Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het onderwijs te^Zofingen in de Aargau, en stichtte in 1820 te Beuggen in Baden een armenschool, ingericht volgens de beginselen van Pestalozzi, doch piëtistisch gekleurd. Hij overleed den Igden Mei 1860 te Beuggen. Hij schreef: „Lehren der Erfahrung für christliche Land- und Armenschullehrer" (3 dln., 1827, 5de druk, 1883), „Seelenlehre, gegründet auf Schrift und Erfahrung" (1846, 7de druk, 1895) en een aantal andere werken. Sedert 1829 gaf hij het thans nog bestaande „Monatsblatt von Beuggen" uit.

Zeiler, Edmrd, een Duitsch godgeleerde en wijsgeer, geboren den 22sten Januari 1814 te Kleinbottwar in Württemberg, studeerde te Tübingen en te Berlijn, vestigde zich in 1840 in eerstgenoemde academiestad als privaatdocent, vertrok in 1847, in weerwil van den tegenstand der behoudsmannen, die hem, den volgeling van Baur en Strausz, niet begeerden, als professor in de theologie naar Bern. In 1849 werd hij in dezelfde betrekking te Marburg benoemd, doch werd door toedoen van zijn tegenstanders onmiddellijk bij het aanvaarden van zijn ambt naar de wijsgeerige faculteit overgeplaatst. Hij werd in 1862 hoogleeraar in de wijsbegeerte te Heidelberg en in 1872 te Berlijn. In 1895 nam hij zijn ontslag en vestigde zich te Stuttgart. Hij overleed aldaar den 19"'-n Maart 1908. Van zijn werken noemen wij: „Das theologische System Zwingli's" (1853), „Die Apostelgeschichte kritisch untersucht" (1854), „Vortrage und Abhandlungen" (1865, 2de druk, 1875, 2 nieuwe bundels 1877 en 1884), „Staat und Kirche" (1872), „DavidFriedrich Strausz in seinem Leben und seinen Schriften geschildert" (1874), „Geschiclite [der deutschen Phüosophie seit Leibniz"(1873), „Grundrisz der Geschichte der griechischen Philosophie"(1883) en „Friedrich der Grosze als Philosoph" (1886). Aanvankelijk was hij een aanhanger van Hegel, later verwijderde hij zich eenigszins van diens richting. Uit zijn nalatenschap verscheen: „Erinnerungen eines Neunzigjahrigen" (1908). Van zijn „Kleine Schriften", uitgegeven door Lenze, verscheen het eerste deel (1910).

Zeiler, Jules Sylvain, een Fransch geschiedkundige, geboren te Parijs den 23sten April 1820, studeerde eerst in de rechten, daarna in de geschiedenis, bezocht ook Duitsche hoogescholen, promoveerde te Parijs en was vervolgens gedurende eenige jaren leeraar aan verschillende lycea te Rennes, Bordeaux en Straatsburg. In 1854 werd hij hoogleeraar te Aix, in 1854 werd hij aan de Ecole Normale te Parijs benoemd en hield tegelijkertijd geschiedkundige voordrachten aan de Sorbonne. Hij volgde in 1863 Dyruy als hoogleeraar in de geschiedenis aan de polytechnische school op. In 1874 werd hij lid van de Académie des Sciences Morales et Politiques. In 1876 werd hij tot inspecteur-generaal van het hooger onderwijs benoemd. Hij overleed te Parijs den 258ten Juli 1900. Van zijn geschriften noemen wij: „L'Histoire résumée de 1'Italië" (1852, 5de druk, 1906), „Les empereurs romains, caractères et portraits historiques" (1863, 4de druk, 1876), „Entretiens sur 1'histoire. Antiquité et moyen-age" (2 dln., 1865), „Entretiens sur 1'histoire du moyenage" (3 dln., 1884—1891), „Entretien sur 1'histoire du XVI. siècle. Italië et Renaissance" (1869, nieuwe uitgave 2 dln., 1883), „Les tribuns et les révolutions en Italië" (1874), „Pie IX et Victor Emanuel, histoire contemporaine de 1'Italie 1846—1878" (1879),

„Histoire de 1'Allemagne" (7 dln., 1872—1891) en „Histoire résumée de rAllemagne" (1888).

