Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evangelie,"en in 1701 ontstond te Londen een dergelijk genootschap, gevolgd in 1792 door dat der Baptisten en in 1795 door dat der Protestanten van verschillende belijdenissen, alsmede in 1801 door dat der Episcopalen, terwijl het Britsch Bijbelgenootschap, in 1804 opgericht, zeer veel voor de zending heeft gedaan. Het aantal vereenigingen nam in Engeland van jaar tot jaar toe; door versnippering van kracht, in verband met het groot aantal kerkelijke secten, steeg haar invloed echter niet in dezelfde mate. Toch neemt Engeland met betrekking tot de Protestantsche zending nog steeds de eerste plaats in; daarop volgen Noord-Amerika en Duitschland. De beide Schotsche kerken beschouwen haar als tot de taak van de Kerk te behooren. Te Boston werd in 1810 de algemeene Board of foreign missions opgericht, waarnaast weldra een aantal afzonderlijke genootschappen optraden. In Duitschland ontstond in 1823 de Berlijnsche, in 1828 het Rijnsche, in 1838 de Noord-Duitsche zendingsvereeniging, waarop een aantal andere volgden.

Sedert 1797, toen het Nederlandsch Zendelinggenootschap (zie aldaar) werd opgericht, hield men zich in ons land met de zending bezig; zij werkt bijna uitsluitend in Nederlandsch Oost- en West-Indië. Behalve deze vereeniging zijn de voornaamsteNederlandsche zendelingsvereenigingen: de Nederlandsche Gereformeerde Zendingsvereeniging (zie aldaar) te Amsterdam en de Nederlandsche Zendingsvereeniging, (zie aldaar), gevestigd te Rotterdam. Tegenwoordig bestaan er op aarde 166 Protestantsche zendelingsgenootschappen die missionarissen uitzenden, waarnaast een groot aantal kleinere vereenigingen, die de grootere ondersteunen. Deze genootschappen brengen jaarlijks ongeveer 39 millioen gulden op en zenden ongeveer 6700 zendelingen uit. Daartoe behooren: 19 Engelsche genootschappen met 17'/2 millioen gulden en 2700 zendelingen, 18 Amerikaansche met 12 millioen gulden en 1800 zendelingen, 8 Nederlandsche met 300 000 gulden en 56 zendelingen, 2 Fransche met 600 000 gulden en 74 zendelingen en 7 vereenigingen in Scandinavië met 1 milhoen gulden en 190 zendelingen.

Het Nederlandsch Zendelinggenootschap heeft zijn werkkring in de Molukken, Menado, Midden- j Celebes, Oost-Java, Savoe en Deli. Zijn uitgaven bedragen jaarlijks omstreeks f 130 000. De Rijnsche Zendingsvereeniging legt aan Nederlandsch-! Oost-Indië jaarlijks bij de 2 ton ten koste, waartoe Nederland ongeveer f 25 000 bijdraagt. Zij werkt met ruim 100 Europeesche zendelingen in Zuid-Borneo, Tapanoeli, Nias, Mentawei en Enggano. De Doopsgezinde Zendingsvereeniging, die vooral in Japara op Java en Pakantan op Sumatra's Westkust werkt, geeft jaarlijks ruim f 50 000 uit, de Salatigazending in de residentie Semarang had in 1907 een begrooting van ± f 40 000, het Java-Comité, dat behalve in Oost-Java in Angkola werkt, gebruikt per jaar f 25 000, de Nederlandsche Zendingsvereeniging op West-Java omstreeks f 90 000, de Utrechtsche Zendingsvereeniging op Noord-Nieuw- j Guinea en Halmaheira omstreeks f 100 000. De zending der gereformeerde kerken in Nederland, die jaarlijks ± f125 000 uitgeeft, werkt in MiddenJava, Batavia en Soerabaja en op het eiland Soemba. Het Sangi- en Talautcomité krijgt van de 45 000 gulden, die het jaarlijks noodig heeft, 2/3 van de I openbare kas terug als restitutie van de voor het 1

onderwijs gedane uitgaven. De Luthersche zending werkt op de Batoeeilanden, het geeft jaarlijks omstreeks f 13 000 uit. Het Leger des Heils legt zich meer op maatschappelijk werk in Christelijken zin dan op onmiddellijke evangelisatie toe. Het werkt vooral in Midden-Java en heeft een jaarlijksche begrooting van f 100 000. Het Nederlandsche Bijbelgenootschap heeft voor de evangelisatie gewerkt door den Bijbel geheel of gedeeltelijk in inlandsche talen te doen overbrengen.

De Roomsch-Katholieken hebben gevestigde gemeenten voor inlandsche Christenen op Java, Sumatra, in de Minahasa en op Flores, zendingsposten in Kedoe, de Pasoemahlanden, op Timor, verder twee zendingsgemeenten in de Westerafdeeling van Borneo, alsmede op de Kei-Eilanden en Z. Nieuw-Guinea.

Zendingsschool. Nederlandsche, is de naam van een inrichting voor de opleiding van zendelingen, die in 1905 te Rotterdam werd opgericht. Deze school ontstond door de vereeniging van de zendingshuizen van het Nederlandsche Zendelinggenootschap en van de Utrechtsche Zendingsvereeniging-

Zending'svereenig-ing\A7effortaw?.se/ie, gevestigd te Rotterdam, heeft ten doel zendelingen op te Leiden voor de verbreiding van den Christelijken godsdienst in de Nederlandsche Oost-Indische bezittingen. De zendeling-kweekelingen, die aangenomen worden, moeten instemmen met'de beginselen der vereeniging, goede kennis bezitten en zoo noodig een vreemde taal spreken. De vereeniging heeft op Java, in de Soendalanden, 12 zendelingen gevestigd.

Zendingsvereeniging', Nederlandsche Gereformeerde, is de naam van een te Amsterdam gevestigde vereeniging. Zij stelt zich ten doel, de ondersteuning van de evangelieverkondiging onder heidenen en Mohammedanen, uitgaande van de Gereformeerde kerken in Nederland, inzonderheid op Midden-Java. Zij heeft tot grondslag de belijdenis der Gereformeerde kerken.

Zendrini, Bernardino, een Italiaansch dichter, geboren te Bergamo den 611™ Juli 1839, studeerde te Zürich en te Pavia, waar hij in 1861 promoveerde in de rechten, doch werd in 1862 leeraar in het Italiaansch aan het lyceum te Como. Hier hield hij zich vooral bezig met studiën over zijn lievelingsdichter Heine, over wien hij in 1864 een monografie in de „Civilta cattolica" plaatste. Niet lang daarna verscheen zijn: „Ghirlanda dantesca" (1863), een reeks gedichten bij gelegenheid van het Dante-feest. In 1865 werd hij leeraar aan het lyceum te Ferrara, in 1867 hoogleeraar in de Duitsche letterkunde te Padua en in 1875 hoogleeraar in de Italiaansche letterkunde te Palermo, waar hij den 7den Augustus 1879 overleed. Gedurende zijn verblijf te Ferrara leverde hij onder den titel: „II canzonieredi Heine" (1866) een vertaling van het „Buch der Lieder", waardoor zijn naam weldra algemeen bekend werd. Door zijn eigen gedichten „Prime poesie" (1871) verwierf hij zich een plaats onder de beste Italiaansche dichters van den tegenwoordigen tijd. Zijn „Opere complete" werden door Massarani (3 dln., 1881—1883) uitgegeven, zijn „Epistolario" door Pizzo (1886).

Zenegroen. Zie Ajuga reptans.

Zenetti. Johann Baptist vim, minister van Bin-

Sluiten