Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Weenen, waar hij echter zijn doel niet bereikte, keerde na het dempen van den opstand naar Polen terug en trachtte de ontwikkeling van het Poolsche volk te bevorderen. Op zijn goederen bevorderde hij de vrijmaking der landbouwers, deed scholen verrijzen, stichtte een credietinstelling voor den landbouw, alsmede onderscheiden handelsvereenigingen en bracht een geregelden stoombootdienst op de Weichsel tot stand. In 1842 maakte hij een begin met de uitgave van „Jaarboeken voor den landbouw", die aanleiding gaven tot de oprichting van een centrale landbouwvereeniging. Omdat deze vereeniging ook op staatkundig gebied werkzaam was, werd zij in 1862 door Wielopolski opgeheven. Als tegenstander van Wielopolski werd Zamojski uit het land verbannen. Hij vestigde zich te Parijs en schreef aldaar een aantal werken over het Iersche gevangenisleven. Hij overleed te Krakau den 29eten October 1874.

Zamolxis of Zalmoxis, een van de wijzen der Oudheid, behoorde tot het volk der Geten en was volgens sommigen een slaaf en leerling van Pythagoras, met wien hij zich naar Egypte begaf. Omstreeks 556 v. Chr. keerde hij tenig naar zijn landgenooten, zocht hun mwe zeden te verzachten en verkondigde onder hen de onsterfelijkheid der ziel. Na zijn overlijden werd hij als een voorzienige volksgod vereerd.

Zamora. een provincie in het voormalige Spaansche koninkrijk Leon, grenst in het W. aan Portugal, in het N. W. aan de provincie Orense, in het N. aan Leon, in het O. aan Valladolid en in het Z. aan Salamanca. Zij bezit een oppervlakte van 10 615 v. km. en telt (1900) 275 545 inwoners. De Duero met haar zijrivieren vormt de voornaamste rivier. Het N. W. is een schoon berglandschap. Zamora levert graan, doperwten, vlas, wol, wijn en ooft. De nijverheid is van weinig belang. De provincie is in 8 distrikten verdeeld, de hoofdstad is Zamora (zie aldaar).

Zamora. de hoofdstad van de Spaansche provincie Zamora (zie aldaar), ligt op den rechter oever van de Duero, waarover een brug voert, schilderachtig op een steile rots en aan twee spoorwegen. Zij is de zetel van een bisschop, heeft een Romaansche hoofdkerk met het praalgraf van San lldefonso, onderscheiden andere kerken en voormalige kloosters, een oud kasteel, vervallen muren, een gymnasium, een kweekschool van onderwijzers, een bibliotheek, onderscheiden fabrieken, vele wijnen ooftgaarden, handel in graan en wijn en (1900) 16 287 inwoners. Hier werd in 900 gestreden door Alfonsus III van Asturië tegen Aboelkaszim, een veldheer van den kalif van Cordova, waarbij deze de nederlaag leed. In 939 behaalde Abd er FLahman III van Cordova een overwinning op Ramiro 11 van Leon. In de li"6 eeuw werd de stad door den Spaanschen veldheer Almanzor verwoest. Nadat zij onder Ferdinand II en Alfonsus VIII wederom was opgebouwd, werd zij van tijd tot tijd de residentie der Koningen van Leon en Castilië en de vergaderplaats der Cortes.

Zamora, Anionio de, een Spaanscli tooneeldichter, waarschijnlijk geboren te Madrid tusschen 1660 en 1664, was kamerheer van koning Philips V en secretaris van het departement der Indische aangelegenheden. Hij overleedvóór het jaar 1740.Hijwas als leer- en tooneeldichter bij zijn tijdgenooten zeer

in aanzien. Hij was een navolger van Calderon, wiens deugden hij slechts zelden evenaarde, terwijl hij zijn gebreken overdreef. Sommige van zijn werken onderscheiden zich door een gelukkige vinding en een juiste karakterteekening, terwijl het hier en daar ook niet ontbreekt aan dichterlijke schoonheden. Tot zijn beste tooneelspelen behooren: Mazariegos v Monsalves", „Cada uno es linaje aparte", „El convidado de piedra" (bewerkt naar den „Burlador de Sevilla") en de „El hechizadoperfuerza", die zich op het Spaansche tooneel gehandhaafd heeft. Zelf gaf hij van zijn dramatische werken in 1722 het eerste deel in het licht, en dit werd in 1744 herdrukt en met een tweede deel vermeerderd.

Zamosc, in het Russisch Samostje, een arrondissementshoofdstad in het Russisch gouvernement Lublin, ligt 247 km. ten zuidoosten van Warschau aan de Wieprz en werd door Jan Zamojski na zijn overwinning op den aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk in 1588 gesticht. Het meerendeel der huizen werd in Italiaanschen stijl opgetrokken. Ook stichtte Zamojski er een hoogeschool met een bibliotheek, die later door de Russen werd opgeheven. De stad telt 12 400 inwoners, zij bezit een groot kasteel, een oude kerk, een gymnasium voor jongens, een meisjesschool, nijverheid en handel. In 1813 werd zij door de Russen ingenomen.

Zampiëri. Zie Domenichino.

Zan. Thomas, een der Polen, die door het opwekken van het nationaal gevoel in hun vaderland de gebeurtenissen van het jaar 1830 hielpen voorbereiden, werd geboren te Noyogrodek in 1791 als de telg van een adellijk geslacht uitLithauen. Toen hij in 1813 van het gymnasium te Minsk naar de distriktsschool te Molodeczno was vertrokken, stichtte hij hier een vereeniging van gelijkgezinde jongelingen tot bevordering der nationale ontwikkeling. Op de universiteit de Wilna, werwaarts hij zich in 1815 begaf en waar hij wegens beperkte middelen door het geven van onderwijs gedeeltelijk in zijn behoeften moest voorzien, vond hij meer gelegenheid voor zijn vaderlandslievende plannen. Ter bevordering van zijn plannen verlengde hij zijn studietijd aan de hoogeschool, waar hij tevens als docent optrad en stichtte een vereeniging tot het opwekken van liefde tot de wetenschap en van vaderlandsche gevoelens. Zoo ontstond in 1820 hetgenootschap der Promienisci (Zonnebroeders), waarvan hij de statuten ontwierp, en dat zich spoedig uitbreidde, maar daardoor den naijver van een andere vereeniging verwekte, die Zan en zijn vrienden beschuldigde van hoon jegens den godsdienst. De zaak werd onderzocht en het genootschap daarop ontbonden. Zan vormde toen uit de meest begaafde en ijverigste leden den geheimen bond der Philareten (Vrienden der deugd) met een uit 20 medeleden bestaande hoofdcommissie (die der Philomaten), welke een verborgen invloed oefende op de overigen. Deze bond had kort na zijne stichting vele vertakkingen. Twee jaren was de vereeniging op deze wijze werkzaam geweest, toen een leeraar in de wiskunde, Anton Wyrwicz, haar aanklaagde. Hoewel het onderzoek niets opleverde, ontbond het genootschap zich, om alle gevaar te vermijden, en offerde hare geschriften aan de vlammen. Dit onthief echter de leden van den bond niet van verdere vervolging. Velen van hen werden in hechtenis genomen en onder dezen ook Zan, maar daar men hem tot geenerlei be-

Sluiten