Zeiler, Berthold, een zoon van den voorgaande, geboren in 1848 te Rennes, ontving zijn opleiding op de Ecole Normale Supérieure, promoveerde in 1880 en werd achtereenvervolgens leeraar in de geschiedenis aan de lycea te Bourges en te Amiens, het college Rollin en het lyceum Charlemagne te Parijs. Vervolgens werd hij aan de Sorbonne benoemd. Hij overleed den 4den April 1899 te Parijs. Van zijn werken noemen wij: „Henri IV et Marie de Médicis" (1877), „Etudes critiques sur le règne de Louis XIII" (2 dln., 1879—1880), „Claude de France" (1892), „La minorité de Louis XIII. Marie de Médici et Sully" (1892), „Marie de Médicis et Villeroy" (1897), „Louis XIII. Marie de Médicis chef du Conseil" (1898) en „Marie de Médicis. Richelieu ministre" (1899). Van 1881—1891 was hij redacteur van „L'Histoire de France racontée par les contemporains."

Zellerfeld, een plaats in het Pruisische distrikt Hildesheim, door den Zellbach gescheiden van Klausthal, met het station Klausthal-Zellerfeld van den spoorweg naar Halle, heeft een Protestantsche kerk, een museum, een bibliotheek, een munten- en modellenkabinet en telt (1905) 4 486 inwoners. De plaats, welke bekend is als badplaats, bezit 4 badhuizen, sigaren- en kousenfabrieken, bierbrouwerijen, een asbestfabriek enz. In de omstreken wordt mijnbouw uitgeoefend. Bonifacius bouwde hier in de 7de eeuw een kapel (Zelle), later veranderd in een Benedictijnerklooster, dat in 1433 werd opgeheven. In 1429 werd Zellerfeld een stad. Het omhelsde in 1539 de Hervorming, behoorde sedert 1788 aan Hannover en ging daarmede in 1866 over aan Pruisen.

Zeloten is een naam, welke afstamt van een Grieksch woord, dat ijveraar beteekent. Daarmede werden bij de Israëlieten de zoodanigen bestempeld, die ijverden voor de eer van God en voor de Wet en hun haat tegen alle niet-Joden zooveel mogelijk toonden. Zij gaven voornamelijk aanleiding tot den opstand van 66 n. Chr. tegen de Romeinen. Thans geeft men nog aan diegenen, die, vooral op godsdienstig gebied, tegen andersdenkenden te velde trekken, dezen naam.

Zeiter. Karl Friedrich, een Duitsch componist, geboren te Berlijn den lldcn December 1758, bezocht aldaar het Joachimsthaler gymnasium, maar werd op zijn 17de jaar metselaarsleerling bij zijn vader. In 1783 werd hij meester-metselaar doch wijdde zich in zijn vrijen tijd aan de beoefening der muziek onder leiding van Fasch. Na het overlijden van dezen werd hij in 1800 directeur der zangacademie te Berlijn. Hij stichtte de eerste Berlijnsche liedertafel en componeerde daarvoor onderscheiden liederen. Sedert 1796 was hij bekend met Goethe, van wien hij een aantal liederen, balladen enz. op muziek heeft gezet. Hij overleed den 15den Mei 1832. Mendelssolm-Bartholdy behoorde tot zijn leerlingen. Na zijn dood verscheen de „Briefwechsel zwisclien Goethe und Zeiter in den Jahren 1796—1832", uitgegeven door Riemer (6 dln., 1833—1834).

Zemelen noemt men de buitenste omhulsels van het graan, die bij de bereiding van het meel afvallen. Daar het niet mogelijk is de bolsters zuiver van den inhoud te scheiden, bevatten zij steeds een grootere of kleinere hoeveelheid meel. De samenstel-

Sluiten