Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloeg den vijand en joeg hem over de grenzen. Zbarawski overleed in 1608.

Zbaraz, een stad in Galicië, ligt aan de Gnila, een zijrivier van de Sereth, in de nabijheid van de Russische grenzen en aan den spoorweg naar Tarnopol. Men vindt er een klooster van de Bernhardijnen, een versterkt slot, veel handel in graan en vee en (1900) 8394, met het dorp Oud-Zbaraz of ZbarazStary 9613 Poolsche en Roetheensche inwoners. Zbaraz was vroeger de hoofdstad van een Russisch vorstendom en werd in 1674 door de Turken belegerd.

Zea. Zie Maïs.

Zea-Bermudez. Juan Augustin, een Spaansch schrijver, geboren in 1749 te Gizon, stichtte te Sevila een academie voor schoone kunsten, werd later geplaatst bij de Carlosbank te Madrid en ontving in 1790 de opdracht om het archief voor Indische zaken in orde te brengen. Hij werd voorts secretaris bij den Raad van Indië te Madrid, maar verloor die betrekking toen zijn vriend Jovellaros verbannen werd, waarna hij verbonden bleef aan het archief van Sevilla en aldaar in 1829 overleed. Hij schreef: „Diccionario historico de los mas illustres professores de los bellas artes in Espana"(6 dln., 1800), „Description artictisa de Sevilla"(1803), „Carta sobre el estilo e gusto en la pintura de la escuela sevillana"(1806), „Memorias para la vida del Melchior de JoveÜanos" (1814), „Dialogo sobre arte de la pintura"(1819)en „Noticia de los arquitteccos y arquittectura de Espana"(2 dln., 1829).

Zea-Bermudez, don Francisco, een Spaansch staatsman, geboren te Malaga in 1772, bepaalde zich aanvankelijk bij den handel, maar vertrok vervolgens als secretaris met den Spaanschen consulgeneraal naar St. Petersburg en trad na zijn terugkeer in 1809 in dienst der Cortes, die hem als gezant afvaardigden naar het Hof van Rusland. In 1820 begaf hij zich als Spaansch gezant naar Konstantinopel en in 1824 naar Londen. In Juli 1824 kwam hij als eerste minister aan het hoofd van het Spaansche Kabinet, als zoodanig kwam hij herhaaldelijk in botsing met de Ultramontanen en de Carlisten. De gestrengheid, waarmede hij tegen de aanhangers van het absolutisme op trad,inzonderheid de terechtstelling van den leider der Carlisten Bessières en van diens medestanders, in Augustus 1825, maakte hem zoo gehaat bij de camarilla, dat hij den 25stenOctobervan laatstgenoemd jaar zijn portefeuille moest neerleggen. ITi liet begin van 1826 vertrok hij als gezant naar Dresden en in 1828 naar Londen, vanwaar hij in 1833 naar Spanje terugkeerde. Hier stond hij gedurende de ziekte van Ferdinand VII en eenigen tijd na den dood van dezen aan het hoofd van het bewind; hij werd echter in Januari 1834 ten val gebracht door de Constitutioneelen. Na dien tijd woonde hij te Parijs. In Augustus 1845 werd hij tot senator van het koninkrijk Spanje benoemd. Hij overleed te Pariis den 5den Juli 1850.

Zebaoth of Sabaoth (Hebreeuwsch, meervoud van zaba = leger) beteekent hemelsche of aardsche legerscharen. Met de uitdrukking Jahwè Zebaoth (= Heer der legerscharen) wordt oorspronkelijk de met Israëls legerscharen in het veld trekkende Jahwè aangeduid; als zoodanig geeft men dezen naam ook aan de Ark des Verbonds (zie aldaar). Verkeerdelijk wordt, bijv. in de bijbelvertaling van Luther, Zebaoth als een bijnaam van God gebruikt.

Zebedeüs (Hebreeuwsch: Zabdai), een Gallileesch visscher, was de vader van de apostelen Jacobus en Johannes.

Zebid of Sebid, een stad in het Arabisch-Turksch vilajet Jemen, in het zuidwestelijk gedeelte van Arabië, 30 km. van de kust'der Roode Zee, is omringd door een muur, met vele torens en telt ongeveer 8000 inwoners. Vroeger was zij eeuwen lang de zetel van Arabische geleerdheid.

Zeboe (Bos indicus) is de naam van een rundersoort uit het zuiden van Azië en het noorden van Afrika. Men heeft er van allerlei grootte, van die van een J avaansch paardje tot die Van de zwaarste Europeesche ossen. Ook de kleur van deze dieren is zeer verschillend; ze zijn rood-fof geelbruin, vaalgeel of wit, terwijl ook gevlekte zeboe's niet zeldzaam zijn. Zij bezitten lange, hangende ooren, zeer korte ho-

Zeboe.

rens'een vetbult op den rug, die door een eigenaardige vervorming van den rugspier, waarin zich veel bindweefsel en vet ontwikkelde, is ontstaan. Waarschijnlijk is de zeboe een diervorm, die ontstaan is door het temmen van Indische wilde runderen, zooals de banteng, de gaar of de gayal. Men vermoedt, dat het dier oorspronkelijk alleen in Azië thuis behoorde en van daar naar Afrika is overgebracht. Verwant met de zeboe is het Afrikaansche buitrund of sanga (bos ajricanus).

Zebra. Zie Ezel.

Zebroïden Zie Paarden.

Zebu. ook Cebu en Sébu genaamd, een der Philippijnsche Eilanden, behoort tot de groep der Bissayes. Het heeft een lengte van 210 km., een breedte van 20 km. en met de omliggende eilanden een oppervlakte van 4697 v. km. Het aantal inwoners bedraagt (1903) 592 247. De voornaamste voortbrengselen zijn: tabak, katoen, suiker, hennep, rijst, was, honig, eetbare vogelnestjes, copra, een weinig goud en steenkool. In 1903 liepen 130 schepen van 185 152 ton de havens van het eiland binnen.

De gelijknamige hoofdplaats op de oostkust bezit een haven en een fort en telt (1903) 31 079 inwoners; grooter zijn de plaatsen Argao (35 048 inwoners), Carcar (31 895 inwoners) en Barili (31 617 inwoners).

Zebulon was de zesde zoon van Jakob en Lea. Zijn naam beteekent Bijwoning. Zijn stam was in het N.O. van Palestina gevestigd en vermengd met Kanaieten en Phoeniciërs. Deze stam hield zich voornamelijk bezig met zeehandel. Waarschijnlijk heeft Tiglath-Pflesar dit volk, dat slechts zelden in de geschiedenis een rol gespeeld heeft, van 734—733 v. Chr. met Assyrië vereenigd.

Sluiten