Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verminderen. Zeer uitvoerig wordt deze verzekering geregeld in den 9^en Titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Koophandel. Vele bepalingen van dien titel zijn slechts toepassingen van de algenieene beginselen van het verzekeringswezen, in het artikel „Verzekering" uiteengezet. De wettelijke bepalingen zijn tot stand gekomen in het begin der 19de eeuw en hebben dus geen rekening kunnen houden met de groote omwenteling, die sedert scheepvaart en transportwezen hebben ondergaan. Enkele der hoofdbepalingen laten wij hier volgen. De verzekering kan niet alleen gesloten worden op liet schip in zijn geheel, maar ook afzonderlijk op het casco en de kiel, het tuig en de takelage, of het oorlogstuig; verder kunnen verzekerd worden de ingeladen goederen, de verwacht wordende winst en de te verdienen vrachtpenningen. Niet vatbaar voor verzekering zijn de soldijen of gagiënvan het scheepsvolk; de premiën of het kaplaken van den schipper; schepen of goederen waarop de volle waarde vroeger op bodemerij is geschoten; voorwerpen waarin volgens de wetten en verordeningen geen handel mag worden gedreven en schepen die tot vervoer van zoodanige voorwerpen zijn gebruikt. De verzekeraar is in 't algemeen niet alleen aansprakelijk voor de schade die tijdens de reis voorvalt, maar ook voor schade tijdens de lading en de lossing. De wet brengt voor rekening van den verzekeraar alle verliezen en schaden, die aan de verzekerde voorwerpen overkomen door storm, onweder, schipbreuk, stranding, het overzeilen, aanzeilen, aanvaren, aandrijven, gedwongen verandering van koers, van de reis of van het schip, door het weipen van goederen, door brand, geweld, overstrooming, neming, kapers, roovers, aanhouding op last van hooger hand, verklaring van oorlog, represailles; alle schade veroorzaakt door nalatigheid, verzuim of schelmerij van den schipper of de scheepsgezellen, en, in het algemeen, door alle van buiten aankomende onheilen, hoe ook genaamd, tenzij door de bepalingen der wet of der polis de verzekeraar van het loopen van eenige dezer gevaren zij vrijgesteld. Voor sommige gevallen beperkt de wet de aansprakelijkheid; zoo is bijv. bij verzekering op het schip en de vrachtpenningen de verzekeraar ongehouden de schade te betalen, door de schelmerij van den schipper veroorzaakt, tenzij anders bij de polis ware bedongen, welk beding ongeoorloofd is, voor zoover de schipper zelf aandeel heeft in het schip. Deze laatste bepaling is in overeenstemming met den algemeenen regel,dat men zich niet kan verzekeren tegen schade, door eigen opzet ontstaan. Door verschillende bedingen in de polis kan de verzekeraar zijn verantwoordelijkheid beperken. Zoo noemt de wet bijv. het beding „vrij van molest", waarbij de verzekeraar bevrijd is, zoodra het verzekerd voorwerp vergaat of bederft door geweld, neming, kaperij, zeerooverij, aanhouding op last van hoogerhand, verklaring van oorlog en represailles. Is de verzekering gesloten met het beding „vrij van beschadigdheid", dan is de verzekeraar niet aansprakelijk, wanneer de verzekerde voorwerpen bedorven of beschadigd ter plaatste van bestemming aankomen, maar alleen wanneer zij hun bestemming niet bereiken. Een soortgelijke uitwerking heeft de bij schepen dikwijls voorkomende verzekering op behouden varen; de verzekeraar is alleen aansprakelijk, als het schip niet aankomt, niet als het gehavend aankomt. — Wat de te vergoeden schade

betreft, geldt bij verzekering van een schip het volgende. Is het schip met averij aangekomen, dan wordt vastgesteld, of de reparatiekosten minder dan wel meer dan drie vierde van de waard'van het schip zouden beloopen. — Beloopen zij minder, dan draagt de verzekeraar twee derden der reparatiekosten en blijft een derde voor rekening van den verzekerde wegens veronderstelde verbetering van oud tot nieuw, tenzij de verzekerde kan bewijzen, dat de reparatie geen verbetering of vermeerdering der waarde van het schip, hoegenaamd, heeft te weeg gebracht, in welk geval de volle reparatiekosten worden vergoed. — Zouden de reparatiekosten meer dan 3/t der waarde van het schip beloopen, dan wordt het schip ten aanzien van den verzekeraar als afgekeurd beschouwd en moet deze vergoeden de volle som waarvoor verzekerd is, onder korting van de waarde van het beschadigde schip of wrak. In dit geval kan de verzekerde ook gebruik maken van het recht van abandonnement, waardoor de verzekeraar eigenaar wordt van de overblijfselen van het schip en de verzekerde de volle verzekerde som ontvangt. Abandonnement kan eveneens plaats hebben, indien binnen een bij de wet bepaalden termijn — welke verschillend is naarmate van de plaats van bestemming — geen tijding van een verzekerd schip is aangekomen of ingeval van opbrenging of aanhouding door een vreemde mogendheid of aanhouding door de Nederlandsche regeering na het begin der reis.

Zeevledermuizen (Platax). Zie Carangidae.

Zeevlooien is de naam van een dierengeslacht uit de orde der Amphipoden, tot de klasse der Schaaldieren (Crustaeea) belioorende. Zij worden niet langer dan éen cm. en hebben geen zwempooten, maar tot kruipen geschikte pooten. Hare bovenkaken zijn van voelers voorzien en zij hebben twee paar onderkaken en een paar pootkaken. De bovenste sprieten zijn kort, maar de onderste zeer lang. De kop is duidelijk van den romp gescheiden en het lichaam in zeven bijna even lange ringen verdeeld, van welke ieder een paar pooten draagt, terwijl de staart uit vijf leedjes bestaat. Wij zien in den herfst de gewone zeevloo (Talitrus saltator) in haar wit gewaad in groote menigte op onze stranden rondspringen.

Zeeweringen dienen tot bescherming van laag gelegen landen tegen overstroomingen van de zee, waar deze zelf niet door het opwerpen van duinen (zie aldaar) voor een afdoende bescherming gezorgd heeft. Zulke zeeweringen bestaan in de eerste plaats uit dijken (zie Dijk), waarnaast echter ook andere werken tot oeververdediging voorkomen.

De nieuwste methodenvoorverdediging van oevers zijn die volgens het systeem de Muralt. Deze worden uitgevoerd in gewapend betonmateriaal en zijn door den Nederlai.dschen ingenieur Jhr. R. R. L. de Muralt uitgedacht en voor het eerst in toepassing gebracht aan de oevers van het waterschap Schouwen in Zeeland, voor welke uitvindingen hem in 1911 den „Conradprijs" werd toegekend.

I. Dijk- en duinglooiing van gewapend beton. Het dijks- of duin talud dat verdidigd moet worden, wordt eerst behoorlijk geëffend en voorzien van een stroobedekkirg of krammat. Hierop wordt dan de betonglooiing gelrgd, welke bestaat uit trapvormige platen van gewapend beton, elk metende 2.40M. x 1.80 m. en ter dikte van 0,075 a 0.126 m. De platen

Sluiten