Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen lid van de commissie van toezicht vertegenwoordigen Nederland in den permanenten Internationalen Raad voor het onderzoek der zee.

Zeeaal of Zeepaling (Conger mlgaris). Zie PaUngmsschen (Muraenidae).

Zeeadelaar. Zie Adelaar.

Zee-Alpen.. Zie Alpen.

Zee-Alpen of Alpes-Maritimes, een Fransch departement, dat zijn naam ontleent aan het gelijknamige gebergte, bestaat uit de vroeger Sardinische, maar in 1860 aan Frankrijk afgestane provincie Nizza, het voormalig vorstendom Monaco (met uitzondering van het stadgebied) en het weleer tot het departement Var behoorende arrondissement Grasse. Het grenst in het noorden en oosten aan het koninkrijk Italië, in het westen aan de departementen Var en Basses-Alpes, en telt op 3 738 v. km. (1906) 334 007 inwoners. Het departement is gedeeltelijk bedekt met de Zepen en de uitloopers van dit gebergte, welks hoofdketen over een korten afstand zijn grens vormt naar de zijde van Italië. De voornaamste rivier is de Var met drie aanzienlijke zijrivieren. De bodem is boschrijk, het klimaat zacht. De gemiddelde warmtegraad te Nizza, Cannes en Mentone is ongeveer 16° C. In het binnenland is het klimaat minder gunstig. Landbouw en veeteelt zijn niet van veel belang, daarentegen wel de vischvangst. Ook vindt men er talrijke fabrieken voor parfumerieën, zeep, likeuren, goud- en zilverwaren, zijden stoffen, rietwerk enz. en bezit het departement een levendigen kusthandel. Het is in 3 arrondissementen verdeeld en heeft Nizza tot hoofdstad.

Zeeanemoon (Actinia; zie de plaat) is de naam van een dierengeslacht, dat behoort tot de groep der lagere zeedieren en de type der Holzakdieren (Coelenterata). De zeeanemonen hebben een kegelvormige of rolronde gedaante en tusschen den mond en den rand van de bovenschijf één of meer kransen van voelers, die zij willekeurig kunnen intrekken of uitsteken, zoodat zij in den eersten vorm op een bloemknop en in den tweeden op een geopende bloem gelijken. Daar het lichaam dezer dieren wel eens blauw of rood gekleurd is, maken zij in laatstgemelde gedaante een sierlijke vertooning, zoodat zij inzonderheid in aquaria bewondering wekken. Volgens dr Herklots heeft men aan onze kust 5 soorten van zee-anemonen, maar dit aantal is in de keerkringszeeën veel grooter. De grootste is de reuzenzeeanemoon. Zij voeden zich met kleine diertjes en vermenigvuldigen zich door eieren.

Zeeanker. Zie Anker.

Zee appels (Echinoidea) of zeeklitten zijn dieren, welke tot de type der Stekelhuidigen (Echinodermata, zie aldaar) behooren. Hun lichaam is bolrond en aan de éene zijde afgeplat. De schaal bestaat uit 5- of 6-hoekige kalkplaatjes, op wier knobbels beweeglijke stekels zijn geplaatst. Twee rijen van plaatjes vormen een afzonderlijken gordel, en het aantal dezer gordels of velden is 10. Deze zijn bij afwisseling smal en breed. De eerste hebben twee rijen ronde gaatjes voor het doorlaten van de pootjes, de uiteinden van het watervatenstelseL Deze velden zijn de z. g. ambulacrale velden. De daarmede afwisselende gordels, welke deze openingen missen zijn de z. g. interambulacrale velden. Bij enkele soorten met lange, harde stekels zijn ook de pootjes zeer lang. Bij de ware zeeappels is de mond

cirkelvormig met min of meer diepe insnijdingen. Het mondvlies is naakt of met schubbetjes bedekt, welke dakpansgewijs gerangschikt zijn, en zij hebben 10 doorboorde schilden voor rondom den mond geplaatste voetjes. Bij veel soorten vindt men een eigenaardig kauwtoestel, waaraan men den zonderlingen naam van „lantaarn van Aristóteles" gegeven heeft. De anus, tegenover den mond gelegen, is door een aantal kleine schubben omgeven. Tot deze afdeeling behoort o. a. de fraaie, groote Ecliinus esculentus L. met een roode of purpere kleur en ook aan onze kusten voorkomende. Bij de zeeklitten is gewoonlijk de schaal meer verlengd en platter, zoodat zij op een zak gelijkt. Aan de achterzijde hebben zij een breede, somtijds zeer diepe groef. De mondopening en de anus staan ver van elkander, — de eerste niet altijd in het midden van de buikschijf en de andere steeds diametraal tegenover gemelde groef. De ambulacra of gaatjes voor de voelers loopen niet door tot de buikvlakte der schaal, maar vereenigen zich in paren, zoodat de bovenzijde een sierüjke figuur vertoont. Sommige van deze dieren hebben, behalve de stekels, met fijne borstels bedekte banden. Tot deze groep behoort de hartvormige, gele zeeklit (Spatangus cordatus) onzer stranden. De zeeappels zwemmen niet, maar kruipen over den bodem en voeden zich met verschillende zeedieren. In de krijtvorming vindt men fossiele soorten zeeappels.

Zeearend. Zie Adelaar.

Zeeaster (Aster Tripolium L.) is de naam van een in ons land algemeen op zeeklei voorkomende plant uit de tweezaadlobbige familie der Compositen. De bladeren zijn vleezig, fijn-lancetvormig en iets gezaagd. De straalbloemen zijn blauw lila en de schijfbloemen geeL Deze plant heet ook wel Zulte.

Zeebaars (Labrax lupus). Zie Baarsvisschen en Percidae.

Zeebaden waren reeds in de Oudheid in gebruik, doch werden tot op den nieuweren tijd weinig als geneesmiddel toegepast. In Engeland werden ze voor het eerst in de 18de eeuw als zoodanig gebruikt, daarop volgden andere landen. De geneeskrachtige werking van zeebaden berust gedeeltelijk op het zoutgehalte van het water, gedeeltelijk op de werking van den golfslag, gedeeltelijk op het verblijf aan zee in verband met een veranderde leefwijze. De waarde van de zeebadplaatsen hangt af van de kracht van den golfslag, de temperatuur en de ligging van de badplaats. Het zeewater werkt prikkelend en versterkend op de huid, op de zenuwen en op de spieren. Ook op het lymphestelsel en op de klieren heeft het een gunstigeninvloed. Schadelijk is daarentegen zijn werking bij volbloedigheid, chronische maag- en leverziekten, acute rheumatische ziekten, chronische longaandoeningen en longtering. In sommige gevallen verdienen verwarmde zeebaden aanbeveling. De meest geschikte tijd voor een badkuur is de tijd van midden Juli tot midden September. In de meeste Noordzeebaden laat men zich in een gesloten badkoets, die achter een deur met een trapje heeft en waarin men zich ontkleedt, in zee rijden. Aan de Oostzee heeft men meestal aan het strand of aan een in zee voerenden steiger vaste badcellen aangebracht. In de 19de eeuw zijn een groot aantal badplaatsen tot bloei gekomen; Scheveningen behoort tot de meest beroemde.

Sluiten