Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt en de geheele artillerie viel in handen van den vijand. Daun bleef den geheelen winter in Saksen, en Frederik moest een legerkamp bij Wilsdruf betrekken, waar zijn leger van de felle koude veel te lijden had.

In 1760 werd tevergeefs getracht Dresden te heroveren. Laudon deed in Maart een inval in Silezië, \ ersloeg den 25sten Juni bij Landeshut het leger van Fouqué en slaagde er in Glatz te veroveren. Een vereeniging van de Oostenrijksche veldheeren Laudon, Lacy en Daun met de Russen onder Soltikow wist Frederik te verhinderen door een nachtelijke overrompeling van Laudon bij Liegnitz (1B Augustus). Het gelukte den vijand echter zich meester te maken van Berlijn, zoodat hij de Pruisische hoofdstad van 9—12 October bezet hield. Saksen werd, met uitzondering van Dresden, heroverd door den slag bij Torgau (3 November). Intusschen werd de toestand voor Frederik steeds hachelijker. Het toch al nijpende geldgebrek nam nog toe, toen bij den dood van George II (25 October 1760) diens opvolger George III geen geldelijken steun meer zond. Daarom moest hij in 1761 er van afzien aanvallend op te treden. Terwijl prins Hendrik Saksen dekte, betrok Frederik in Silezië, tegenover dat van de vereenigde Russen en Oostenrijkers bij Bunzelwitz, een versterkt legerkamp. De verdeeldheid zijner tegenstanders beveiligde hem voor een aanval, terwijl gebrek aan levensmiddelen Butterlin noodzaakte om den 10den September naar Polen terug te trekken. Een gevoelig verhes echter was de overrompeling van Schweidnitz door Laudon op den ls,en October, op den 16den December gevolgd door de verovering van Kolberg door de Russen. Hoewel de hertog van Brunswijk den 15den en 16den Juli bij Villinghausen een overwinning had behaald op de Franschen, bevond zich de koning in een wanhopigen toestand. Silezië, Saksen en Pommeren waren slechts gedeeltelijk in zijn macht, zijn land was uitgput, ene de hoop op den bijstand van Engeland was door den val van Pilt (in het najaar van 1761) verijdeld, t De dood van keizerin Eliscibeth (5 Januari 1762) keerde echter den loop der dingen voor Frederik ten goede. De nieuwe Czaar, Peter III, een bewonderaar van Frederik, sloot den 16den Maart te Stargard een wapenstilstand en den 5den Mei te St. Petersburg vrede met Pruisen, stemde toe in de uitwisseling der gevangenen en ontruimde zonder schadeloosstelling de Pruisische provinciën. Zweden bewoog hij tot den Vrede van Hamburg (22 Mei) en in Juni 1762 kwam tusschen de beide vorsten een verdrag tot stand, waarna generaal Tsjernitsjew bevel ontving, met zijn 20 000 man Laudon te verlaten en zich bij Frederik te voegen. Deze poogde nu in de eerste plaats Silezië, dat Daun met 90 000 man bezet hield, te veroveren. De val van Peter 111 en de verheffing van Catharina 11 op den 9d,:n Juli was intusschen een hachelijke gebeurtenis. Frederik echter bestormde, nog voor den afmarsch van de Russen, het legerkamp van Daun bij Burkersdorf (21 Juli 1762) en bracht na het vertrek van Tsjernitsjew nogmaals (16 Augustus) aan Daun bij Reichenbach een nederlaag toe; hij veroverde Schweidnitz, waardoor geheel Silezië, met uitzondering van Glatz, waarheen Daun zich begeven had, weer in het bezit van Pruisen was. Ook de nieuwe oorlog met Rusland, waarvoor gevreesd werd, bleef achterwege. Catharina II bekrachtigde den vrede van den

5den Mei en hield zich "onzijdig. In Saksen voerde prins Hendrik een voorspoedigen strijd tegen de Oostenrijksche generaals Serbelloni en Hadik; den 298ton October 1762 bracht hij Hadik en Stolberg bij Freiberg zelfs een nederlaag toe, waardoor de Oostenrijkers gedwongen waren om den 27sten November een wapenstilstand te sluiten, die echter alleen betrekking had op Saksen en Silezië. In het W. had de hertog van Brunswijk voorspoedig gevochten tegen de Franschen onder cCEslrées en Soubise. Den 24stcn Juni overviel hij de Franschen bij Wilhelmsthal en dreef hen terug tot onder de kanonnen van Kassei, welke stad hij den 318ten October innam.

Nu verlangde ook Frankrijk, door den langdurigen oorlog uitgeput, naar vrede. Reeds den 3den November 1762 werden de vredespreliminairen tusschen Frankrijk en Engeland te Fontainebleau geteekend en den 10den Februari 1763 te Parijs den vrede tusschen die beide mogendheden gesloten. De Fransche troepen trokken daarop terug over den Rijn. Dientengevolge zagen ook de Duitsche Rijksstanden zich gedrongen vrede te sluiten met Frederik, vooral omdat generaal Kleist, die een strooptocht door Z. Duitschland had ondernomen, Neurenberg innam en overal hooge oorlogslasten deed opbrengen. Daar de rijksvorsten den vrede verlangden, ontsloegen zij Oostenrijk van de verplichting, hen schadeloos te stellen voor de kosten en verliezen van den oorlog, en daar Frederik groote toebereidselen maakte tot een nieuwen veldtocht, dien hij in 1763 met 200 000 man wilde openen, terwijl de strijdmiddelen van Oostenrijk uitgeput waren, opende Maria Theresia onderhandelingen, welke den 15den Februari tot den vrede van Hubertusburg leidden. Daarbij werd de toestand van voor den oorlog weder hersteld.

Zevenslaper of Relmuis. Zie Relmuis.

Zevenslapers is de naam van zeven jongelingen: Maximianus, Mahhus, Martinianus, Dionysius, Johannes, Serapion en Constantinus, die zich om aan de Christenvervolging onder keizer Deeius (251) te ontkomen, volgens de legende hadden verborgen in een hol in den berg Kalion bij Epliesus en die, daarin ingemetseld, in slaap vielen om eerst in 446 onder Theodosus II, toen het hol toevallig werd geopend, te ontwaken. Nadat zij voor den keizer en den bisschop Martin over het wonder hadden getuigd, stierven zij, omgeven door het aureool van heiligheid. De legende, welke tot in Abessynië is doorgedrongen en ook in den Koran wordt terug gevonden, treedt in het W. voor het eerst op in een zendbrief van Gregorius van Tours aan bisschop Sulpitius van Bourges, geschreven omstreeks 570. De gedachtenisdag valt in de R. Katholieke Kerk op den 27sten Juni, in de Gr. Katholieke op den 4den Augustus. Zeer verspreid is het volksgeloof, dat het, wanneer het op den 27Bten Juni regent, gedurende 7 weken iederen dag zal regenen.

Zeven tegen Thebe zijn in de mythische geschiedenis van Griekenland de 7 helden: Polyneikes, Adrastos, Tydeus, Kapaneus, Hippomedon, Amphiaraos en Parthenspaws, die, aangevoerd door den tweeden, optrokken tegen Thebe, om Polyneikes, die door zijn tweelingbroeder Eteokles was verdreven, toen zij met elkander in strijd geraakten over de macht, daarin te herstellen. Na een strijd vol verliezen aan beide zijden, kwamen de legers

Sluiten