Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zenith; zij vormt niet de hoogte (elevatie) van de ster een hoek van 90°.

Zenker. Friedrich Aïbert von, een Duitsch geneeskundige, geboren te Dresden den 13den Maart 1825, studeerde te Leipzig en te Heidelberg, werd in 1851 prosector aan het stadsziekenhuis te Dresden en in 1855 tevens hoogleeraar in de pathologische anatomie en de algemeene pathologie aan de chirurgisch-medische afdeeling aldaar. In 1862 vertrok hij als hoogleeraar naar Erlangen, waar hij tevens directeur van het pathologisch instituut werd. In 1887 werd hem persoonlijke adeldom verleend. Hij nam in 1895 zijn ontslag en overleed den 13den Juni 1898 te Reppentin in Mecklenburg. Hij is de eigenlijke ontdekker van de trichinenziekte en toonde in zijn werk: „Über die Trichinenkrankheit des Menschen" (1860) het gevaarlijke van deze parasieten aan. Verder schreef hij: „Beitrage zur normalen nnd pathologischen Anatomie der Lunge" (1862), „Über die Yeranderungen der willkürlichen Muskeln im Typhus" (1864), „Ueber StaubinhaJationskrankheiten der Lungen"(1866), „Krankheiten des Ösophagus" en „Über den Cysticercus racemosus des Gehirns" (1882). Ook redigeerde hij sedert 1865 met Ziemssen het „Deutsche Archiv für klinische Medizin."

Zennebladeren of Sennebladeren. Zie Cassia.

Zenner. Gottfried, een Duitsch schrijver, geboren te Altenburg in 1656, studeerde te Wittenberg in de rechten en in de letteren, was eenigen tijd lid van de militaire rechtbank en vestigde zich daarna als privaatdocent, eerst te Altenburg en toen te Leipzig. In 1700 werd hij secretaris van het archief te Zerbst, legde in 1720 ten gevolge van onaangenaamheden met de regeering die betrekking neder, volbracht een reis naar de Nederlanden, richtte een adres van dankbetuiging aan den koning van Engeland wegens de gulle bejegening, die de Duitsche landverhuizers in Amerika ondervonden, en overleed ambteloos te Leipzig in 1721. Hij schreef een aantal staatkundige vlugschriften, alsmede: „Monatliche Novellen aus der gelehrten und kuriösen Welt" (1692—1697) en „Frühlings-, Sommer-, Herbst-und Winterparnasz" (1693—1696).

Zeno. Eleates, een Grieksch wijsgeer uit Elea, leefde omstreeks het jaar 500 v. Chr., was een leerling van Parmenides en vertrok met dezen ter gelegenheid der Panathenaeën naar Athene. Nadat zijn poging, om Elea van de dwingelandij van Nearchos te verlossen, mislukt was, moest hij vreeselijke martelingen verduren. Men verhaalt, dat hij zich de tong heeft afgebeten, om zijn medeplichtigen niet te verraden, en dat hij vervolgens in een vijzel is gestampt.Hij bezigde in zijn prozaschriften reeds den vorm van samenspraken. Van zijn leerstellingen zijn slechts fragmenten bewaard. Hij was een aanhanger van de leer van de eenheid en onveranderlijkheid van het „zijn" en gaf daarvoor het indirecte bewijs, dat de hypothese van vele bewegelijke substantie tot tegenstrijdigheden leidt. Bekend zijn zijn bewijzen voor de onmogelijkheid van de beweging.

Zeno. de Stoïcijn, een.Grieksch wijsgeer, de stichter van de school der Stoïcijnen, werd geboren te Kittion op het eiland Cyprus tusschen de jaren 336—264 v. Chr. Als de zoon van een koopman was hij tot op 22-jarigen leeftijd werkzaam in het bedrijf van zijn vader, vestigde zich vervolgens te Athene en wijdde zich aldaar aan de studie der

Zeno (antieke buste).

wijsbegeerte. Eerst was hij een leerling van Krates, het hoofd der Cynische school, daarna van Stilpon den Megarenser en voegde zich eindelijk bij de oudere academici, Xenokrates, Polemon en Arcesilaus. Daarna gaf hij met grooten toeloop onderwijs in de Stoa poikile (een met schilderijen versierde zuilen¬

hal), waarnaar zijn leerlingen Stoïcijnen genoemd werden. Hij genoot de gunst van Antigonus, koning van Macedonië, en stond ook bij de Atheners zeer in aanzien. Naar men wil, maakte hij op 98jarigen leeftijd een einde aan zijn leven. Men vermeldt, dat de Atheners te zijner eer een praalgraf deden verrijzen met het opschrift: „Zijn leven was in overeenstemming met zijn leer". Van zijn geschriften zijn alleen fragmenten bewaard, die uitgegeven werden door Wachsmuth (1874), Pearson (1889) en door Von Arnim

(1905). Zie omtrent de leer van Zeno het artikel Stoïcijnen.

Zeno, keizer van het Oost-Romeinsche rijk (474—491 n. Chr.), was afkomstig uit Isaurië en droeg daarom den bijnaam Isauricus. Hij werd door keizer Leo X met de hoogste eereambten bekleed en trad met diens dochter Ariadnë in het huwelijk. Na den dood van Leo (474) werd deze opgevolgd door zijn evenzoo genoemden kleinzoon, een zoon van Zeno en Ariadne. Maar toen deze na verloop van weinige maanden stierf (wellicht door vergif, hem door zijn vader toegediend), maakte Zeno zich meester van de heerschappij. Hij werd wel is waar in 475 door Basiliscus, den broeder van zijn schoonmoeder, uit Konstantinopel verdreven, het gelukte hem echter reeds in 477 de heerschappij te heroveren. Ook slaagde hij er in verschillende opstanden te onderdrukken. De invloed van de Germaansche legeraanvoerders werd door hem verminderd, waardoor het Oost-Romeinsche rijk voor den ondergang bleef bewaard. In 488 bevorderde hij den aftocht van de Oost-Goten onder Theodorik van Pannonië naar Italië. Het gelukte hem niet aan de kerkelijke twisten een einde te maken. Hij overleed in 491.

Zeno, Carlo, een Venetiaansch admiraal en krijgsman, geboren in 1338, studeerde eenigen tijd te Padua, doch verkwistte zijn vermogen en verliet de universiteit om soldaat te worden. Hij was achtereenvolgens in dienst van verschillende staten. Na zijn terugkeer te Venetië aanvaardde hij een hem door den paus verleende geestelijke praebende te Patras, maar moest ze wegens een tweegevecht laten varen en reisde zeven jaar lang ter zake van handelsaangelegenheden op Kreta, in de Levant en in Griekenland. In 1376 bestuurde hij de onderhandelingen, waardoor Tenedos in het bezit kwam van Venetië, en toen vervolgens de oorlog van Chiozza uitbrak, verdedigde hij Treviso tegen de Hongaren. Daarop trad hij in dienst bij de marine, onderscheidde zich in den strijd tegen Genua en bevond zich in den Griekschen Archipel, toen hij de tijding ontving, dat Venetië na den val van Chiozza door een talrijke vloot der Genueezen geblokkeerd werd.

Sluiten