Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug, en na de capitulatie van Pirna (15 October) lijfde Frederik de onderofficieren en soldaten bij het Pruisische leger in. Saksen werd als onderworpen provincie behandeld, terwijl de keurvorst met zijn Hof naar Warschau de wijk nam. Intusschen had Maria Theresia gelegenheid gehad om haar oorlogstoebereidselen te voltooien en het Europeesche verbond tegen Frederik tot stand te brengen, dat hij. juist had willen verhinderen. Reeds den 17den Januari 1757 besloot het Duitsche Rijk tot gewapende hulp aan Saksen. Rusland beloofde den 22sten Januari tegen het genot van subsidie en het bezit van O. Pruisen aan Oostenrijk een hulpleger van 100 000 man. Den lsten Mei sloot Frankrijk met Oostenrijk een verdrag, waarbij het zich verplichtte tot een levering van 150 000 man en een jaarlijksch subsidie van 12 millioen gulden. Ook Zweden, als handhaver van den Vrede van Munster verklaarde den 21sten Mei aan Pruisen den oorlog. Tegenover deze verbondene mogendheden was Frederik aangewezen op den steun der Engelschen en Hannoveranen en op de hulp der N. Duitsche vorsten.

Toen de wintermaanden voorbij waren, deed hij opnieuw een poging om zijn plan van een inval in Bohemen te volvoeren. In vier colonnes rukte het leger in het voorjaar van 1757 van uit den Lausitz en Silezië Bohemen binnen. De beweging gelukte volledig. Voor Praag vereenigden zich de Pruisische legers en versloegen den 6den Mei de Oostenrijkers onder prins Karei van Lotharingen, waarna zij hen in Praag insloten. De stad hield zich echter staande, tot Daun met een ontzettingsleger van 54 000 man aanrukte. De hertog van Bevern, die tegen hem was uitgezonden, werd teruggedrongen. Nu trok Frederik met 14 000 man zelf daarheen, vereenigde zich den 15den Juni met Bevern en greep drie dagen daarna met 34 000 man de Oostenrijkers bij Kollin aan, waar hij volledig verslagen werd en 14 000 man en 43 kanonnen verloor. Deze nederlaag gaf aan den oorlog een beslissende wending. Het beleg van Praag moest worden opgeheven en Bohemen ontruimd. Van alle kanten hadden nu aanvallen op den Pruisischen koning plaats. Een Fransch leger onder d'Estrées bezette de Pruisische gewesten ten W. van den Wezer, versloeg den hertog van Cumberland bij Hastenbeck (26 Juli 1757), waarna de maarschalk de Richelieu, de opvolger van d'Estrées, Hannover en Hessen bemachtigde. Het observatieleger, steeds wijkend, werd den 8sten September genoodzaakt tot het sluiten van de conventie van Kloster-Zeven waarbij het werd ontbonden. Een Russisch leger was onder Apraxin in O. Pruisen gevallen en dwong den 30stea Augustus bij Groszjagerndorf den Pruisischen veldmaarschalk Lehwaldt tot den aftocht. In de Lausitz behaalden de Oostenrijkers den 7den September een overwinning bij Moys, waardoor zij zich den weg vrij maakten naar Breslau en Berlijn, dat den 17den October door Uadik werd bezet. De eerste verbetering trad voor Frederik in, toen Maurits van Dessau Berlijn ontzette en de Russen O. Pruisen door gebrek aan proviand moesten ontruimen. Lehwaldt werd tegen de Zweden in Pommeren afgezonden, terwijl Frederik zelf zich tegen het vereenigde Fransche en rijksleger keerde, dat bij Rizbach, dank zij een schitterenden ruiteraanval onder Seydlitz, den 5den November werd verslagen. Daarna trok hij op naar Silezië, dat na den slag bij Leuthen (5 Decem¬

ber) op Schweidnitz na weder geheel in zijn handen kwam. De oorlogskans was thans geheel ten gunste van Frederik gekeerd.

Onder deze omstandigheden meende Frederik in 1758, dat hij Oostenrijk door een hernieuwden aanval tot den vrede zou kunnen dwingen. Nadat hij den 16den April 1758 Schweidnitz veroverd had, viel hij in Moravië, maar het gelukte hem niet, 01mütz bij verrasing of door belegering te bemachtigen. De Oostenrijkers onder Laudon verbraken zijn verbinding met Süezië, waardoor hij gedwongen was het beleg op te heffen en door Bohemen en over het Reuzengebergte zijn leger in Middel-Silezië in veiligheid te brengen. Van hier trok hij terstond op tegen de Russen, die onder Fermor ophieuw O. Pruisen hadden bezet; ook hadden zij Dohna aan het wijken gebracht, de Neumark verwoest en Küstrin in brand geschoten. Door den slag bij Zorndorf (25 Augustus) dwong Frederik hen den terugtocht te aanvaarden. Daarna rukte hij op naar Saksen, waar Daun versterkte stellingen had ingenomen. Bij Hochkirch werd hij den 14den October overvallen en leed hij een zware nederlaag. Toch trok hij met versnelde marschen naar Silezië, ontzette Neisze (5 November) en Kosel (15 November), waarna hij naar Saksen terugkeerde en Daun noodzaakte dit te ontruimen. In het W. van het land had hertog Ferdinand van Brunswijk met een Engelsch-Pruisisch leger — koning George 11 van Engeland had n.1. de conventie van Kloster-Zeven niet goedgekeurd en denllden Aprill758 aan Pruisen geldelijke hulp en de vorming van een nieuw leger in Hannover toegezegd — de Franschen uit Hannover en Westfalen verdreven en hen bij Crefeld den 23sten Juni 1758 overwonnen. Een nieuw Fransch leger versloeghem wel is waar bij Bergen(13 April) en drong door tot aan denWezer, maar door zijn overwinning op den lsten Augustus bij Minden op de Fransche hoofdmacht onder Contades, kon hij hen over den Rijn en den Main terugdrijven.

Was Frederik er aldus in geslaagd om zich in het bezit van zijn land te handhaven, de vijandelijke coalitie had hij niet kunnen verbreken. Het gebrek aan geld, zoowel als aan officieren en soldaten werd steeds nijpender. Tegenover Oostenrijk en Rusland, die in 1759 in het O. met 250 000 man in het veld kwamen, kon hij dan ook slechts 130 000 stellen. Noch Dohna, noch Wedell konden hun vereeniging verhinderen. Nadat de laatste bij Kay den 23»"" Juli was verslagen, greep de koning de Verbondenen den 12den Augustus bij Kunersdorf zelf aan, maar werd volledig verslagen, zóó zelfs, dat hij alles voor verloren hield en volgens sommigen den dood op het slagveld zou gezocht hebben. Door de verdeeldheid der Russen en Oostenrijkers won hij echter den tijd, om zijn verstrooid leger weder te verzamelen, te ordenen en te vergrooten. Doordat de Russen in October naar Polen terugkeerden, kon Frederik naar Saksen trekken, waar Daun Dresden, Torgau en Wittenberg bezet had. Frederik zond in het midden van November generaal von Finck met 14 000 man naar het Ertsgebergte, om Daun tot den terugtocht te dwingen. Von Finck echter werd door Daun bij Maxen omsingeld, zoodat hij zich met zijn geheele legerafdeeling moest overgeven, een gebeurtenis, welke door de Oostenrijkers spottenderwijze de „vinkenvangst" genoemd werd( 21 November). Negen generaals en 12 000 man werden krijgsgevangen

Sluiten