke straten vormden de Zaandijken, waarvan de Oostelijke de Oostzijde wordt genoemd en de Westelijke de Westzijde, in vroeger jaren de Molenbuurt, zoogenoemd naar den eerst gebouwden molen (1439), den korenmolen de Ruiter. Langs die wegen liepen slooten, die in het midden der vorige eeuw zijn gedempt, evenals vele vaarten, die daarop uitliepen. Ook komen op deze wegen tal van zijstraten en paden uit.

Nog steeds heeft de gemeente haar karakter van Noord-Hollandsch dorp door de vele houten woningen van eigenaardigen bouw en soms fraaie gevelversieringen niet geheel verloren, Tusschen de huizen vindt men tal van fabrieken, magazijnen en pakhuizen. Het groot getal molens, waardoor Zaandam vroeger bekend was, is bijna geheel teniet gegaan. Tot de voornaamste gebouwen behooren het van 1846—47 gebouwde stadhuis, de Hervormde kerk van Oost-Zaandam, gebouwd op de plaats van een oude kapel, die in 1419 tot kerk werd verheven en de Hervormde kerk van West-Zaandam, gebouwd van 1638—1640, en tusschen 1672—1680 aanmerkelijk vergroot. Verder bezit de plaats een Luthersche, twee Doopsgezinde, eenige gereformeerde, twee Roomsch-Katholieke, een oud-Katholiek» en een joodsch kerkgebouw. Het deel van een burgerwoonhuis op het Krimp, waarin czaar Peter eenige dagen verblijf heeft gehouden (Aug. 1697), bestaat nog en behoort den Czaar van Rusland, die het deugdelijk heeft laten restaureeren en door een solied steenen gebouw heeft doen omringen. Het heeft een wereldvermaardheid en wordt door tal van vreemdelingen bezocht. In 1911 werd door den Russischen keizer aan de gemeente een standbeeld van czaar Peter geschonken. De scheepsbouw, die vroeger te Zaandam zeer bloeide, was in den aanvang der 19de eeuw zoo goed als te niet gegaan, maar is in den laatsten tijd wederom herleefd. Er wordt veel handel in hout, rijst en olie gedreven en men vindt tal van fabrieken, o. a. 18 houtzagerijen. Van de meer dan 200 zaagmolens van weleer, zijn nog maar omtrent een 10-tal overgebleven. Verder 4 pelfabrieken, stoom-oliefabrieken, verffabrieken, stijfselfabrieken, brood, koek en beschuitfabrieken, een essencefabriek

Sluiten