Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde resultaat hadden. In Polen daarentegen had de kolonisatie (1791) veel succes. Sedert 1827 bestaat in Engeland een vereeniging tot verheffing van de Zigeuners. In Roemenië leefden zij onder treurige omstandigheden, tot Alexander Ghika 4 000 Zigeunerfamilies de vrijheid gaf; in 1855 werd de lijfeigenschap in geheel Walachije afgeschaft, welk voorbeeld door Moldavië weldra werd gevolgd.

Als voornaamste bronnen voor de kennis der Zigeuners vallen te noemen: De Goeje, Bijdrage tot de geschiedenis der Zigeuners" (Amsterdam, 1875) en „Mémoire sur les migrations des Tsiganes & travers 1'Asie" (Leiden, 1903), De Eochas „Les parias de France et d'Espagne" (Parijs, 1876), Leiand „Gypsy sorcery and fortune-telling"(Londen, 1891) en het „Journal of the Gipsy Lore Society" (Edinburgh, 1888—1892 en 1907 v.v.).

Zilcken, C. L. Philippe, een Hollandsch genreen landschapschilder, tevens etser, werd geboren te 's Gravenhago den 21sten April 1857 en is nog aldaar woonachtig. Hij was een leerling van de Haagsche Teekenacademie, van Klinkenberg en van Mauve. Reeds omstreeks 1877 begon hij zich op de etskunst toe te leggen. Ook als schrijver over kunst heeft Zilcken van zich doen spreken. Tot zijn meest bekende etsen behooren: „Gezicht op Lausanne" naar Thijs Maris, „De doop in het Schwarzwald", naar denzeliden meester, „De Brug" naar Jacob Maris en „Schapen in 't duin", naar Mauve. Zilcken maakt tevens etsen direct naar de natuur. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Museum Mesdag te 's Gravenhage.

Ziller, Tuiskon, een Duitsch wijsgeer en opvoedkundige, geboren den 22sten September 1817 te Wasungen,studeerde te Leipzig in de philologie,werd leeraar aan het gymnasium te Meiningen, doch vertrok in 1850 opnieuw naar Leipzig om aldaar in de rechten te studeeren. In 1853 vestigde hij zich aldaar als privaat-docent in de rechten, doch hield sedert 1854 bijna uitsluitend voorlezingen over opvoedkunde. In 1861 stichtte hij een paedogogisch seminarium,waarmee in 1862 een leerschoolwerd verbonden. Hij werd in 1864 buitengewoon hoogleeraar in de wijsbegeerte. Onder zijn leiding ontstond in 1868 het Genootschap voor wetenschappelijke paedagogiek. Hij overleed te Leipzig den 20s,en April 1882. Van zijn geschriften vermelden wij: „Einleitung in die allgemeine Padagogik" (1856), „Die Regierung der Kinder" (1858), „Grundlegung zur Lehre vom erziehenden Unterricht" (1865), „Vorlesungen über allgemeine Padagogik"(1876) en „Allgemeine philosophische Ethik" (1880). Van 1860— 1865 gaf hij met Allihn het „Zeitschrift für exakte Philosophie" uit, van 1865—1868 met Ballauf de „Monatsblatter für wissenschaftliche Padagogiek", welk tijdschrift in laatst genoemd jaar door het,, Jahrbuch des Vereins für wissenschaftliche Padagogik" werd vervangen.

Zillertal, een van de belangrijkste dalen van de Oost-Alpen, een zijdal van de Beneden-Inn in Tirol, wordt door de Ziller, een zijrivier van de Inn, doorstroomd en heeft van Mairhofen tot Strasz een lengte van 30 km. Bij Mairhofen komen 4 zijdalen samen; de Zillergrund, de Stillupgrund, het Zemmtal en het Tuxer Tal. Bij Zeil mondt het Gerlostal in het Zillertal uit. Het dal behoort tot het distrikt Scliwaz en telt (1900) 12 867 inwoners. De belangrijkste plaatsen zijn Fugen, Zeil en Mairhofen.

De bewoners van het Zillertal zijn wegens hun krachtigen lichaamsbouw bekend en houden veel van zang en dans. Hun voornaamste bedrijf is de veeteelt met de daaraan verbonden kaasmakerij. Ook bloeit er de landbouw; de hoeveelheid graan is echter niet voldoende voor de behoeften der bewoners. Verder vindt men er molens, houtzagerijen, weverij van loden stoffen enz. In het Zemmtal worden halfedelsteenen gevonden. Vele van de inwoners begeven zich naar het buitenland om er handel te drijven, snijwerk te vervaardigen, als zanger op te treden enz. Het dal wordt wegens.zijn schoonheid veel bezocht. Bij Mairhofen begint de Zillertalbahn. De belangrijkste passen zijn het Tuxer en het Pfitscher Joch.

Zillertaler Alpen. Zie Alpen.

Zillesen, Comelis, een Nederlandsch schrijver, leverde o. a.: „Onderzoek der oorzaken van de opkomst, het verval en het herstel der Vereenigde Nederlanden"(1781), „De eer van het Patriotismus der Zeven Vereenigde Gewesten verdedigd" (2 dln., 1792), „Wijsgeerige verklaring van de rechten en plichten van den burger" (1796), „Wijsgeerig onderzoek wegens Neerlands opkomst, bloei en welvaart enz." (1796), „Geschiedenis der Vereenigde Nederlanden van 1793 tot 1798" (6 dln., 1796—1803), „Beschrijving van den watersnood in 1799", „Wijsgeerige staathuishoudkunde, bijzonder voor het thans vergroote Koninkrijk derNederlanden"(1817), „Wis- en natuurkundig onderzoek van de oorzaken der menigvuldige allerschadelijkste rivieroverstroomingen enz." (1820), „Verhandeling over den tegenwoordigen ongunstigen waterstaat in het zuidelijk gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden" (1823) en „Iets over de natuurlijke oorzaken der steeds toenemende zeeoverstroomingen op de kusten van het noordelijk gedeelte onzes Rijks" (1825). Hij overleed te Rotterdam den 25sten Maart 1828.

Zillesen, Willem Jan, een zoon van den voorgaande, geboren te Rotterdam in 1774, studeerde en promoveerde te Leiden in de letteren, bekleedde het rectoraat achtereenvolgens te Middelburg, waar hem ook het hoogleeraarsambt werd opgedragen, te Arnhem, te Rotterdam en te Amsterdam, was lid van het Zeeuwsch en van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, alsmede van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden, gaf, behalve een „Leven van Cicero" naar het Engelsch van Middleton, eenige „Orstiones" in het licht en overleed den 5den September 1834.

Zillmer, August, een Duitsch verzekeringswiskundige, geboren den 23slen Januari te Treptow a. d. Rega, was van 1858—1867 wiskundige bij de levensverzekeringsmaatschappij „Germania", daarna directeur van den „Nordstern" te Berlijn en van 1876—1882 van de „Vaterlandische Lebensversicherungsgesellschaft" te Elberfeld. Zijn werk over „Die mathematischen Rechnungen bei Lebens- und Rentenversicherungen" (2de druk, 1887) maakte hem in verzekeringskringen tot een zeer bekende figuur. In zijn „Beitrage zur Theorie der Pramienreserve" (1863) ontwikkelde hij een methode ter berekening van de premiereserve bij levensverzekeringsmaatschappijen, naar hem „zillmeren" geheeten. Onder zijn invloed kwam verder in 1868 te Berlijn het „Kollegium für Lebensversiclierungswissenschaft" tot stand,in opdracht waarvan hij de „Deutsche Sterblichkeitstafeln aus den Erfahrungen von

Sluiten