Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vesten. Bij de Israëlieten was bij den aanvang onzer jaartelling het geloof aan de zielsverhuizing algemeen. De Talmudisten beweerden, dat God slechts een bepaald aantal Israëlietische zielen geschapen had, zoodat deze gedurig terugkeerden, en soms tot straf ook wel in de lichamen van dieren gezonden werden; bij de opstanding zouden alle zielen in gereinigden toestand in de lichamen der rechtvaardigen in het beloofde land in het leven terugkeeren. In de Christelijke Kerk werd de leer van de zielsverhuizing verkondigd door de Gnostieken en de Manichaeërs. In den laatsten tijd is zij door sommige mystici en theosofen weder op den voorgrond gebracht.

Zielsziekte is hetzelfde als Psychische ziekte of Geestesziekte. Zie Geestesziekten.

Zielverkoopers of Ronselaars noemt men die menschen, die er hun werk van maken, tegen een zoogenaamde aanbrengpremie, soldaten of zeelieden aan te werven. Misschien is het woord zielverkooper een verbastering van ceelverkooper. De ceel was de schuldbrief, dien de ronselaar bij het aanbrengen van een soldaat of matroos ontving, deze was eerst betaalbaar, wanneer de aangebrachte persoon eenigen tijd had gediend. Door deze wijze van aanwerving ontstonden allerlei verkeerde praktijken. Vóór de invoering van den persoonlijken dienstplicht gaf men den naam zielverkooper of ronselaar ook wel aan die personen, die plaatsvervangers of nummerverwisselaars beschikbaar stelden.

Ziem. Felix, een Fransch schilder, geboren in 1821 te Beaune (Cöte d'Or), ontving zijn opleiding aan de Academie voor Schoone Kunsten te Dijon. Hij leverde zijn eerste stukken op de tentoonstelling te Parijs in 1849 n. 1. „Gezicht op de trap van villa Orisini te Rome", „Gezicht op den Bosporus" en „Gezicht op het Groote Kanaal te Venetië." Van zijn overige werken noemen wij: ,,'s Avonds aan den oever van den Amstel te Amsterdam", „Huisje bij Den Haag", „Gezicht op Venetië", „Haven te Marseille", „Een feest te Venetië", „Gezicht op Antwerpen", „Gezicht op den Gouden Hoorn te Konstantinopel", „Het Sint-Marcusplein te Venetië gedurende een overstrooming", „De Bucentaurus", „De terechtstelling van generaal Carmagnola", „Venetië", „Nederland", „Het Italiaansch escader te Toulon" en „Loubet aan boord van de Lepanto", In 1905 schonk hij aan Parijs voor het Kleine Paleis een belangrijke verzameling van zijn werken, waartoe 55 schilderijen, 74 geschilderde studiën 41 aquarellen, 2 teekeningen en 5 albums met schetsen uit Nederland, Provence, Venetië en het Oosten, benevens een portret van hem zelf, geschilderd door Ricard.

Ziemssen, Hugo von, een Duitsch geneeskundige, geboren te Greifswald den 13den December 1829, studeerde aldaar, te Berlijn en te Würzburg en werd na zijn promotie privaatdocent en assistent van Felix Niemeyer en vervolgens van Rühle te Greifswald. In 1863 werd hij hoogleeraar in de pathologie en therapie en directeur van de geneeskundige kliniek te Erlangen, in 1874 directeur van het algemeen ziekenhuis te München. Hij overleed aldaar den 218ten Januari 1902. Van zijn geschriften noemen wij: „Handbuch der speziellen Pathologie und Therapie" (17 dln., 1875—1884), „Handbuch der allgemeinen Therapie" (4 dln., 1880—1884), „Handbuch der Hygiene und der Gewerbekrank-

ïeiten" (3 dln., 1882—1886), met Pettenkofer ,Pleuritis und Pneumonie im Kindesalter" (1862), ,Die Kaltwasserbehandlung der typhus" (1870) net Immermann „Die Elektrizitat in der Medizin" >de druk, (1887)„Ueber die BehandlungdesMagengeschwürs" (1871), „Klinische Vortrage"(1887)en„l)ie Röntgographie in der innern Medizin" (1901—1902, net Rieder). Buitendien bevat het „Deutsche Ar;hiv für klinische Medizin", dat hij sedert 1865 met Von Zenker uitgaf, een aantal werken van zijn hand. Behalve door zijn belangrijke wetenschappelijke Dnderzoekingen heeft hij zich verdienstelijk gemaakt ioor de oprichting van een wetenschappelijk instituut voor klinische geneeskunde en van een natuuriiindig therapeuticum te München.

Zierikzee, een gemeente op het Zeeuwsche siland Schouwen-Duiveland, 1839 H. A. groot met '1910) 6 813 inwoners, wordt begrensd_door de Ooster-Schelde en door de gemeenten Kerkwerve, Noordgouwe, Nieuwerkerk en Oüwerkerk. De bodem bestaat uit zeeklei, in het N. O. met zand vermengd. Tot de gemeente behoort het stadje Zierikzee en het platteland, dat Poortambacht wordt genoemd.

Het stadje Zierikzee ligt aan den stoomtram over liet eiland Schouwen- en Duiveland en is door een haven van een half uur lengte met de Ooster-Schelde verbonden. De Oude Haven verzandde in de 16de eeuw, in 1597 begon men met het graven van de Nieuwe Haven. Het gedeelte langs deze beide havens is het fraaiste gedeelte van de stad. De voornaamste straten zijn: de Middel- of Meelstraat, de Dam, de Poststraat, de St. Jansstraat en de Domusstraat. Op het tegenwoordig Balieplein verhief zich vroeger het grafelijk verblijf 's Gravenhof. Tot de belangrijkste gebouwen behooren: het stadhuis, dat reeds in 1472 bestond, het gebouw 's Gravensteen, thans het huis van arrest, de Beurs, de Groote Toren, vroeger met de in 1832 afgebrande St. Lievensof Monsterkerk verbonden, de Kleineof Gasthuiskerk, de Groote Kerk, die van 1833—1848 werd gebouwd en de St. Lievenskerk vervangt, de Luthersche, de Gereformeerde en de Roomsch-Katholieke kerk. Verder vindt men er o. a. een hoogere burgerschool, een burgeravondschool, een ambachtsschool en een aantal liefdadige instellingen. Zierikzee is het middelpunt en de hoofdmarkt van het eiland Schouwenen-Duiveland. Vroeger bloeide het door de zoutziederij en de meekrapindustrie, beide tegenwoordig vervallen. Thans zijn handel, scheepvaart en nijverheid de hoofdbestaansmiddelen.

In een oorkonde van 1220 wordt de stad als Syricseporch vermeld; zij is echter veel ouder. In de geschiedenis heeft zij herhaaldelijk een rol gespeeld, in 1303 behaalden de Zeeuwen aldaar een overwinning op de Vlamingen, in het volgende jaar leden zij echter, verbonden met de Hollanders en de Franschen, een nederlaag te land en ter zee. Koning Hendrik IV van Engeland deed in 1436 een mislukte poging om de inwoners van Zierikzee tegen den hertog van Bourgondië op te zetten. In 1472 ontstond er een oproer wegens het invorderen van nieuwe accijnzen, welk oproer in het volgend jaar door Karei den Stoute streng werd gestraft. Den 6den Augustus 1572 opende de stad haar poorten voor de Watergeuzen onder Jacob Simonsz. de Rijk, den 2den Juli 1576 moest zij zich na een langdurigen tegenstand aan^de Spanjaarden overgeven; zij werd echter in

Sluiten